ZEVEN VOLKOMENHEDEN
Dr. J. Hoek schrijft lofzang over Gods eigenschappen
‘Al zouden we duizend eigenschappen van God bespreken, dan hebben we nog maar een glimp van Gods grootheid aangegeven,’ aldus dr. J. Hoek in zijn jongste boek, Grote God, wij loven U. Doordenken over Gods eigenschappen.
Wat hij heeft gedaan – schrijven over Gods eigenschappen – is dus een waagstuk. Het is dan ook een gouden vondst en in alle opzichten passend dat zijn pennenvrucht de titel van een lofzang heeft meegekregen: ‘Grote God, wij loven U’. Anders dan in de vorm van een doxologie valt over God en over Zijn eigenschappen niet te spreken. Daarbij is Christus ‘het prisma waardoor heel het spectrum van Gods eigenschappen (of volkomenheden) aan het licht komt’ (p.7).
VOLKOMENHEDEN
De keuze voor de aanduiding ‘eigenschappen’ in de ondertitel is begrijpelijk, vanwege de gebruikte terminologie door de eeuwen heen. Toch kiest de auteur er in het boek meermalen voor om te spreken over ‘Gods volkomenheden’, een aanduiding die de voorkeur verdient. Immers, het gaat niet om aspecten of om delen van een groot geheel; de verschillende volkomenheden van God doortrekken altijd alles wat je over God kunt zeggen. Dr. Hoek breekt een lans voor het spreken over de eenvoudigheid van God als een aanduiding voor Gods volkomen ongedeeld zijn.
Zijn betrouwbaarheid is ermee gemoeid. ‘Geen enkele eigenschap van God is los verkrijgbaar en daarom bestaat geen enkele eigenschap op zichzelf, maar ze bestaan wel degelijk in hun onlosmakelijke verbondenheid én verscheidenheid als uitdrukking van Gods ene wezen!
Na een hoofdstuk getiteld ‘God kennen – een adembenemende reis’, volgt ‘Gods realiteit – en onze godsbeelden’. Bij dat tweede hoofdstuk had er een kritischere beschouwing mogen volgen over de verhouding tussen de geschetste godsbeelden en datgene wat dr. Hoek zelf als een betrouwbaar bijbels getuigenis aangaande God belijdt. Tussen de regels door benadrukt Hoek de eenheid van de Schrift, onder meer door met regelmaat te spreken over het ‘Eerste’ en het ‘Tweede Testament’.
Vervolgens vat hij Gods volkomenheden (of: deugden) in zeven kernbegrippen samen: Gods liefde, goedheid, heiligheid, onveranderlijkheid, almacht, eenvoudigheid en eeuwigheid. Elk begrip wordt nader geduid, waarmee iets van het onbevattelijke tot uiting komt (bijvoorbeeld: Gods goedheid – te groot voor het geluk alleen; Gods almacht – in het teken van het kruis).
Het voert buiten het bestek van deze bespreking om verder op de inhoud in te gaan, maar ik meen niet te veel te zeggen als ik stel dat de gelovige lezer hier (voor hoofd en hart) werkelijk zijn hart mag ophalen, ‘opdat ik Hem mag kennen…’ (Filip.3:10a).
Eén kritische noot: meermalen betoogt de auteur dat de heiligheid van God alles doortrekt. Wat heeft hem ervan weerhouden om juist die heiligheid van God als uitgangspunt te nemen, voordat de andere kernbegrippen worden besproken en bezongen? Is het ‘gans andere’ en het in alle opzichten ‘volkomene’ van God juist niet gegeven in Wie Hij is als ‘de Heilige’, ook in Zijn liefde?
Zou je mogen stellen dat juist die heiligheid van God al Zijn andere deugden doortrekt en kleurt?
JUISTE DENKRICHTING
Op meerdere momenten benadrukt de auteur dat het van het grootste belang is dat we in ons spreken over God de juiste denkrichting behouden. Vanuit Gods nabijheid in Christus, of anders gezegd: vanuit de boodschap van Gods concrete daden bewegen wij ons naar Gods verhevenheid, vanuit de toewendingseigenschappen naar de hoogheidseigenschappen. Op adembenemende wijze beschrijft de auteur in dit licht de eeuwigheid van God. In een belijdende weergave van hoe tijd en eeuwigheid met elkaar verbonden zijn, roept dr. Hoek gelovigen op niet alleen kandidaten, maar vooral ook studenten van de eeuwigheid te zijn. Dergelijke zegswijzen geven niet alleen aan hoe de auteur zelf ‘doordenkt over Gods eigenschappen’, maar dringt hij ook de lezer ertoe al mediterend in verwondering Gods grootheid te overdenken.
SCHEPPING
Dat ‘doordenken’ komt ook tot uiting in de vele momenten waarop de schrijver in gesprek is met anderen. Hij schrijft ‘op de schouders van het voorgeslacht’ en is in gesprek met theologen uit heden en verleden, waardoor het ‘samen met alle heiligen’ tot uiting komt.
Daarbij schroomt de auteur overigens niet ook aan te wijzen waar in zijn ogen grenzen overschreden worden. Als het gaat over de goedheid van God, neemt hij helder stelling tegenover recente uitlatingen van dr. G. van den Brink en dr. A. van de Beek met betrekking tot de uitleg van het zuchten van de schepping in Romeinen 8:19-22. Met dr. M.J. Paul verdedigt Hoek de klassieke uitleg van deze passage en daarmee de ‘goedheid’ van Gods schepping. ‘In reactie op de zondeval van de mens heeft God de schepping overgeleverd aan een proces van vergankelijkheid.’ Hoek concludeert: ‘Daarom moeten christenen bij voorbaat sceptisch staan tegenover evolutionaire beschouwingen over lijden en dood vóór de zondeval.’ (p.67)
LOFZANG
Het onderhavige boek heeft iets van een lofzang. Belijdend nazeggen wat God in Zijn Woord zegt. Daarbij tastend doordenken, zonder in te dringen in datgene wat God verborgen heeft gehouden. Wie het boek leest, heeft bij momenten het gevoel dat de schrijver zingt, preekt of mediteert… De gelovige lezer ontvangt voedsel voor het hart. Ik wens dit boek dan ook in handen van velen, in het bijzonder van hen die geroepen zijn ‘de grote werken van God te verkondigen’. Ook ouderlingen en geïnteresseerde gemeenteleden beveel ik dit boek van harte aan. De gespreksvragen kunnen behulpzaam zijn bij bespreking op een consistorievergadering, mits de deelnemers bereid zijn de stof vooraf grondig te bestuderen.
Een slotopmerking met een knipoog. Ik zie eerlijk gezegd niet in wat onze emeritus hoogleraren beweegt om op de cover van hun boek(en) hun voornaam te (laten) gebruiken. Is het een nobele poging om zo dicht mogelijk bij de lezer te komen? Of is het een onbedoelde vorm van meewerken aan verjongingsdrift en aan de teloorgang van gezagsverhoudingen? Ik geef toe: op de jongste dag is er geen sprake meer van doctor of dominee, want dan zullen tot hun intense verwondering Jan en Jonathan als saved sinners neervallen aan de voeten van het Lam. Dan zal het loflied eeuwig klinken: ‘Grote God, wij loven U!’
Ds. J.J. ten Brinke is predikant van de hervormde gemeente te Oud-Beijerland en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
N.a.v. Jan Hoek, ‘Grote God, wij loven U. Doordenken over Gods eigenschappen’, uitg. Boekencentrum, Utrecht; 159 blz.; € 15,99.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's