De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

In Zorg (Nederlandse Patiëntenvereniging) schreef Ali van Dijk over de vraag ‘Is hersendood wel echt dood?’

Reflexen

Bij hersendood is de centrale aansturing voor het lichaam uitgevallen. Wel kunnen bloedsomloop en ademhaling nog een poosje kunstmatig in stand worden gehouden, waardoor organen blijven functioneren. Ook kunnen er reflexen zijn vanuit het ruggenmerg.(...) Zo kunnen er ook bij een mens functies in stand gehouden worden terwijl de aansturing vanuit de hersenen is uitgevallen. Bij hersendood is de centrale aansturing uitgevallen, evenals dat gedeelte van het lichaam dat zo bepalend is voor wie je als persoon bent. Daarom wordt gesteld dat iemand, medisch en juridisch gezien, is overleden als hij hersendood is.

Emotionele impact

Nu kan het heel moeilijk zijn om het werkelijk zo te zien. Als iemand nog beademd wordt, lijkt het alsof hij nog leeft: de kleur is normaal, hij voelt warm aan, de borstkas gaat op en neer, het hart klopt nog. Dat kan twijfel oproepen: ben je wel echt overleden als je hersendood bent, maar nog niet alle processen in het lichaam tot stilstand zijn gekomen? Dat druist in tegen het ‘gewone’ beeld dat we hebben bij het overlijden. (...)

Mysterie

Een andere belangrijke vraag is deze: wanneer verlaat de ziel het lichaam? Is dit op het moment dat iemand hersendood is, of pas als alle lichaamsfuncties zijn uitgevallen? De ziel kunnen we niet wetenschappelijk aantonen; het gaat om een mysterie dat zich aan onze ogen onttrekt.(...)

***

Op 6 juni aanvaardde Aart Nederveen zijn ambt van hoogleraar Toegepaste MR Fysica aan de Universiteit van Amsterdam met een oratie onder de titel ‘Je ziet niet wat je niet ziet’. Proficiat. Uit het begin citeer ik:

Net als zoveel anderen die voor mij hier hebben gestaan, had ik vroeger nooit gedacht dat ik hoogleraar zou worden. Ik weet eigenlijk zelfs niet precies waarom ik ooit natuurkunde ben gaan studeren. Maar één voorval uit de periode tussen de middelbare school en de universiteit herinner ik me nog goed. Vlak voordat ik naar Delft ging, ontmoette ik een van mijn onderwijzers van de lagere school. Hij vroeg mij wat ik ging studeren. Toen hij mijn antwoord hoorde, schudde hij zijn hoofd. ‘Dat heeft weinig ethische uitdaging,’ zei hij. Zijn opmerking is altijd met mij meegereisd. Hij was een onderwijzer die met weinig woorden toch veel kon zeggen. Blijkbaar had hij een bepaald beeld van fysici. Die zitten ergens eenzaam en alleen in hun ivoren toren. Ik heb zijn opmerking begrepen als een aanmoediging om dat in ieder geval niet te doen.

Met magnetische resonantie imaging, MRI, kun je dingen in het lichaam zien die je met het blote oog niet ziet. MRI werkt als een bril die je opzet: je kunt opeens zien wat je eerst niet zag. Dat is een herhaling van wat gebeurde bij de introductie van de röntgen techniek rond de vorige eeuwwisseling. Opeens was er voor artsen een alternatief voor lichamelijk onderzoek: ze konden naar binnen kijken! Dit concept van naar binnen kijken is enorm tot de verbeelding gaan spreken in de geneeskunde.

Als we een ziekte willen begrijpen, helpt het als we de ziekte ook op een of andere manier kunnen zien. In de afgelopen 40 jaar na de introductie van de MRI-techniek zijn er steeds meer ziektes bijgekomen die we kunnen zien. En nog steeds volgen de MRI-innovaties elkaar in hoog tempo op. MRI-onderzoekers zoals ik dragen daar een steentje aan bij door telkens weer andere MRI-methodes te ontwerpen, een nieuwe bril te ontwikkelen. Ooit dacht men dat we in Nederland voldoende zouden hebben aan vijf MRI-scanners. Inmiddels staan er in ons land ruim 200 scanners die wel ongeveer een miljoen MRI-scans per jaar maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's