De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE VERKIEZINGSLEER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VERKIEZINGSLEER

Katholieke gereformeerde theologie [3, slot]

8 minuten leestijd

De gereformeerde theologie is qua intentie en pretentie katholieke theologie. Dat geldt natuurlijk ook voor de protestantse kerken in de tijd van de Reformatie. In de belijdenisgeschriften is de katholiciteit een speerpunt.

Volgens de Augsburgse Confessie (1530) wijken de evangelische kerken in geen enkel geloofsartikel af van de katholieke kerk, maar verwijderen zij slechts een aantal misbruiken. De Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561) stelt: ‘Wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van ware gelovige christenen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus.’ Het verwijt dat de Reformatie schismatiek is, werd van protestantse zijde weersproken met een verwijzing naar de continuïteit met de apostolische leer en met de concilies van de Vroege kerk.

PREDESTINATIELEER

Je kunt de katholiciteit van de gereformeerde theologie natuurlijk heel formeel benaderen. De gereformeerde theologie is katholiek, omdat zij altijd vanuit God denkt of omdat zij vanuit Gods openbaring een verband wil leggen tussen de theologie en alle andere wetenschappen.

Maar er zijn ook inhoudelijke punten die typisch of zelfs exclusief lijken te zijn voor de gereformeerde theologie en dus haaks lijken te staan op die katholiciteit, zoals de predestinatieleer van de Dordtse Leerregels. Op het eerste gezicht lijkt de synode van Dordrecht de positie van de internationale gereformeerde kerken af te schermen tegen die van de remonstranten en natuurlijk op de achtergrond tegen die van de lutheranen en de rooms-katholieken.

Toch sluit juist de Dordtse verkiezingsleer bij nader inzien aan bij de geloofsleer van de kerk van alle tijden. De katholieke kerk had immers in navolging van Augustinus het pelagianisme als ketterij veroordeeld. Je mag in de katholieke kerk niet leren dat het heil afhankelijk is van de mens, want dan zet je de zaligheid op het spel en doe je de eer van God tekort. De Reformatie begon met een herontdekking van de paulinische en augustijnse genadeleer tegenover allerlei vormen van synergisme in de kerk van de Middeleeuwen.

IN LIJN MET PAULUS

Sommige scholastieke theologen uit de Middeleeuwen leerden weliswaar niet zoals Pelagius dat de mens zelf door zijn vrije wil in staat was om zondeloos te leven, maar wel dat hij het goede kan doen als God hem helpt.

Het heil werd in dit scholastieke systeem afhankelijk gemaakt van het juiste gebruik van de wilsvrijheid. God helpt alleen degenen die door Hem geholpen willen worden.

Dat is ook wel zo, maar op de vraag waar dat geholpen willen worden dan vandaan kwam, gaf het semi-pelagianisme een ketters antwoord, namelijk van de menselijke wil zelf.

De Reformatie stelde daar tegenover dat de mens helemaal niet geholpen wil worden, tenzij zijn wil bevrijd wordt door Gods genade. De gereformeerde theologie van de Dordtse synode staat helemaal in lijn met Paulus, Augustinus en Luther. Er is eigenlijk niets gereformeerds aan. In de positie van de remonstranten – God verkiest degenen van wie Hij weet dat zij zullen gaan geloven – zien de gereformeerden terecht een herleving van het oude semi-pelagianisme en dat is niets anders dan een door de Vroege Kerk afgewezen ketterij.

ONGELIJKSOORTIG

In de Synopsis (1625) legt de Leidse hoogleraar Antonius Walaeus dat genuanceerd uit als hij stelt dat sommigen ‘die leden van de gereformeerde kerk willen zijn’ van mening zijn dat ‘God niemand definitief heeft uitverkoren, van wie Hij het geloof en de volharding niet van tevoren voorzag’ (Synopsis purioris theologiae (SPT) 24.34). De remonstranten zouden met hun ideeën over het vooruitgezien geloof nog wel acceptabel zijn als zij maar erkenden ‘dat het geloof en de volharding in het geloof louter gaven van God zijn…’ Maar omdat zij vinden dat geloof en volharding ten dele – en wel voor het beslissende deel – ook uit de vrije wil van de mens ontstaan, komt hun positie uiteindelijk op precies hetzelfde neer als de oude ketterij van Pelagius.

Anderzijds probeert de Synopsis op het punt van de predestinatie misverstanden te voorkomen. De positie van het supralapsarisme wordt afgewezen. God heeft niet zomaar mensen als schepselen uitverkoren of verworpen, maar Hij heeft gevallen zondaren uitverkoren. Verkiezing en verwerping zijn ongelijksoortig, er is geen parallellie. Het oordeel over de ongelovigen is geen rechtstreeks gevolg van hun verwerping, maar een rechtstreeks gevolg van hun zonde en ongeloof. De verwerping is het ‘voorbijgaan’ van hen die niet zijn uitverkoren. God heeft besloten om sommigen in de ellende te laten, waarin zij zichzelf gestort hebben (DL I.15). Ook in de milde formulering van de predestinatieleer blijkt de katholiciteit van de gereformeerde theologie.

EVANGELICALS

Uiteindelijk gaat het bij de predestinatie om de glorie van God in de genadige verlossing van volstrekt verloren zondaren. Die passie voor God zet de toon van de katholiciteit van de gereformeerde theologie.

