De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

IN CHRISTUS’ SPOOR

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IN CHRISTUS’ SPOOR

In christelijke school vraagt beleden geloof om beleving

7 minuten leestijd

Het geloof wil in de christelijke school niet alleen beleden, maar ook beleefd worden. Hierin ligt een geweldig geheim, namelijk het geheim van de Heilige Geest.

Bij de geloofsbeleving komen we altijd uit bij de Geest, Die het ons moet leren. Hiermee is ook het spirituele van de christelijke school als zodanig aan de orde.

ZIJN

De geloofsbeleving is meer een zaak van ‘zijn’ dan van ‘zeggen’. We plaatsen niet ‘zijn’ tegenover ‘zeggen’, maar we brengen ze met elkaar in verband.
Zeggen heeft betrekking op woorden, op onderwijs, discussiëren, belijden en soms ook betwijfelen. Zijn heeft meer kracht en waarde dan onze woorden.
In het zijn moet blijken dat het Evangelie van Jezus Christus ons leven doortrekt, stempelt en bepaalt. Het is als een gist dat het hele leven doortrekt. De christelijke geloofsbeleving is wezenlijk voor christelijk onderwijs en heeft alles te maken met het discipel zijn. Discipelschap is een voorwaarde om docent in het christelijk onderwijs te kunnen zijn. De docent moet als discipel deel hebben aan het leven en het heil van de Heere Jezus Christus. We noemen twee teksten, waarin de navolging en het delen van het heil van Christus op een beslissende wijze onder woorden wordt gebracht. In 1 Petrus 2:21 lezen we: ‘Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen.’
Dit geldt ook voor de tekst uit Filippenzen 3:10: ‘opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word.’
Geloofsbeleving is niet een heleboel woorden gebruiken, maar in het spoor van Jezus Christus staan én gaan. Het betekent zelf van de band met Hem doortrokken zijn en zo hoe langer hoe meer uit Zijn kracht leven.

PRAKTIJK

Hoe geven we in het christelijk onderwijs invulling aan het discipel zijn? Dit gebeurt door de uitstralingskracht van Jezus Christus in de school. Dit kan tot uiting komen in het volgende:
• betrouwbaar en trouw zijn met de zaak van Jezus Christus en met de leerlingen;
• rechtvaardig en mild zijn;
• blijmoedig zijn, zodat er iets van vreugde van ons afstraalt;
• open en vriendelijk zijn;
• geen aandacht voor onszelf vragen, maar altijd verwijzen naar Jezus Christus, zodat wij – en dat is niet eenvoudig – transparant zijn. Dat betekent dat ons leven doorzichtig is tot op Jezus Christus;
• geduld hebben, vertrouwen geven en warmte uitstralen;
• veiligheid, steun en geborgenheid bieden;
• bijbellezen en bidden de bron van onze levenshouding laten zijn. We kunnen in het christelijk onderwijs niet buiten de Bijbel om. We mogen het leven ermee illustreren.

PASTORAAL

Kenmerkend hiervoor is een pastorale houding. We laten het pastoraat wel eens te veel aan ambtsdragers over, terwijl ook niet-ambtsdragers een pastorale taak hebben. Dit moet niet worden opgelegd, maar als een vanzelfsprekendheid in het christelijk onderwijs aanwezig zijn. Hierbij denken we aan het gedeelte over ‘het laatste oordeel’ uit Mattheüs 25:31-46. De Heere Jezus zal zeggen tegen Zijn discipelen dat ze Hem hebben opgezocht in de gevangenis, dat ze Hem te eten en te drinken hebben gegeven. De discipelen zijn zich niet eens bewust dat ze dat gedaan hebben. Zo vanzelfsprekend waren de daden waar Jezus hen om prijst. Het geheim ligt in de omgang met Jezus Christus, dat in het persoonlijk leven gepraktiseerd moet worden. Geloofsbeleving komt ook tot uiting in vorming en vieringen. Vanuit het totaal van de christelijke geloofsbeleving moeten vorming en vieringen als een vanzelfsprekendheid beleefd worden. Jongeren vragen om echtheid, authenticiteit, warmte en geborgenheid.

