De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EEN PARADOXAAL BESTAAN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN PARADOXAAL BESTAAN

Hongaarse dr. Tatai geeft verrassende kijk op beloften voor Israël

7 minuten leestijd

Jeremia 31 en Hebreeën 8 lopen parallel wat betreft het nieuwe verbond met ‘Israël en Juda’. De belofte van het nieuwe verbond bij Jeremia wordt in het Nieuwe Testament letterlijk herhaald.

Voor deze visie vroeg ik aandacht tijdens de Mátraháza-conferentie 2018 (zie kader). Een van de thema’s was ‘Kerk en Israël’ en zelf hield ik daar een korte inleiding over ‘Israël in het Oude Testament en in het Nieuwe Testament’. Ik geef slechts de insteek ervan weer.

Prof. dr. C. Graafland, hoogleraar van de Gereformeerde Bond, heeft zijn visie daarover ooit vastgelegd in een boek met de veelzeggende titel Het vaste verbond.

Ooit sloot God een verbond met Abraham en zijn nageslacht, een eeuwig verbond, met zelfs de belofte erbij dat zij het land Kanaän tot een eeuwig bezit zouden krijgen (Gen.17:8).

Graafland betoogt dat in de loop der eeuwen het volk Israël soms op de nominatie stond om door God verworpen te worden vanwege ongehoorzaamheid, afvalligheid. Maar dan wijst hij op het woord van de profeet Zacharia (1:17). ‘De Heere zal Sion nog troosten en Jeruzalem nog verkiezen.’ Graafland sprak aangaande Israël over een niet-vervulde rest van het Oude Testament.

THEOLOGISCHE AARDSCHOK

Van Hongaarse zijde leidde dr. István Tatai het thema in. Deze Hongaarse predikant promoveerde in 2008 aan de theologische faculteit van de gereformeerde Károli Gáspár Universiteit in Boedapest magna cum lauda (met grote lof) op dit thema. In 2010 verscheen een Engelstalige editie van zijn proefschrift. Zijn lezing vormde er een beknopte samenvatting van.

De inhoud toont een verrassende overeenkomst met de inleiding van ondergetekende. Aan het slot van de bijeenkomst leidde dat tot een stevige Hongaarse omhelzing. Er gebeurde iets.

Ik laat de lijn van zijn proefschrift hier volgen. Tatai geeft aan dat de Holocaust en de daaropvolgende vestiging van de staat Israël voor ‘een theologische aardschok’ hebben gezorgd. Er kwam een nieuwe opening voor de uitleg van de Schrift inzake Israël. Gedurende de Tweede Wereldoorlog kwamen de kerken niet tot de hoogte van hun roeping, maar vervolgens ontstond er wel een breed gedragen schuldbesef met betrekking tot hun verantwoordelijkheid.

Het theologische zicht op het Joodse volk wijzigde. ‘Israël heeft een valide verbond met zijn God, dat niet is herroepen door Hem, zelfs niet na de dood van Jezus aan het kruis.’ De meeste kerken namen derhalve afstand van hun vroegere ‘theologie van miskenning’, vele gaven ook elke vorm van zending onder de Joden prijs.

VOL TEGENSTRIJDIGHEDEN

Toch valt ook allerwegen een onzekerheid te ontwaren met betrekking tot de theologische verankering van de kerken ten aanzien van hun verhouding tot het Joodse volk. Tatai laat in zijn dissertatie allerlei positiebepalingen de revue passeren, met inbegrip van de polarisatie die alom aan het licht treedt. De centrale notie in zijn boek is dan ‘Israëls paradoxale bestaan’. Het bijbels getuigenis aangaande Israël lijkt namelijk vol tegenstrijdigheden, maar die tegenstrijdigheden worden overstegen. Ik citeer (vertaal) nu letterlijk:

‘De schijnbare tegenstrijdigheid ten spijt, drukken zij (de Schriftgegevens, vdG) de ene waarheid uit, die gerealiseerd wordt op de as van de tijd van Genesis tot de apocalyptische toekomst. Israëls leven is een paradoxaal bestaan, omdat telkens twee tegenstrijdigheden (Tatai noemt zeven paren, zie kader) duidelijk aanwezig zijn in de bijbelse openbaring.’

EÉN ZIJDE

‘Enigszins ter verdediging van de gedeeltelijke waarheid in vroeger theologisch denken, moet worden vastgesteld dat in de meeste gevallen theologische modellen geen valse zaken met betrekking tot Israël hebben aangeduid, maar zij omvatten louter één zijde van de tegenstrijdigheden die in de Bijbel worden gevonden.

Evenwel leidde deze vergissing tot fatale misverstanden en brute gebeurtenissen in de geschiedenis en kan zij dat ook zo doen in de toekomst. Het paradoxale bestaan van Israël zal een mysterie blijven. De sterke spanningen en tegenstrijdigheden van zijn bestaan in de bijbelse openbaring moeten worden gehandhaafd en tezamen worden gezien tot de wederkomst, als elke paradox zal worden opgelost.’

