De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DISCUSSIE ROND ISRAËL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DISCUSSIE ROND ISRAËL

7 minuten leestijd

En weer gaat het over Israël. De discussie rond Israël komt nooit tot een einde. Dat bleek onlangs weer. Ds. Jan Offringa gooide de knuppel in het kerkelijke hoenderhok met zijn manifest dat als titel meekreeg: De kerk kan prima zonder Israëltheologie (liberaalchristendom.wordpress.com). Uit dit manifest is op te maken dat Offringa geen privémening ventileert. Hij plaatst zijn opvatting binnen het bredere kader van liberaal christendom, die bestaat uit theologen die zich verbonden weten met de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten en Op Goed Gerucht. Dat zal ook wel de reden zijn dat het moderamen van de synode er zo snel bij was om Offringa en zijn medestanders uit te nodigen voor een gesprek. Normaal gesproken is de publicatie van een tekst van enkele pagina’s geen reden om uit te nodigen voor een gesprek. Er wordt zoveel geschreven. Hoe dan ook: wat wil ds. Offringa? Enkele fragmenten uit het manifest.

OFFRINGA

Welke positie nemen liberale theologen in ten aanzien van Israël? Als auteurs van Liberaal christendom worden we daar regelmatig op aangesproken. Dit boek, dat uitkwam in 2016, kent geen apart hoofdstuk over het jodendom en evenmin over de islam. Ons doel was niet een complete theologie te schrijven en andere thema’s vonden we belangrijker. Op de achtergrond speelde mee dat de kerk wat ons betreft prima zonder Israëltheologie kan. Die gedachte zal ik hier uitwerken. Er is geen goede reden Israël een aparte plek in de christelijke theologie te geven.

Het manifest geeft uiting aan gevoelens van verbondenheid met het jodendom:

Net als de meeste andere religies verdient het een onbedreigde plek onder de zon. Ik heb grote belangstelling voor de leefwereld van Jezus en zijn plek binnen het heterogene jodendom van toen. (...) Verder draag ik de dialoog tussen joden en christenen een warm hart toe.

Het ontgaat mij waarom in bovenstaande zinsnede gezegd wordt dat ‘de meeste andere religies’ een plek onder de zon verdienen. Vanuit liberaal gezichtspunt verdienen, mijns inziens, alle religies zo’n onbedreigde plek onder de zon.

Verder is het voor ons zonneklaar dat de historische Jezus een joodse man was. Toch moet ook gezegd worden dat er iets verandert als niet alleen binnen maar ook buiten het jodendom mensen van hem beginnen te getuigen dat Hij de Christus is. Dan ontstaat er een nieuwe beweging die eerdere grenzen overstijgt en meer dan ooit een universeel karakter krijgt.

GEEN VERSCHILLEN

Juist dat universele element kenmerkt, volgens Offringa, het christendom. Het bijzondere en het particuliere van Israël heeft de kerk achter zich gelaten, omdat alle volken mogen delen in het heil. Dit is de liberale theologie ten voeten uit. De mensheid wordt omgetoverd in een universele massa mensen zonder onderscheid. Verschillen mogen er niet meer zijn. Gelijke monniken, gelijke kappen. Dat is volgens deze zienswijze de samenvatting van het Evangelie. Aan het feit dat het Nieuwe Testament op alle mogelijke manieren de mens in zijn eigenheid ziet en dat door de Heilige Geest iedere christen zijn of haar eigen kwaliteiten ontvangt, wordt voorbij gegaan. Bovendien zouden we het woord verkiezing uit de Bijbel moeten schrappen om tot zo’n kleurloze gelijkheid te komen. Paulus houdt in Romeinen 9-11 duidelijk vast aan een aparte plek van Israël in Gods heilsplan. In het manifest lezen we dat daarvan in onze tijd geen sprake meer kan zijn.

Van de claim uitverkoren te zijn is bekend dat die als identity builder goed werkt voor de samenhang in een gemeenschap (‘wij zijn het’). Probleem is dat anderen niet of nauwelijks mogen meedoen, verworpen zijn of op het tweede plan staan. Als liberale theologen met een postmoderne inslag zullen we zo’n claim graag deconstrueren. Want die claim staat onderlinge erkenning, een sleutelbegrip in ons denken, in de weg. Zo’n constructie moet dus worden opengebroken zodat die haar exclusiviteit verliest. Hoe hard het ook her en der geroepen wordt - er zijn geen uitverkoren volken. Of we zijn het allemaal tegelijk! Er is dus geen goede reden Israël een aparte plek te geven in de christelijke theologie.