BRON EN NORM

Het Evangelie van Jezus Christus is de bron en de norm; het mag ook inspiratie en illustratie zijn in ons leven. En dat niet alleen als de Bijbel zelf direct ter sprake komt. Dat moet ook het geval zijn bij andere vakken. In het christelijk onderwijs moet het een uitdaging zijn om de Bijbel in zijn praktische betekenis bij verschillende vakken aan de orde te laten komen. Om dit te realiseren is overleg tussen de docenten noodzakelijk. Hoe leggen we de verbanden? Hier komen leer en leven dicht bij elkaar. De leer is niet abstract, maar voor het leven bestemd. Ze moet echter ook levensecht zijn. Ze moet het leven leefbaar maken en de leefbaarheid van het leven dienen. Als het goed is, komen alle normen die voortvloeien uit de Tien geboden in het christelijk onderwijs naar voren. Wanneer wij belijden in ons onderwijs uit te gaan van de Bijbel als het onfeilbare Woord van God, dan zullen we Gods geboden in ons onderwijs een belangrijke plaats geven en als leidraad nemen. Deze worden natuurlijk behandeld tijdens de bijbelse geschiedenisen godsdienstlessen, waarbij van eminent belang is niet alleen de inhoud te behandelen, maar vooral de betekenis ervan voor de jeugd concreet uit te werken.
In de normen treffen we waarden aan, zoals:
• goedheid. Juist omdat God goedheid wil, zijn de normen er om het leven te bewaren en te beschermen;
• schoonheid. Vanuit de schoonheid wordt het leven gevormd;
• dienstbaarheid en vruchtbaarheid. Omdat de waarde van dienstbaarheid en vruchtbaarheid in de normen inhoud krijgen, leiden ze tot een richting en tot een doel.
Als we dit concreet vertalen naar het christelijk onderwijs, komen we uit op vier aspecten: ten eerste, de vreze des Heeren; in de tweede plaats dienstbaarheid, zonder zelf te willen profiteren; vervolgens solidariteit met onderdrukten, veraf en dichtbij en ten slotte verantwoordelijkheid voor het milieu. Te veel laten we dit over aan bepaalde politieke groeperingen, die zich speciaal inzetten voor het milieu. Het is ook onze taak.

SCHOOL EN GEZIN

De relatie school en gezin moet een hechte zijn. Het gaat voortdurend om een gezamenlijke bezinningstaak. Vooral dit laatste moet voor de ouders duidelijk zijn naar de school toe. Zij mogen weten dat zij met de betrokkenen bij de school samen een taak hebben. De school mag het niet aan het gezin overlaten en het gezin niet aan de school. En met dat ‘het’ bedoelen we in dit verband de geloofsbeleving, het christelijke karakter van de school. Elk van deze levensverbanden zal naar eigen aard een bijdrage moeten leveren. Het gaat erom dat kinderen en jongeren een persoonlijke en sociale identiteit kunnen ontwikkelen. Het moet ons doel zijn dat het leven van de jongeren wordt gekenmerkt door geloof, hoop en liefde, zodat ze op een eigen wijze dienstbaar kunnen zijn aan God en de samenleving.
We mogen dankbaar zijn voor de geweldige mogelijkheden die ons gegeven worden binnen het christelijk onderwijs. Waar zullen jongeren de geloofsbeleving meekrijgen als ze niet meer in de kerk komen, maar wél op de christelijke school onderwijs volgen? Ik herinner aan de woorden uit de Bergrede: ‘Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.’ (Matt.5:16) Het gaat erom dat ook de goede werken in het christelijk onderwijs beleefd worden.
En in dit alles gaat het om de werkelijke aanwezigheid van Jezus Christus. In het begin spraken we over het geheim van het christelijk onderwijs. Dat geheim ligt in de Heilige Geest, Die het Evangelie gebruikt en Die het leven van onze jongeren vormt en krachtig maakt. Het is bij de geloofsbeleving in het christelijk onderwijs een zaak van allereerst ‘zijn’ en dan ook van ‘doen’, van woorden en een doorleefd geloof.
Het gaat om de heerschappij van Christus in de praktijk van elke dag, zowel in de omgang tussen docenten en leerlingen als tussen docenten onderling en allen die op welke plaats en in welke functie dan ook bij het christelijk onderwijs betrokken zijn. Dat maakt de identiteit van de christelijke school.

A.A. Korevaar uit Bergambacht is oud-voorzitter van het college van bestuur van het Ichthus College te Veenendaal.


Nu de scholen begonnen zijn, geven we ook volgende week aandacht aan het christelijk onderwijs: over de relatie tussen kerk en school.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

IN CHRISTUS’ SPOOR

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's