‘ZIE HET LAM GODS’
Meditaties van ds. L. Kievit wezen steeds naar Christus
Op 17 augustus was het honderd jaar geleden dat Leendert Kievit te Benschop werd geboren als zoon van ds. Izaäk Kievit (1887-1954) en Johanna Klootwijk. Hij groeide op in een Baarnse pastorie, bezocht er het lyceum en ging in 1937 theologie studeren in Utrecht.
In 1942 werd hij door zijn vader tot predikant bevestigd te Schoonrewoerd. Daarna volgden de gemeenten van Putten (1945), Woerden (1952), opnieuw Putten (1957), Leiden (1964) en ten slotte Gouda (1969-1984). Op 20 april 1990 nam God de Heere hem tot Zich. Uit een interview bij zijn veertigjarig predikantschap blijkt dat hij in iedere gemeente met liefde en zegen heeft gewerkt. Putten is echter wel de gemeente geweest waaraan hij zeer gehecht was. Daar ging hij na zijn emeritaat wonen, daar stierf hij, daar ligt hij begraven.
Op zijn graf staat veelzeggend een steen met de woorden ‘Zie het Lam Gods’. In een bijzondere tijd was hij er prediker en pastor: hij kreeg er te maken met de ingrijpende gevolgen van de razzia in 1944. Niet voor niets luidde bij zijn eerste komst de intreetekst ‘Om alle treurigen te troosten’.
ALS PREKEN
Hoewel ds. Kievit een begaafd theoloog was alsook wijsgerig onderlegd, verscheen er van zijn hand slechts een enkel min of meer wetenschappelijk artikel.
Des te meer meditaties staan op er zijn naam: in het begin van zijn predikantschap in het Gereformeerd Weekblad, later gedurende een lange reeks van jaren in De Waarheidsvriend, met een vast stramien: vier weken Kievit, vier weken een ander. Menige Waarheidsvriendlezer keek in de jaren zeventig op donderdag uit naar de post, in de hoop dat er in De Waarheidsvriend een meditatie van ds. Kievit stond. In de loop der tijd zijn de nodige meditaties gebundeld en in boekvorm verschenen.
De meditaties zijn in eerste instantie niet geschreven als meditaties; Kievits preken liggen eraan ten grondslag. Dat valt te constateren als men de geschreven overdenkingen legt naast de gehouden preken (zie de website www.verbidiviniminister.nl). Twee meditaties uit De Waarheidsvriend vormden een preek.
Hier dient zich een van de eerste geheimen van deze meditaties aan: de gloed van de Woordbediening ligt erover.
Wie de viva vox, de levende stem van ds. Kievit ooit heeft vernomen, hoort de klank ervan terug in wat hij schrijft. Willen we zijn meditaties rechtdoen en verstaan, dan moeten we ze als preken lezen; beluisteren, zou je bijna zeggen. Een artikel over Kievits meditaties is derhalve een artikel over Kievits prediking. Aan deze prediking was zijn theologiebeoefening dienstbaar.
TAAL
Een ander geheim is de taal. Er zit – om met dr. O. Noordmans te spreken – ‘veel Bijbel’ in Kievits taal. Niet omdat bijbelteksten aaneengeregen worden. Daar ageert hij zelfs tegen. Maar omdat zijn taal doorademd is van de Schrift. Tegelijkertijd is zijn taal verzorgd. Modern soms ook. Voor af en toe een term schrikt hij evenmin terug, maar – zegt hij – als de taal van de preek in termen stolt, is dat een dorre zaak.
Eenvoudig is zijn taal ook. En speels: een woordspel komen we regelmatig tegen; al gaat het nooit om het woordspel op zich. Want – schrijft hij ergens – ‘het Woord moet niet in onze woorden zoekraken. Wel mag gezegd worden dat we zuinig moeten zijn met onze woorden. Wat ik in enkele woorden niet kan verklaren, gaat met veel woorden helemaal de mist in. Het gaat om de zeggenskracht in het taalgebruik. Aan de taal van de prediking mogen eisen gesteld worden.’
UITLEG
Wat evenzeer boeit, is de uitleg van de Schrift. Je merkt dat ds. Kievit zich telkens afvraagt: wat staat er? Want ‘wij moeten de gemeente als het ware inwijden in de geheimen van het Woord!’ Het belang daarvan weet hij op zijn lezer alias hoorder over te brengen. Het Woord is immers niet zomaar een woord, maar geeft zicht op Christus. ‘Zie het Lam’ roept het ons vanaf elke bladzij toe.
Daarom betekent preken en mediteren ‘het lezen, het spellen bijna van de Schriftwoorden’.
Menige tekst wordt door hem inderdaad van woord tot woord behandeld, zó dat ze oplichten en je als lezer, als hoorder verrast denkt: dus dat staat er. Met het oog daarop moet een voorganger wel studeren, wordt Kievit niet moe te benadrukken. Bovendien, ‘studeerkamerwerk is kerkewerk’.
