EENHEID, MAAR WELKE?
Zeventig jaar Wereldraad van Kerken [1, oecumene van de wereld]
Deze dagen staan we stil bij het feit dat de Wereldraad van Kerken zeventig jaar geleden werd opgericht, in 1948. In twee bijdragen wil ik de betekenis van de Wereldraad proberen te wegen, waarbij ik kritische noten en redenen tot dankbaarheid laat horen.
Dat heeft voor mij alles te maken met de manier waarop de Wereldraad is omgegaan met de verhouding van getuigenis en dienst en invulling heeft gegeven aan de betekenis van oecumene en de unieke plaats van Jezus Christus in die oecumene. Als ik dit schrijf, realiseer ik me dat over de zeventig achterliggende jaren ik slechts duidenderwijs kan spreken. Wie geïnformeerd wil zijn vanaf het ontstaan van de Wereldraad, verwijs ik naar de memoires van dr. W.A. Visser ’t Hooft, de eerste secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken.1
NIEUW ELAN
Het is 1908. Op een zendingsfeest van de London Missionary Society klinkt voor het eerst: ‘In Christus is noch west, noch oost in Hem noch zuid noch noord, één wordt de mensheid door zijn troost, de wereld door Zijn woord. Tot ieder hart, dat Hem behoort, met Hem gemeenschap vindt. De dienst aan Hem is ’t gouden koord dat allen samen bindt.’2
Het lied van Oxenham getuigt van een oecumenisch verlangen naar getuigenis en dienst met een christologisch hart. Met die vier kernwoorden heb ik meteen de belangrijkste ijkpunten te pakken van het spanningsveld waarbinnen de wereldwijde oecumene zich de afgelopen eeuw ontwikkeld heeft: oecumene, christologie, getuigenis, dienst.
Niet voor niets neem ik aan het begin van dit artikel een verwijzing op naar een moment dat veertig jaar aan de oprichting van de Wereldraad voorafgaat. Dat doe ik om te laten zien dat het ontstaan van de Wereldraad verbonden is met nieuw missionair elan dat al veel eerder ontstond, in de beginjaren van de twintigste eeuw. In 1910 zien we een missionary drive tot uitdrukking komen op de eerste mondiale zendingsconferentie van Edinburgh. Meer dan 1200 afgevaardigden uit 159 zendingsgenootschappen komen bijeen. Er volgen allerlei conferenties in Europa en de Verenigde Staten. In 1921 wordt de International Missionary Council (IMC) opgericht. Deze IMC is de eerste aanzet voor de latere Wereldraad van Kerken waarmee de IMC in 1961 fuseert. Juist zending, hoezeer wellicht toen ook getekend door onzuivere trekken, brengt christenen samen.
NIET LID
Maar toch, als de Wereldraad in 1998 vijftig jaar bestaat, moet men constateren dat grote delen van de wereldwijde christelijke kerk niet echt betrokken zijn, laat staan dat ze officieel lid zijn. Bekend is dat de Rooms-Katholieke Kerk de Wereldraad volstrekt afwijst in 1948. Pas onder Johannes XXIII en het tweede Vaticaans concilie (1962-1965) komt er toenadering. Maar de kerk is nooit lid geworden van de Wereldraad.
Niet alleen de rooms-katholieken staan aan de zijlijn. Hetzelfde geldt voor het overgrote deel van de evangelische en pentecostale christenen. In een interview met NRC Handelsblad rond het vijftigjarig bestaan van de Wereldraad van Kerken wijst prof. dr. Leo Koffeman daarnaast op de oosters-orthodoxen. Zij zouden de Wereldraad de rug willen toekeren, omdat ze zich onvoldoende erkend voelen.
We zijn nu weer twintig jaar verder, bij een volgend jubileum. Het is goed om te benadrukken dat er dingen zijn veranderd. Inmiddels werkt Rome op projectbasis samen met de Wereldraad. Dit wordt zichtbaar in het recente bezoek van paus Franciscus aan de Wereldraad. Omgekeerd zie je bij de Wereldraad zelf een gerichtheid op de Rooms-Katholieke Kerk, bijvoorbeeld in zijn oproep tot een pelgrimage van gerechtigheid en vrede. Dat past helemaal bij het profiel van paus Franciscus.