Veel evangelische christenen zien dat uitgangspunt in Gods soevereiniteit niet zo zitten. Zij beginnen bij de mens en zijn of haar ervaring of nood. God sluit daar dan naadloos bij aan en vervult al onze begeerten. Dat doet Hij inderdaad, maar toch op een andere manier dan wij geneigd zijn te denken. Hij laat ons allereerst zien dat onze grootste nood is dat we Hem uit het oog verloren hebben.

Overigens is er in internationaal verband bij de evangelicals een beweging terug naar de bronnen van de Reformatie. Er is in pinksterkringen behoefte aan theologische doordenking en vaak wordt dan teruggegrepen op de klassiekers uit de gereformeerde traditie. Het is mooi als mensen die niet van huis uit met de gereformeerde theologie vertrouwd zijn, de waarde ervan inzien, maar triest dat degenen die erbij opgevoed zijn, er vaak afstand van nemen.

DETERMINISME

De predestinatieleer is geen vorm van determinisme, omdat Gods almacht, alwetendheid en alomtegenwoordige voorzienigheid de menselijke vrijheid niet uitsluiten, maar omsluiten, zij het op een voor ons ondoorgrondelijke wijze. Of om het met de woorden van Walaeus te zeggen: ‘De mens doet in vrijheid wat hij doet, omdat God besloten heeft dat hij dat en niet iets anders in vrijheid zou doen.’ Wie daartegen het bezwaar maakt dat zoiets onbegrijpelijk is, krijgt als antwoord dat de wegen en de werkingen van Gods oneindige kracht en wijsheid ook niet volkomen begrepen kunnen worden door een beperkt en eindig intellect. Met andere woorden, God is God en wij kunnen niet uitleggen hoe Zijn alwetendheid – laat staan Zijn voorzienigheid – zich met echte vrijheid verdraagt, maar dat wil nog niet zeggen dat er in Hem een tegenstelling is tussen die twee.

God haat het kwade, want Hij is heilig en de mens heeft er in vrijheid voor gekozen om God als Vader de rug toe te keren. Maar dat wil volgens Walaeus niet zeggen dat de zondeval God is overkomen. God wist niet alleen dat het gebeuren zou, maar bepaalde het in Zijn voorzienigheid ook, of liever gezegd, Hij liet het toe. God voorzag in het oneindige licht van Zijn kennis dat de naar Zijn beeld geschapen mens zijn vrije wil zou misbruiken, maar wilde om Zijn gerechtigheid en barmhartigheid aan het licht te brengen liever uit het kwade – de zonde – het goede – de verlossing – voortbrengen dan niet toe te laten dat er kwaad zou zijn, schrijft hij met een verwijzing naar Augustinus (SPT 24.23).

SPIRITUALITEIT

Juist in de spiritualiteit is de gereformeerde theologie echt katholiek. Het geloof in Gods soevereiniteit leidt tot een diep besef van Gods heiligheid. Waar God op het hoogste verheerlijkt wordt, daar hoeft de mens nog niet – zoals men vroeger wel beweerde – op het diepst vernederd te worden, tenminste niet als mens, als schepsel van God.

Maar daar komt de zonde als opstand tegen God wel het scherpst aan het licht en wordt de gevallen mens beroofd van alle onterechte zelfvertrouwen en op God geworpen als enige fundament van het heil. Zo – op God geworpen en volstrekt van God afhankelijk – herkrijgt de gevallen mens zijn echte menszijn en zijn diepste vrijheid in kinderlijke afhankelijkheid van God.

Goed verstaan biedt de predestinatieleer – in een moderne en postmoderne context – de enige echte houvast en bestaanszekerheid. Als we niet excentrisch leren leven en denken, dan zijn we gedoemd om in en met onszelf te smoren en om te komen.

DIEPE VREUGDE

De gereformeerde notie van de gemeenschap met God in Christus door de Heilige Geest is de bron van onuitsprekelijke en heerlijke vreugde. Blijdschap is misschien niet de eerste associatie bij de gereformeerde spiritualiteit, maar dat is een onterecht beeld. De blijdschap is misschien niet zo uitbundig, maar zit wel diep, omdat de geestelijke vreugde wortelt in de gemeenschap met God in Christus door de Heilige Geest. De unio mystica, de verborgen verbinding met Christus als Middelaar, geeft de gereformeerde christen een diepe en innige vreugde in God.

Zoals de vlieger aan de vliegeraar trekt door het nauwelijks zichtbare vliegertouw, zo verbindt de Heilige Geest ons door het geloof onlosmakelijk met Christus en trekt Hij ons naar Hem toe. Daarom is de vreugde in de gereformeerde spiritualiteit vooral verbonden met de overdenking van het toekomende leven. Of zoals de Heidelbergse Catechismus het zegt: ‘Welke troost put u uit het artikel over het eeuwige leven? Dat ik, aangezien ik reeds nu in mijn hart het begin van de eeuwige vreugde gevoel, na dit leven de volkomen zaligheid zal bezitten, die geen oog gezien, geen oor gehoord heeft en die in geen mensenhart is opgekomen, om God daarin eeuwig te prijzen.’ Dan zal de kerk werkelijk katholiek zijn en de theologie van pelgrims overgaan in de theologie van de aanschouwing. Dan zal ook blijken hoe katholiek de gereformeerde theologie werkelijk is.

Prof. dr. H. van den Belt is bijzonder hoogleraar namens de Gereformeerde Bond aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DE VERKIEZINGSLEER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's