TOE-EIGENEN
Naast het uitleggen van de Schrift is er het toe-eigenen van de Schrift. Ds. Kievit hecht aan deze klassieke tweeslag, waarmee het schema voorwerpelijk-onderwerpelijk overstegen wordt. Graag haalt hij uit het bevestigingsformulier de zinsnede aan dat een dienaar des Woords het Woord grondig en naar waarheid moet voordragen en toe-eigenen.
‘Je moet dan wel weten wie je voor je hebt en welke wegen dat Woord in een mensenhart en -leven gaat. Obstakels uit de weg ruimen, waarschuwingsborden plaatsen. Zo is de prediking een levend gebeuren.’
Wellicht stuiten we hier op het diepste geheim van Kievits meditaties: het toe-eigenende element. ‘De waarheid Gods is heilswaarheid, geloofswaarheid,’ zegt hij kernachtig. Een zin die je moet ontleden, wil je hem begrijpen. Waar het ten eerste om gaat, is dat in de prediking Christus en Zijn volbrachte werk centraal staat. Hij verwierf immers het heil. Prachtig en ontroerend zoals Kievit deze heilswaarheid steeds weer schildert. Geen wonder dat het, echt paulinisch, dikwijls langs het kruis gaat en er naar Pasen verwezen wordt. Zó dat je ontdekt: het gaat over mij en het is voor mij.
VOOR MIJ
Dat ‘voor mij’ – ‘pro me’ zegt de reformatorische theologie graag – is de geloofswaarheid, de waarheid die geloofd wil zijn. Ds. Kievit bedoelt: de Heilige Geest leert mij vanuit het Evangelie: ú is heden geboren de Zaligmaker, úw Zaligmaker. In dat persoonlijke, in het ‘pro me’ vindt de prediking haar spits. Het Woord wordt dus verkondigd opdat ik gelóóf.
Nee, niet op de manier van dat moeten (!) wij nu geloven. Aan een dergelijk patroon zijn Kievits preken en meditaties ten ene male vreemd. Evenmin wordt ons iets aangepraat; ook daar waarschuwt Kievit voor. Maar hij preekt en mediteert zó dat ik nog maar één kant op kan: naar Christus toe, Die in de bediening van Woord en sacrament al naar mij is toegekomen en door Zijn Geest mijn hart opent voor Zijn beloften.
ONDERSCHEIDEND
Waar zo, van Christus uit, gepreekt en gemediteerd wordt, vallen allerlei zaken op hun plaats. We denken bijvoorbeeld aan – wat we noemen – het ‘onderscheidende element’. Kievit weet van schapen en bokken.
Bij de moordenaars aan het kruis blijkt dat. ‘Er is er een die zich verhardt. Hij hield zich groot, net als ... Christus komt heel dicht bij u, hoe kan Hij u nog dichter benaderen dan aan het kruis? Hij stoot u niet weg, u stoot Hem weg. De man aan Christus’ linkerzijde is een wrak op het strand, een baken in de zee.
Rechts van Hem gaat er een door de knieën. Christus hoort wat die man stamelt. Hij doet voor hem de deur van het paradijs open.
Met Mij, zegt Hij.’
WAGENWIJD
Wat ook op zijn plaats valt, is de kennis van onze ellende. ‘Pas bij Christus wordt de diepte van de schuld en de nood gepeild; aan Hem wordt duidelijk hoe het er met ons voorstaat.’ In dit verband verwijst ds. Kievit naar Luther, die Wet en Evangelie streng weet te onderscheiden, maar evenmin aarzelt het Evangelie kenbron van de ellende te noemen en de zonde te brandmerken als ongeloof.
‘Christus wordt in de prediking niet in mindering gebracht op de wet en de schuld, integendeel.’
Dat blijkt uit een zinnetje als: ‘Christus moest sterven, omdat ik zo hardvochtig en zo hebzuchtig ben. Schamen wij ons niet?’
Ook andere indringende vragen stelt hij: ‘Hoe ik mij draai of keer, mijzelf verlossen wordt mij onmogelijk. Dat is het ontdekkende werk van de Heilige Geest. Met al ons wringen en wroeten werken wij onszelf steeds vaster in de strik van de dood. Wie kreeg het er ooit benauwd onder? Wie wil zich eraan ontworstelen? Wie wil wegkomen?’
Bij dit soort vragen blijft het niet. ‘Waarheen?’ luidt verrassend en heilzaam de volgende vraag. Het antwoord wordt meteen gegeven en daarmee zwaait de deur van de genade wagenwijd open: ‘Ga om uw levenswil niet aan Christus voorbij. Zijn kruis is uw enige behoud. Dat te mogen geloven is behoud. In het kruis mag ik dan roemen. Mijzelf verlossen, dat ging niet. Verlossen, dat deed Hij. Dat doet Hij.’