Ik wil wijzen op een derde ontwikkeling, die ik het meest opvallend vind. Ik zie een heroriëntatie van de Wereldraad op de evangelische en pentecostale christenen. Die blijkt uit de oprichting van het Global Christian Forum (GCF), als onderdeel van de Wereldraad. In i998 zijn de voorbereidingen hiervoor begonnen. Vertegenwoordigers uit de wereldwijde evangelische en pentecostale bewegingen komen bijeen rond het thema ‘Our Journey with Jesus Christ’ (Onze reis met Jezus Christus, red.). Daarmee wordt een grote brug geslagen naar vele critici onder hen die steeds vinden dat er vanuit de Wereldraad van Kerken te weinig het accent wordt gelegd op het werk van de Heere Jezus Christus. Een tweede kritiekpunt is dat in ‘Genève’ het westerse denken (getekend door de Verlichting) te dominant is. Met de oprichting van het GCF lijkt een terugkeer naar de begindoelstellingen van de Wereldraad te zijn ingezet. Duidelijk is dat de oecumenische beweging vanaf het begin in het brede kader staat van het getuigenis en de dienst in de wereld. Eenheid van christenen enerzijds en zending anderzijds worden vanaf het begin als zijde en keerzijde gezien. De integratie van het eerdergenoemde IMC met de Wereldraad is dus niet slechts een organisatorische kwestie. Eenheid, getuigenis en dienst horen bij elkaar.
BREDERE INVULLING
Al vrij snel krijgt het begrip oecumene een bredere invulling: niet de eenheid van de kerken, maar de eenheid van de wereld dient centraal te staan. Kenmerkend voor die tendens is de toespraak van de Amerikaanse lutheraan J. Sittler op de vergadering van de Wereldraad in New Delhi (1961).
Daarin stelt hij dat Jezus Christus niet alleen Heer is over kerk en wereld, maar het centrum is van de ganse kosmos. Hij is de aanvang van de nieuwe mensheid. Met deze kosmische, christologische inzet probeert men in de discussies binnen de Wereldraad de groeiende onderlinge afhankelijkheid van landen en het ontstaan van een wereldsamenleving, theologisch te verantwoorden. Sittler gaat uit van Kolossenzen 1:15-20. Maar daarbij zwijgt hij over het thema zonde en genade. Daarover zwijgen schuurt nogal flink met de context van de Kolossenzenbrief.3
Konrad Raiser (oud-secretaris generaal van de Wereldraad) wijst erop dat de Wereldraad al in 1951 een verklaring uitgeeft, waarin ‘oecumene’ wordt verstaan als ‘de gehele bewoonde wereld’.
Hierin is de Wereldraad niet altijd duidelijk. Men blijft ook over oecumene spreken wanneer men samenwerking tussen kerken bedoelt. Visser ’t Hooft heeft zich in dit verband sterk gemaakt voor de koppeling tussen het verzoenend werk van Christus en sociale gerechtigheid. Visser ’t Hooft ziet oecumene wel als een breder begrip dan samenwerking tussen kerken alleen. Hij schrijft in zijn boek Tot eenheid geroepen: ‘Het is niet alleen de roeping van de kerk te getuigen en te dienen, maar ook te laten zien wat het nieuwe leven voor de verhoudingen waarin christenen leven, betekent. Deze verhoudingen zijn uit de aard der zaak niet alleen de verhoudingen tussen mensen. Het Nieuwe Testament kan zich evenmin menselijke verhoudingen zonder de verhouding tot God in Christus denken, als een verhouding tot God zonder de verhouding tot de naasten’.4
Op de vierde algemene vergadering van de Wereldraad, die in 1968 gehouden wordt in Uppsala, wordt aan deze brede invulling van oecumene nog veel breder handen en voeten gegeven. Duidelijk wordt dat het doel van de oecumenische beweging niet is (een herstel van) de eenheid van de kerk, maar de eenheid van de totale mensheid in gerechtigheid en vrede.
Met name in de laatste decennia wordt ‘oecumene’ daarbij ook gezien als een totaliteit waarbij alles met alles samenhangt. In dit verband wordt ‘oecumene’ steeds sterker een begrip dat voor meerdere uitleg vatbaar is. Zo spreekt Raiser zelfs van een ‘transnationale Ökumene’, een vorm van oecumene waarbij de economische grootheden, de wereldwijde politieke machten en daarmee ook de militaire systemen moeten meedoen.
Ds. G. de Fijter uit Kampen is emeritus predikant.
Volgende week deel 2, over de rol van de Wereldraad door de jaren heen.
NOTEN
1 Visser t Hooft, Dr. W.A.. - Memoires, een leven in de oecumene. (1971)
2 Dit lied van John Oxenham vinden we terug in de bundel Weerklank 239 en in het Liedboek (2013) nr.969.
3 J. van Genderen, Theologia Reformata, 1 januari 1971, pag. 281-295
4 W.A. Visser ’t Hooft, Tot eenheid geroepen, Nijkerk: Callenbach, 1957. De Engelse uitgave verscheen onder de titel The Pressure of our Common Calling, Londen: Doubleday, 1959.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's