De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PLEIDOOI VOOR DE BIECHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PLEIDOOI VOOR DE BIECHT

Zonde en schuld belijden geeft innerlijke vrede

7 minuten leestijd

Hoe moeilijk is sorry zeggen? Dat is minder lastig dan je denkt. Ga maar eens na hoe vaak we het zelf op een dag zeggen. Maar sorry zeggen is nog heel iets anders dan schuld belijden.

Bagatelliseren we zelf op dit punt ook niet al te vaak? Men zou de pastoraal bedoelde opmerking dat ‘wij toch allemaal zondaren zijn’ misschien wel de grootste dooddoener aller tijden kunnen noemen. We zouden op grond van de Bijbel beter moeten weten.

Wat de zaak nog gecompliceerder maakt, is dat schuld niet eens altijd als zodanig ervaren wordt. Het is niet de eerste keer dat na een ernstige val in de zonde mij (haast verontschuldigend) wordt toegevoegd: ‘Ik had het ook graag anders gezien, dominee, maar ik wist van tevoren toch niet dat de zaken zo lopen zouden.’ Alsof we erbij stonden en ernaar keken.

IN DE DOOFPOT

Volgens de nieuwtestamenticus Klaus Berger is het verdwijnen van de biecht een gevolg van de Verlichting. De verlichte mens wenst zich niet meer voor het aangezicht van de priester of dominee over zijn zonden, tekorten en falen uit te spreken. Biecht wordt gezien als een vorm van onmondigheid, waarvan we inmiddels verlost zijn.

Toch is er met het verdwijnen van de biecht iets belangrijks verloren gegaan. De achttiende-eeuwse wetenschapper en schrijver Johan Wolfgang von Goethe – kortweg Goethe – stelde al vast dat men de protestanten de biecht niet had mogen ontnemen. Wie in gesprek raakt met gemeenteleden, al dan niet in crisissituaties van het leven, merkt keer op keer op hoeveel schuld en zonde nog verborgen liggen én het graf mee ingaat. Er zijn zo ontzettend veel doofpotten in gezinnen en families. Wat wordt er in rouwdiensten soms veel gelogen. Met alle gevolgen van dien.

Soms ‘reizen’ de zonden mee de geslachten door. Aangrijpend is het om te zien hoe een bepaalde zonde een gezin of familie in de greep houdt, de verhouding tussen ouders en kinderen onder ondragelijke spanning brengt.

Hoewel het een iets andere interpretatie van het tweede gebod is, moet ik in dit verband dikwijls denken aan de zonden van de vaderen, die worden bezocht aan de kinderen tot in het derde en vierde geslacht.

Wat is het heilzaam deze vicieuze cirkel te doorbreken, met en voor elkaar de dingen eens eerlijk uit te spreken, letterlijk bij naam en toenaam te noemen. Zo’n gesprek onder vier ogen voeren we in het besef dat er een Derde in het gesprek meedoet en mét de heilrijke belofte: Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. (1 Joh.1:9)

ZONDE EN SCHULD

Juist wanneer we over vergeving spreken, dient de vraag van zonde en schuld zich levensgroot aan.

De hervormde kerkelijk hoogleraar A.A. van Ruler stelde ooit dat de vergeving van de zonden een noot is die men niet zomaar gekraakt heeft. Vergeving veronderstelt immers dat ik een zondaar ben, iemand die de zaak voor God en de medemens grondig verprutst en verknoeid heeft. Zonde is geen bagatel of vergissing, een zwakheid of tragedie, maar zonde is dat we God op het hart trappen. Het is een regelrechte overtreding.

Volgens de anglicaanse theoloog J.I. Packer is het kennis krijgen van de zonde onze eerste levensbehoefte. Deze gewaagde uitspraak heeft het bijbelse getuigenis mee. Het Oude Testament kent maar liefst vier werkwoorden om de zonde te typeren. De grote gemene deler hierin is dat het actieve begrippen zijn. Zondigen is een wérkwoord.

Opmerkelijk genoeg houdt het Nieuwe Testament feitelijk maar één woord voor de zonde over, dat – óók opmerkelijk – dikwijls in het enkelvoud wordt gebruikt. Je zou kunnen zeggen dat er een toespitsing en intensivering plaatsvindt. Deze concentreert zich in én ontlaadt zich op Hém, het Lam van God dat de zonde (enkelvoud!) van de wereld wegneemt (Joh.1:29).