Kievit zet je klem, maar werpt je met zijn vragen niet terug op jezelf. Integendeel, midden in het vonnis dat ik mijzelf niet kan verlossen wordt Christus geopenbaard. Dan ‘wordt mijn mond geopend om van Hem te getuigen, van Hem alléén’.
EÉN HOOP
Zo is Kievit al prekend en mediterend bezig het heil ons toe te eigenen. De praktische invulling van het dagelijks leven van een christen lijkt bij hem minder nadruk te krijgen. Lijkt, want in catechismuspreken, in preken uit en over de profeten en in preken op bid- en dankdag komen actuele en praktische thema’s aan de orde. In zulke preken en meditaties klinkt meer dan eens iets visionairs door, de tijd wordt ‘geschouwd’. Maar dan wel vanuit het centrum, vanuit Christus. De verborgen omgang met Hem, de zogenaamde ‘praktijk der godzaligheid’, is voor Kievit het meest praktische. Bovendien aarzelt hij niet om te stellen dat het in de vragen rond de heilstoe-eigening niet om bijzaken gaat, maar om de hoofdzaak.
Zou deze stelling niet richtinggevend moeten zijn voor de prediking heden ten dage? Zou het feit dat Ds. Kievit zelf zich aan deze stelling hield niet maken dat je je door hem nog steeds aangesproken voelt, ook al zijn er sinds zijn predikantschap dertig, veertig jaar verstreken en leven we in een andere tijd?
Kievit doet wat Kohlbrugge deed: hij gooit vroom en goddeloos op één hoop. Zodoende herken je je in de worsteling van velen door de eeuwen heen om te komen tot Christus en te blijven bij Christus. Een mooi voorbeeld is Kievits beschrijving van de worsteling van Petrus: ‘Zijn ziel is verbrijzeld, omdat hij aan Jezus’ woord getwijfeld had. Denkt iemand: nu is alles uit – die gedachte is niet uit Christus. Hij bad immers: dat uw geloof niet ophoudt. Door dat geloof pakken wij de zonden niet aan om ze als onkruid uit te roeien, wij grijpen Jezus aan, die ze wil uitdelgen als een nevel. Zou Hij dat echt willen? Waarom, vraag ik u, ging Hij de dood in? Wie is het die verdoemt? Christus soms? Nee en nogmaals nee: Die ook voor ons bidt!’
VOLLE WERK
Terecht staat op Kievits grafsteen: ‘Zie het Lam Gods’.
Beluister je zijn preken en lees je zijn meditaties, dan wordt je blik onweerstaanbaar in de richting van Christus getrokken. Alle registers worden opengetrokken om met het volle werk de hemelse muziek van het Evangelie ten gehore te brengen. Want de schapen moeten zo snel mogelijk tot Christus geleid worden (W. Balke). God zij gedankt voor de gave van deze prediker.
Ds. H.J. Lam uit Barneveld is geestelijk verzorger in De Engelenburgh en de Freule Lauta van Aysmaflat in Veenendaal.
Op 11 september komt de bundel Zij die voorbijgingen. Meditaties over mensen rondom Jezus uit bij uitgeverij Mozaïek te Utrecht. Ds. L. Kievit beschrijft mensen die Jezus voorbijgingen. Hij benadrukt hoe diep ingrijpend voor allen deze voorbijgang is geweest. Dat maakt deze bundel voor hedendaagse voorbijgangers volop actueel. De bundel telt 144 bladzijden en kost € 7,99.
VOLKOMEN VERLOSSING
‘Hij predikte hun Jezus. De enige naam, onder de hemel gegeven! U merkt het: Paulus kent Hem. Dat is zaak, als we Hem prediken. Dat de snaren van het hart mee gaan trillen met het noemen van die naam. Dan is de prediking een getuigenis, en dat is meer dan ooit nodig. Dan worden mensen getrokken. Er wordt heel wat gepredikt, zonder dat Jezus gepredikt wordt. Bij Paulus verkeerde niemand in het onzekere: hij sprak van Hem. Het is te horen: hij kent Hem. Onbekend maakt onbemind. Hij houdt van Hem. Daar maakt de Heilige Geest gebruik van, daar is Hij al in werkzaam, om anderen tot deze kennis te brengen. En daarbij te bewaren. Dan gaan er ogen stralen: Jezus, Die ken ik. Dan worden wij vertroost en versterkt. In dofheid en doodsheid heft iemand het hoofd op: Jezus. De hoop wordt weer wakker. Dat maakt de prediking zo verrassend. De herkenning van Jezus. Kortom: een zekere Jezus wordt déze Jezus. Wordt Jezus! Zodat we in Hem al onze zaligheid verwachten, nu en voor de toekomst. Weet u over Wie ik het heb? Gode zij dank. U hebt het over Jezus, mijn Jezus, Die ons van God gegeven is, tot rechtvaardiging, tot heiliging en tot een volkomen verlossing.’
[Uit een meditatie over Handelingen 25:19]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's