Ik meen dat hier niet slechts een Israëltheologie wordt opengebroken maar ook de christelijke theologie en de belijdenis van de kerk. Verkiezing en verwerping zijn grote woorden maar ze vervullen een scharnierfunctie in de Schrift van Genesis tot Openbaring. Wie deze woorden schrapt, kan de Bijbel wel dichtdoen. Hoe goed bedoeld: interesse in het jodendom is niet waar het om gaat. Het gaat trouwens niet om het jodendom, maar om Israël. Jodendom is een religie. Israël is de eenheid van land en volk. Er zou veel meer geciteerd kunnen worden. Bijvoorbeeld dat in het manifest te lezen is dat de joodse canon in feite ‘antichristelijk’ van aard is. De Hebreeuwse Bijbel wordt gesloten met het doel om de volgelingen van Jezus met hun nieuwtestamentische geschriften buiten de joodse deur te houden. Dit antichristelijk noemen zet de zaak wel op scherp.

TROUW

Het manifest heeft inmiddels de nodige tegenspraak opgeroepen. Ds. Eeuwout Klootwijk, van het Kerk en Israël orgaan van de Protestantse Kerk en zelf behorend tot Op Goed Gerucht, schreef een duidelijk stuk in Trouw. Offringa, aldus Klootwijk, maakt in zijn pamflet een karikatuur van de positie van de Protestantse Kerk. Hij vraagt vervolgens:

Zijn wij een grote religieuze familie? Is het jodendom net zo’n verre neef als het boeddhisme? De ene familie is de andere niet. Met het jodendom heeft het christendom een bijzondere familieverwantschap. We komen uit dezelfde moederschoot. Joden en Christenen horen niet bij de koude kant, al was de relatie vaak wel verkillend.

Klootwijk legt ook de vinger bij een veelzeggende opmerking van Offringa, namelijk dat we de verwantschap met het jodendom niet moeten overdrijven, omdat die er ook is met andere godsdiensten. Wat daarmee wordt bedoeld, wordt niet nader uitgelegd. De goede verstaander begrijpt dat hier een lans gebroken wordt voor meer openheid in de richting van de islam. Waarom dit niet gezegd?

ISRAËL EN DE KERK

Tot slot aandacht voor Israël en de Kerk, tijdschrift voor Bijbelse bezinning en toerusting van de christelijke gemeente. Rabbijn Lody B. van de Kamp schrijft in zijn artikel Tesjoewa, privé en historisch over de hoge feesten van het najaar, maar ook over de eeuwenlange onderdrukking van het volk. Hoe heeft het volk dit alles kunnen overleven? Hij vergelijkt de onderdrukking met een grote steen die de berg op gesjouwd moet worden.

De gedachte is dat de onderdrukking die het volk Israël de eeuwen door ervaart een last is die God het volk oplegt. Die last in één keer te moeten dragen is te veel gevraagd. Daarom wordt die last niet in een keer op de schouders van het volk gelegd maar daarmee wordt de duur van de onderdrukking wel verlengd. Deze zal duren tot aan het einde der dagen.

De slavenmeester heeft voor zijn ondergeschikte een nagenoeg onmogelijke taak bedacht. Een enorme steen moet tegen de berg worden opgerold om deze helemaal boven op de top te plaatsen. De knecht begint aan zijn taak. Hij schuift de kei tien centimeter omhoog. Maar meteen rolt deze weer vijftien centimeter naar beneden. Na wat uitgerust te zijn onderneemt hij een nieuwe poging. Tien, elf, twaalf centimeter omhoog, maar ook dan weer twintig centimeter terug. Hulpeloos staart de dienaar zijn meester aan. ‘Hoe gaat mij dit lukken?’ De meester ziet het onmogelijke van zijn opdracht. ‘Wacht’, roept hij. Met een grote voorhamer slaat hij de grote steen aan gruzelementen. Duizenden stukjes. ‘Omdat het jou niet in één keer lukt, doen we het zo. Die steen gaat naar boven, de berg op. Hoe dan ook. Desnoods beklim je de berg iedere keer opnieuw met een paar brokken tot helemaal boven. En dan kom je terug om de volgende stukken te halen. Elke dag opnieuw. Wel gaat het heel lang duren. Misschien tot het einde der tijden. Maar jouw taak ga je volbrengen.’

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DISCUSSIE ROND ISRAËL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's