LEVE DE CLASSIS!
Sinds 1 mei kent de Protestantse Kerk elf classicale vergaderingen. In de lezenswaardige kroniek van Kerk en theologie (juli) schrijft PThU-onderzoeker dr. Klaas Bom over de impact van Kerk 2025 op de Protestantse Kerk. Ik citeer hier uit zijn bijdrage over de figuur van de classispredikant, die per 1 september aan zijn/haar dienstwerk begint. Dr. Bom merkt allereerst op dat internationaal gezien ‘de classispredikant als ontluikende bisschop (...) een heel aanvaardbare verschijning (is) in protestantse kring’.
KERK EN THEOLOGIE
De nieuwe functie is ingebed in een nieuwe regionale structuur die een fusie lijkt van de in 2004 gesneuvelde provinciale kerkvergadering/synode en de oude classes. Hoewel de classispredikant geen speciale (vol)macht heeft, is zijn of haar vrijgestelde rol in het bestuur van de regionale kerkvergadering niet te vergelijken met die van de andere classisbestuurders. Kerk 2025 wil met behulp van de classispredikant in een belangrijke lacune voorzien, namelijk de zorg voor de pastores en de inspiratie van de kerk op regionaal niveau. Men kan Kerk 2025 dan ook als een versterking van de regio zien, waaraan het dienstencentrum in Utrecht dienstbaar wordt. Kerk 2025 behelst ook een stap in de professionalisering van het bestuur, een tendens die zich op veel plaatsen in de samenleving voltrekt.
In samenhang met de afslanking en herpositionering van het Landelijk Dienstencentrum draagt de gekozen classispredikant ook bij aan het democratischer en transparanter maken van een professionalisering die al veel langer gaande was.
Klaas Bom ziet de komst van elf classes en evenzoveel classispredikanten als professionalisering van het kerkelijke bestuur en versterking van de regio. Intrigerend is het zinnetje dat het dienstencentrum daar dienstbaar aan wordt. In mijn beleving is de Dienstenorganisatie – zoals de naam aangeeft – nu al met overtuiging dienstbaar aan de gemeenten en classes en wil zij daarin verder groeien. Mooi is de typering van het classispredikantschap: zorg voor pastores en inspiratie van de (regionale) kerk. Dr. Bom ziet de keuze voor elf personen die de kerk in de classis belichamen en vertegenwoordigen als ‘een moedige maar ook kwetsbare keuze’.
Deze persoonlijke aanpak is mijns inziens een heilzaam tegenwicht tegen de neiging om het protestantse leven massief in de leer en de confessie te lokaliseren. De keuze van deze 11 personen die de kerk in een regio belichamen is mijns inziens de meest geëigende manier om duidelijk te maken waar het in de kerk om gaat, namelijk dat God door mensen heen zich uitstrekt naar de wereld.
Ik ben blij met de inhoudelijke toonzetting van Klaas Bom in de kroniek. Hij levert daarmee een zinvolle bijdrage aan de voortgaande bezinning op ons kerkzijn en de classis in het bijzonder.
Wie dat ook doet, is praktisch theoloog dr. Hans Schaeffer, universitair docent in Kampen. In het Christelijk Weekblad vat hij zijn eigen bijdrage aan een onlangs gehouden congres over de betekenis van de classis samen. Waarom zou iemand zich bezighouden met zoiets saais als een kerkstructuur? zo vraagt hij zich af. Voor een antwoord gaat hij te rade bij Marcel Lukassen, de nieuwe directeur voetbalontwikkeling bij de Engelse club Arsenal. Aanleiding was een radio-interview met Lukassen tijdens het onlangs gehouden WK-voetbal. Schaeffer:
De verdienste van Lukassen ligt klaarblijkelijk in een andere trainingsfilosofie. Het gaat niet om het trainen op zich, het inoefenen van allerlei technische kanten van het voetballen. Het komt erop aan dat deze ook in het spel zelf tot bloei komen. (...)
Voetbal leer je niet alleen door het schieten op een oranje pylon. Je moet tijdens het spel de juiste beslissingen kunnen maken. Dat leer je door veel te spelen en tegelijk te reflecteren. Lukassen pleit er daarom voor meer specialisten in een coaching-team op te nemen.
Wat Lukassen wil bereiken lijkt op wat in de ethiek het inoefenen van ‘deugden’ worden genoemd. (...)
Je kunt wat je doet op verschillende manieren veranderen. Maar een van de belangrijkste voorwaarden is toch wel dat je de goede doelen stelt. (...)
Tenslotte moet je zorgen dat je deze stappen als een tweede natuur leert zetten: het moeten ingeoefende, ingeslepen gewoontes worden.
Voor christenen geldt dit op een speciale manier. Zij willen hun leven laten veranderen door met God verbonden te worden, en daarmee ook verbonden te raken aan andere mensen – christenen en niet-christenen – op een vernieuwde manier. (...)