WOORDEN VAN GETUIGENIS

Intussen zegt Tatai dat de kerk zichzelf nooit kan definiëren los van Israël. Joden en de volkeren uit de heidenen leven samen in liefde door de Christus-Messias.

‘Ze leven samen met hun afzonderlijke identiteit, maar toch geïntegreerd in het ene lichaam van Christus.’ Aan het eind van de Bijbel wordt Jezus nog genoemd de Leeuw van Juda en de Zoon van David. Het voert te ver dit hier nader uit te leggen. Maar Tatai besluit dan als volgt:

‘Israël blijft Gods verkoren volk. Ze zijn verhard om onzentwil, omwille van de volkeren uit de heidenen (ook), maar God herriep nooit een van Zijn beloften die aan hen gegeven werden. Ze ontvangen ook redding in hun (eigen) Messias: een gebeurtenis die collectief plaatsvindt in het eschaton. Tot die tijd zullen de gelovigen uit de heidenen en de Joodse gelovigen, dat wil zeggen, de Kerk levend in het nieuwe verbond, zich verplichten tot liefdevolle en echte woorden van getuigenis tot hun Joodse broeders en zusters, soms tot uitdrukking komend in gebeden onder tranen, soms in een omarming.’ Christenen zijn niet geroepen de Joden te nodigen tot een vreemd verbond, maar tot een dieper niveau van het abrahamitisch verbond ‘in Jezus’, dat wil zeggen, hun eigen olijfboom (Rom.11).

Tatai besluit met te zeggen dat kerk en Israël een gemeenschappelijk toekomstig perspectief delen, dat wordt beschreven in beelden van ‘de ene olijfboom, de ene bruid, de ene schaapskooi en de ene herder (Joh.10:16)’.

Hij zegt bovendien dat de tijd rijp is om dieper te delven in de Joodse geschiedenis, met name ook binnen het academisch curriculum, en daarbij ook aandacht te geven aan de Messiasbelijdende Joden. Waarvan akte.

DUBBELHEID

Ik volsta met nog een citaat met betrekking tot de paradox: ‘Aan de ene kant zal God voorzien in een toekomstige redding van de Joden (Rom.11:26), terwijl dat aan de andere kant niet afdeed en -doet aan de noodzaak van het apostolische getuigenis (Hand.2) en aan de onder tranen uitgesproken gebeden voor hen.’ (Rom.9:1-2)

Inderdaad, in de brief aan de Romeinen (9-11) is Paulus enerzijds vol van verwachting voor zijn eigen volk, op grond van de verkiezing en het doorgaande verbond, terwijl hij anderzijds spreekt van ‘een grote bron van droefheid’ en ‘een voortdurende smart van mijn hart’.

Die dubbelheid moeten we laten staan. Daarvan legt deze fraaie dissertatie van onze Hongaarse broeder op overtuigende wijze getuigenis af. Tegelijk overstijgt hij hiermee in zekere zin een polarisatie waarbij men zich aan weerszijden van de polarisatielijn eenzijdig op Schriftplaatsen beroept. De twee zullen wel samen komen in, zoals Tatai aangeeft, de Christus-Messias. De toekomst zal het leren.

Dr. ir. J. van der Graaf uit Huizen is oud-algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond.


ZEVEN PARADOXEN

1. Paulus ziet zijn Joodse volksgenoten buiten de zaligheid (Rom.9:3; 10:1).Toch zijn zij collectief heilig (Rom.11:16).
2. Ze zijn vijanden aangaande het Evangelie. Toch zijn ze geliefden om der vaderen wil (Rom.11:28).
3. Sommige leden van Israël zijn afgesneden van de Olijfboom (Rom.11:20).Toch heeft God hen niet verworpen (Rom.11:1-2).
4. Ze zijn een ongehoorzaam en tegensprekend volk (Rom.10:21).Toch zijn ze Israëlieten (Rom.9:3-4) en heeft God Zijn gaven niet van hen weggenomen (Rom.9:4-5; 11:20).
5. De toorn van God is over hen gekomen tot het einde (1 Thess.2:14-16).Toch zal uiteindelijk heel Israël zalig worden (Rom.11:12,24,26; 2 Kor.3:16).
6. Ze hebben Jezus gedood (1 Thess.5:15). – De kwestie van de vrije wil (Hand.4:27).Toch stierf Jezus door de wil van God (Hand.4:27-28). – De kwestie van de predestinatie.
7. Ze zijn alle mensen vijandig gezind (1 Thess.2:14-16).Toch is het grootste goed door hen gekomen en zal het komen tot de wereld (Rom.11:15).


MÁTRAHÁZA

In overleg tussen het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en de Hongaarse bisschop István Szabó (Boedapest) is sinds 2009 vijf maal een conferentie van Hongaarse predikanten en predikanten uit Nederland gehouden in het Hongaarse conferentieoord Mátraháza, 70 kilometer buiten Boedapest. In een later stadium werden deze conferenties mede gedragen door de Stichting Hulp Oost-Europa. Ook vond er tweemaal een dergelijke conferentie in Nederland plaats.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

EEN PARADOXAAL BESTAAN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's