GLOBAAL BEKEKEN
Prof. dr. M.J.A. de Vrijer was vanaf 1935 kerkelijk hoogleraar in Utrecht. Hij schreef zijn bekende boek Schortinghuis en het Innige Christendom (1941). Zijn vrouw, M.J. de Vrijer-Struijs, schreef ‘Herinneringen en vertellingen’ in Dertig Jaar Domineese (acht drukken in 1938!). Naast de pastorale ervaringen van haar man laat ze ook in haar eigen ziel kijken:
Ik herinner mij uit den Bloemendaalschen tijd dat mijn man de jonge lidmaten eens bevestigde met den tekst, ‘Want God de Heere is een zon en schild’. Ik hoop dat er iets in u trilt, als u dit leest en zeggen kunt en moogt: ‘Ook voor mij, ook voor mij!’ Wonderlijk, dat het bezit van die Zon en dat Schild je heele leven beheerscht, àl je leed verzacht en overgegeven doet dragen, en je kracht geeft om het zoo dikwijls aangrijpende leven rijk en schoon te maken en je een biddend mensch maakt, omdat je dat éénige, volmaakte geluk zóó heel graag aan ieder zou gunnen! Een van mijn lievelingsliederen is:
O Jezus, levenszonne,
Voor Wie àl ’t duister vliedt:
O Jezus, Levensbronne,
Die zóóveel heil ons biedt,
Wat went’len moog of keeren,
Gij zijt mijn grootste schat.
Hoe onuitspreeklijk, Heere,
Hebt Gij ons lief gehad.
En nu Gij zoo genadig,
Mij naar de Haven leidt,
En nu Gij zoo weldadig,
Mij zaligheid bereidt,
Nu kan geen kwaad mij naken.
Neen, ‘k zing in U verblijd:
‘k Zal eeuwig zien en smaken.
Hoe naamloos goed Gij zijt!
O, laat mij ’t u vertellen.
Wie Jezus Christus is;
Hoe Hij tot mij wou komen
In leed en droefenis,
Mij vriendlijk wou vertroosten
In ’s lijdens donkren nacht,
En als met eigen handen,
Mij hulp en redding bracht.
Maar neen, mijn zwakke woorden
Vermelden ’t niet, o Heer!
Gij zijt voor wie U volgen,
Nog eindloos, eindloos meer.
In leven en in sterven,
Zijt Gij ons steeds nabij...
Een Heiland, vol ontfermen,
Ja, Jezus, dat zijt Gij.
O, ik geloof dat ik wel haast duizend liederen ken, die ik wel wilde, dat in ieders hart leefden. Wat heb ik véél gezongen in mijn leven! Ik zeg: ‘’k zal van Uw lof gewagen, zooveel mijn lied kan doen’. Het heerlijke van dat bezit is, dat je ondervindt, wanneer er tijden van ernstige ziekte komen, zoodat men zelfs té ziek is om uit Gods Woord te horen voorlezen, dat die liederen als een zachte balsem uit je ziel opwellen en je oneindig vertroosten. Dat heb ik tenminste overdadig mogen ondervinden.
***
Op 2 februari 1876 deed dr. Ph. J. Hoedemaker intrede in de Nieuwe kerk te Amsterdam met een preek over Romeinen 1:14. Een fragment:
Is het symbool van het Evangelie niet een kruis; een kruis niet met rozen – zinnebeeld van het menschelijk leven, en daarom eene beleediging van het kruis – maar het kruis van Golgotha, maar het kruis als vloekhout, waaraan de vernederde, de in zijne vernedering verhoogde Verlosser werd geslagen, opdat God rechtvaardig kon zijn en rechtvaardigend ieder die in Christus gelooft? Is het niet aan den voet van dat kruis, dat de gemeente zich plaatst en juicht:
Onze wonden zijn verbonden,
Onze zonden zijn verslonden
En der slangen kop verplet?
Predik dat kruis, Petrus! Aan de mannen van Jeruzalem; en van de lippen eens geopend om te roepen: ‘Laat hem gekruisigd worden!’ zal de vraag worden vernomen: ‘Mannenbroeders, wat zullen wij doen?’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's