De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

3 minuten leestijd

In Ons Amsterdam van 1 januari 1986 (jaargang 38) werd uitvoerig stilgestaan bij de Doleantie, honderd jaar daarvoor. Over de bewuste ‘paneelzagerij’:

Onder aanvoering van professor Rutgers neemt het zestal dat wij nu ‘krakers’ zouden noemen bezit van de Nieuwe Kerk, waar men al spoedig problemen heeft met de hermetisch afgesloten en zorgvuldig gepantserde deur die niet geopend kan worden omdat dominee Westhoff, door zijn tegenstanders als snel voor Woesthoff uitgekreten, de sleutel bij zich heeft gestoken. Toch slaagt men erin de deur te openen, maar dat gaat ten koste van een deurpaneel.

Wie deze toegang forceerde is achteraf niet duidelijk gebleken. Aanvankelijk schuift men deze handeling in de schoenen van Kater, Poesiat en Van den Akker maar dezen ontkenden deze daad, erop wijzende dat men daarvoor een smid genaamd Lamvertu had opgetrommeld. Anderen beweerden dat deze ‘paneelzagerij’ het werk is geweest van de weliswaar veelzijdige, maar nooit als smid of slotenmaker opgeleide professor Kuyper, die het vooral in spot- en schimpbladen als ‘de Asmodee’ en ‘Uilenspiegel’ zwaar te verduren krijgt.

[Op de afbeelding] worden de drie professoren afgebeeld via een politieke karikatuur, die hen toont met allerlei inbrekerswerktuigen en die vergezeld gaat van de strofe uit Joost van den Vondel’s ‘Gijsbrecht van Aemstel’:

Zij schieten derwaerts aen.
Als tijgers, die bij nacht van honger uitgejaecht
Gebeten zijn op roof. Zij stormen onversaeght
Met boomen op de deur, om ’t al voor God te waegen.

***

In het recent uitgegeven boek Ramp of redding? 200 jaar Algemeen Reglement voor het Bestuur der Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden 1816-2016 (Boekencentrum, Utrecht) schrijft Jan Smelik een artikel onder de titel ‘Op zoek naar een “betamelijke uitoefening van de Openbare Godsdienst” rond 1816’. Over ‘Orgels’ schrijft hij:

De orgelbegeleiding was aan het begin van de negentiende eeuw nog lang niet overal gebruikelijk. Er waren kerken waar dan wel een orgel aanwezig was, maar waar niemand het kon bespelen. In andere kerken bestonden zoveel bezwaren tegen het liturgisch gebruik van muziekinstrumenten, dat het orgel ongebruikt bleef.

Een voorbeeld van iemand die opponeerde tegen het orgelgebruik, was Johan Willem Vijgeboom (ca. 1770-1845), een ongeletterde tuinmansknecht en tuinier, die wel de ‘voorloper van de Afscheiding’ genoemd wordt en als ‘oefenaar’ de kerk op stelten zette in Friesland en het Zeeuwse Axel. In zijn pamflet tegen de Evangelische Gezangen uit 1820 schrijft hij over melodieën die aan de ‘afgodische Roomsche Kerk’ doen denken. Hij vervolgt dan (in bijna onleesbare stijl, v.d.G.):

Hier komt bij, dat eenige verontwaardiging verdienende, maar tevens medelijdenswaardige menschen, zich beijveren, de Liederen mooi, gelijk zij zich inbeelden te doen, zingen, waartoe hun al dikwijls eene handeling wordt gegeven door het theatrale en geenszins in Gods huis voegende toongeluid des Orgels, voortgebragt door sommige (zou zij noemen) hiermede hunne kunst aan het licht brengende Organisten, en geensints voor hunnen geest brengen noch houden, dat God (als is het zingende) in geest en waarheid wilt gediend zijn, maar in plaats van dit maken zij een allerërgerlijkst geluid in de ooren van den waren godsdienstigen, en voor het overige strelen en wekken zij de ijdelijkheid op bij zichzelven en bij anderen.

(...) Een goede indruk van hoeveel hervormde kerken geen orgel bezaten krijgen we uit een artikel van predikant Hendrik Marinus Christiaan van Oostermeer (1806-1877) in het tijdschrift Stemmen voor Waarheid en Vrede uit 1869. (...) Landelijk gezien komt het er op neer dat 48 procent van de hervormde kerken een orgel bezat. Dit percentage geldt uiteraard voor 1869, en zal rond 1800 waarschijnlijk lager gelegen hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 september 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's