GROEI
Dat brengt mij bij de classis. Op bovenlokaal niveau is de classis een structuur die ons helpt om te leren de juiste dingen te doen. Graag werk ik dat wat uit. Kerken willen op de een of andere manier iets aan de vorming van christenen bijdragen. (...)
Maar we weten allemaal dat christelijk leven niet maakbaar is. Termen als discipelschap en karaktervorming kunnen voor sommige christenen ook al bedreigend zijn en dwingend. Tegelijk weet elke christen dat hier op z’n minst een uitdaging ligt. Je kunt niet gewoon jezelf blijven en christen zijn. Christelijk geloof impliceert altijd ook een verlangen om te groeien, en groei betekent verandering. Groei zelf is niet maakbaar of te managen. Wat wel kan is ontdekken welke randvoorwaarden hierbij van belang zijn.
Zowel het nadenken over verandering, als de vraag hoe je hiervoor gunstige randvoorwaarden creëert is iets wat je vervolgens niet solistisch kunt doen. Het gaat om groei in christenzijn en dat is per definitie een sociaal gebeuren. Het gaat om gedrag, om daden, om samenleven met anderen, omzien naar elkaar, liefde voor de naaste en voor God.
De geloofsgemeenschap is daarbij vanzelfsprekend van belang. Mensen met wie je delen van je leven deelt, met wie je zoekt naar wat de Heer wil, door wie je geïnspireerd en soms ook gecorrigeerd wordt. In de lokale geloofsgemeenschap kunnen we ons inoefenen in christelijk leven.
Maar ook deze lokale kerk heeft training nodig. Een van de manieren waarop een kerk, en dan vooral het team van kerkleiders, zich kan laten trainen is door hierover door te spreken met elkaar in de regio.
TOERUSTEN
Precies dat zou een belangrijke rol van de classis kunnen zijn. Sinds 1 mei 2018 heeft de PKN de figuur van de classispredikant aangesteld. Tegelijkertijd is het aantal classes teruggebracht tot elf regionale vergaderingen.
Classiswerk heeft vaak een kleurloos en zelfs bureaucratisch imago. Maar training en toerusting van het kerkenwerk als invulling van deze vernieuwde classis kan wel degelijk veel brengen voor lokale kerken. (...)
Op het congres over de classis werd opgemerkt dat het van groot belang is dan wel helder te krijgen wat de classis gaat doen. Er lijkt een zekere huiver te zijn om al te grote woorden te spreken over de classis of de classispredikant. Het is verleidelijk om het dan maar te houden bij ‘ontmoeting’ en ‘gesprek’.
Ik zou in navolging van Lukassen willen aansturen op een helderder profiel: laten classes hun vergadering gebruiken als ‘training van trainers’. Geloofspraktijken kunnen versterkt worden door heel concreet te delen wat er lokaal gebeurt en daarop te reflecteren. (...)
Christelijke praktijken hebben toerusting en coaching nodig, en de kerkelijke structuren kunnen hierbij helpen. Wanneer Arsenal investeert in een ‘directeur voetbalontwikkeling’ zou ik willen pleiten voor investeren in de toerustende rol van classes voor lokale kerken en hun geloofspraktijken. Dan kan blijken hoe heilzaam ook bovenlokale structuren kunnen zijn voor het geloofsleven.
Dan investeert ook de kerk in on-the-job-training van al die christenen die zoeken en proberen in hun christen-zijn. Niet dat we daarmee per se de winst binnenhalen. Maar het kan de werkelijkheid van al die gelovigen op hun plekje wel een beetje helpen. De classis als platform voor ontwikkeling van christelijke praktijken...
De classis als een bovenplaatselijke structuur ‘die ons helpt om te leren de juiste dingen te doen’.
Niet een vermolmd restant uit de zestiende eeuw maar een bezield verband, waar we van en aan elkaar leren kerk van Jezus Christus te zijn. Het is een inspirerend concept om naar uit te zien en werk van te maken. Leve de classis!
Ten slotte: dit is mijn laatste bijdrage aan ’Uit de pers’. Het was bijzonder om invulling aan deze rubriek te mogen geven. U, lezer, dank ik voor uw aandacht en reacties de afgelopen jaren. Het ga u goed.
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
DR. A.A.A. PROSMAN GAAT RUBRIEK ‘UIT DE PERS’ VERZORGEN
Na 8,5 jaar elke twee weken een bijdrage te hebben geleverd aan deze rubriek, draagt ds. G. van Meijeren het stokje over. Ds. Van Meijeren wordt met ingang van 1 september classispredikant van de classis Zuid-Holland-Zuid. Op deze plaats dankt de redactie hem voor zijn bijdragen. We hebben dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort bereid gevonden om in zijn plaats invulling te geven aan Uit de Pers. De redactie wenst ds. Van Meijeren Gods zegen en wijsheid toe in zijn nieuwe taak, evenals dr. Prosman bij het verzorgen van deze rubriek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's