EEN KOSTBAAR BEZIT
Dr. G. van den Brink onderbouwt katholieke karakter van Dordt
De Dordtse Leerregels zijn niet exclusief gereformeerd, maar ze dragen een katholiek christelijk karakter. Dat is een van de hoofdpunten die dr. G. van den Brink terecht betoogt in Dordt in context. Gereformeerde accenten in katholieke theologie.
Ter gelegenheid van de herdenking van vierhonderd jaar Dordtse Leerregels heeft prof. Van den Brink in de Artios-reeks een mooi boek geschreven dat de historische omstandigheden en de theologische accenten van de Leerregels helder belicht.
De geschiedenis van de Dordtse synode is vaker opgeschreven, maar dat moet blijven gebeuren om deze kennis levend te houden.
Beknopt schetst de hoogleraar de doorgaande lijnen vanuit de Vroege kerk (met name Augustinus), via de Middeleeuwen en de Reformatie tot aan de synode van Dordrecht. In heel de geschiedenis tekent zich een strijd af tussen twee lijnen: enerzijds de lijn die vooral het menselijke aandeel in de redding benadrukt, en anderzijds de lijn die meer nadruk legt op het handelen van God in dit alles.
KATHOLIEKE ERFENIS
Een van de hoofdpunten uit het boek, zelfs verwoord in de ondertitel, is het katholieke karakter van de Dordtse Leerregels. Van den Brink keert zich terecht tegen de populaire gedachte dat de leerregels een soort gereformeerde specialiteit van het huis opdissen, die elders in de christelijke wereld niet gepruimd wordt. Het gaat om de katholieke erfenis van Augustinus’ theologie.
Verhelderend is in dat verband de parallelle discussie in roomskatholieke kring rond het jansenisme. Die controverse leidde pas in 1723 tot een kerkscheuring, maar de voorafgaande discussies rond de theologische faculteit in Leuven vonden plaats rond de tijd van de arminiaanse twisten (en begonnen zelfs nog iets eerder).
Ze werden opgeroepen door dezelfde theorie van middenkennis die ook Arminius hanteerde en die was uitgedacht door de jezuïet Luís de Molina. De strijd tussen Augustijnen en jezuïeten werd met soortgelijke argumenten gevoerd als het debat tussen contraremonstranten en remonstranten, zij het met een verschillende uitkomst.
HISTORISCHE CONTEXT
Van den Brink heeft niet alleen oog voor de theologische, maar ook voor de bredere historische context waarin de synode van Dordrecht opereerde. De vraag naar het eeuwig heil van jonggestorven kinderen bijvoorbeeld was indertijd van enorm belang, omdat in vrijwel elk gezin wel gaten geslagen waren door de vroegtijdige dood van kinderen. Arminius’ eigen ouderlijk gezin was door de Spanjaarden uitgemoord, toen ze zijn vaderstad Oudewater in 1575 hadden ingenomen. Uiteraard spelen zulke persoonlijke en biografische gegevens een grote rol bij theologische discussies.
In overeenstemming met de huidige stand van het (voortgaande) onderzoek naar de synode staat Van den Brink ook stil bij de rol van de buitenlandse afgevaardigden. Vooral de Engelse afgevaardigden hebben zijn sympathie, omdat zij meermalen als oliemannetjes functioneerden tussen de hardliners uit de Zuidelijke Nederlanden enerzijds en de afgevaardigden uit Bremen anderzijds, die zo mild wilden zijn voor de remonstranten dat ze zelf van verkeerde theologische opvattingen werden verdacht.
PASTORALE TOON
Het Evangelie dat de Dordtse Leerregels verwoorden, komt in dit boek helder naar voren, al is een minpuntje dat de leerregels zelf wel erg beknopt worden weergegeven en geanalyseerd.
Dat was echter niet de belangrijkste doelstelling van het boek, dat de leerregels juist vanuit de context wil benaderen. De theologie van de Dordtse Leerregels komt in kort bestek toch wel aan de orde.
In het licht van de context van conflict is de pastorale toon van de leerregels opvallend. Bovendien zet elk hoofdstuk van de Dordtse Leerregels in bij de huidige situatie waarin wij mensen ons volgens de Bijbel bevinden: door eigen schuld zijn wij ten prooi geworden aan het kwaad, waarvan we onszelf niet kunnen verlossen.
Daarmee heeft de Dordtse synode de verleiding weerstaan om direct over de eeuwigheid te beginnen. Die komt wel ter sprake, maar er wordt steeds ingezet bij de menselijke verlorenheid en Gods genade. In dat licht komen Gods onvoorwaardelijke verkiezing (hoofdstuk I), de reikwijdte van het verzoeningswerk van Christus (hoofdstuk II), de kracht van Gods genade en de wedergeboorte (hoofdstuk III/IV), en de volharding der heiligen (hoofdstuk V) aan bod.
ZWAKTE
Het opvallende hoofdstuk III/IV toont al aan dat de Dordtse synode de agenda voor het opstellen van de leerregels door de tegenstanders liet bepalen. Daar zit volgens Van den Brink dan ook een zwakte van de leerregels. Zoals Kohlbrugge al zei, hadden de Dordtse vaderen Arminius ‘in de ribben’ moeten aanpakken, dus bij zijn rechtvaardigingsleer, die neerkomt op een ongereformeerde samenwerking van God en mens.
Ook uit Van den Brink zich kritisch over sommige abstracte uitdrukkingen in de leerregels, die er ondanks de pastorale toon in te vinden zijn. Daarnaast wordt verkiezing niet, zoals in de Heidelbergse Catechismus, aan de kerk verbonden. Al valt het de opstellers slechts ten dele aan te rekenen, de leerregels hebben wel bijgedragen aan de beeldvorming dat het gereformeerde christendom vooral draaide om verkiezing en verwerping.
Van den Brink stelt daar overtuigend tegenover dat deze leer zeker geen centraal dogma was, en dat de inhoud van de leerregels katholiek christelijk is, zij het gestempeld door de eigen context.
LIEFDE
In het laatste hoofdstuk gaat Van den Brink na hoe verkiezing in de Bijbel ter sprake komt: als verkiezing tot dienst, verkiezing van Israël en verkiezing van het verachte en nederige. Verkiezing is zo de concrete gestalte van Gods liefde in de geschiedenis.
In vergelijking met de Dordtse Leerregels valt op dat het Nieuwe Testament meer vanuit het einde dan vanuit het begin denkt en dat de spanning tussen tijd en eeuwigheid anders ligt, maar als pleidooi voor het God-zijn van God gaan de leerregels in een voluit bijbels spoor.
SAAIE TITEL
Dit boek is helder geschreven en voor een breed publiek toegankelijk. Om de prijs hoeft ook niemand het te laten liggen.
Het is wel jammer dat de creativiteit kennelijk op was toen de gruwelijk saaie titel bedacht werd. Dat de ondertitel hetzelfde luidt als de titel van een van de hoofdstukken, verdient ook geen schoonheidsprijs. Of de foto van de Dordtse kerk op het omslag de brede doelgroep aanspreekt die dit boek vanwege de inhoud verdient? Ter relativering: de Dordtse Leerregels zelf kwamen ook onder een saaie titel en zelfs zonder plaatjes tot ons, terwijl de inhoud ons na vierhonderd jaar nog bezighoudt.
Dr. A. Huijgen is hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.
N.a.v. Dr. G. van den Brink, ‘Dordt in context. Gereformeerde accenten in katholieke theologie’ (Artios-reeks), uitg. Groen, Heerenveen; 196 blz.; € 13,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's