HOOGSTPERSOONLIJK

Is er in het Oude Testament dikwijls sprake van een collectieve schuldbelijdenis (bij de profeten bijvoorbeeld), in het nieuwtestamentische getuigenis is het meestal hoogstpersoonlijk getoonzet. ‘O, God, wees míj, de zondaar, genadig.’ (Luk.18:13) De Bijbel staat hiermee haaks op de huidige (kerkelijke) cultuur waar zonde nog maar al te vaak wordt gedefinieerd in collectieve termen.

Van de Britse schrijver C.S. Lewis is de uitspraak dat de in zonde gevallen mens niet slechts een onvolmaakt wezen is dat verbetering behoeft. Het is veel erger. De zondaar is een rebel die zijn wapens ogenblikkelijk moet neerleggen. Zijn we ons genoeg bewust van de zondigheid van de zonde? Het wordt in de kerk weer eens hoog tijd voor een gezonde bijbelse theologie over de zonde, en over genade en vergeving.

HERNIEUWD PLEIDOOI

In het licht van wat er tot nu toe gezegd is, zou ik een hernieuwd pleidooi willen voeren voor de biecht. Daarin ben ik niet de eerste. Wie Calvijn hierover naleest in zijn Institutie (boek III, 4-19), vindt daarin voldoende aanzetten om na te denken over vormen van pastoraal handelen waarin zonde en schuld, maar óók genade en vrijspraak, ter sprake worden gebracht.

Bonhoeffer beijverde zich ook zeer om te komen tot een vorm waarbij broeders en zusters uit de gemeenschap elkaar hun zonden kunnen belijden. In zijn Leven met elkander schrijft hij daarover behartigenswaardige dingen. Wie met zijn kwaad alleen blijft, blijft helemaal alleen. We durven geen zondaren te zijn en daarom zijn we zo eenzaam. Willen we een broeder voor elkaar zijn, dan betekent dit dat ik bereid moet zijn de zonden van de ander aan te horen, zodat de ander niet met zijn zonde alleen blijft.

VOOR GOD EN MENSEN

Is het belijden van onze zonden tegenover de Heere makkelijker dan tegenover de mensen? Dat lijkt vaak wel zo te zijn. Mensen zeggen nogal eens: ‘Ik heb het al aan de Heere beleden,’ en spreken daarmee impliciet uit dat de ander zich hiermee niet verder moet bemoeien.

Hier gaat ondertussen wel iets mis. De Schrift spreekt onomwonden van het elkaar de schuld belijden. Calvijn was – op grond van teksten uit Jakobus 5:16, Mattheüs 16:18-19, 18:18 en Johannes 20:22 – een groot voorstander van het aan elkaar belijden van zonden binnen de christelijke gemeenschap. Luther was er, zo is bekend, nog positiever over. Hoe bevrijdend is het bovendien – ook in psychologisch opzicht – wanneer de doofpotten in gezinnen, huwelijken en families werkelijk opengaan. Wat geeft het belijden van zonde en schuld een innerlijke rust en vrede. Daar knapt een zondig mens zo van op. Bovendien: zou de knagende onzekerheid rondom ons deelhebben aan de genade soms ook niet hiermee te maken kunnen hebben?

GEESTELIJK VERSTAAN

Wanneer we dus een voorzichtig pleidooi voeren voor een concrete(re) pastorale vorm waarin de zonden beleden worden, waarbij ook de vergeving op grond van de bijbelse belofte benadrukt én aangezegd mag worden, zeggen we hiermee uiteraard niet dat alles maakbaar is. Het mag geen foefje worden.

Er is veel fijngevoeligheid nodig en wijsheid en inzicht bovendien. Hoe vaak hullen de farizeeërs zich niet in het kleed van de tollenaar? In de tabernakel stond achter het brandofferaltaar het reukofferaltaar. Vergeving staat niet los van vernieuwing. We mogen elkaar ook wijzen op de nieuwe gehoorzaamheid. Het gaat om een geestelijk verstaan van zonde en genade.

De waarde van schuldbelijdenis is groter naarmate ze concreter is. Het zou een zegen zijn voor ons persoonlijke en kerkelijke leven wanneer we meer op de plaats van de tollenaar verbleven om zó meer in de ruimte van het Evangelie te leven. Je stand voor God en medemens verliezen is zo erg niet. Het is zelfs noodzakelijk wanneer we als een zondaar gerechtvaardigd willen worden, uit het geloof, om Christus’ wil.

Ik geloof de vergeving van de zonden.

Ds. C.H. Hogendoorn is predikant van de hervormde gemeente te Katwijk aan Zee. Hij schreef eerder over deze thematiek in het hoofdstuk ‘De vergeving ernstig nemen’ in: ‘Toch gescheiden. Over de complexiteit van een gebroken huwelijk’ (P.J. Vergunst red.).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PLEIDOOI VOOR DE BIECHT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's