GENADE KRIJG JE UIT GENADE
De dubbele verkiezing in bijbels-theologisch licht [2, slot]
Gods genade in de Heere Jezus Christus is bijbels-theologisch gezien de enige invalshoek van waaruit we het geheimenis van de goddelijke verkiezing en verwerping kunnen begrijpen. Vorm en structurele opbouw van veel boeken in het Oude Testament wijzen die kant op.
Dat geldt niet alleen voor de Tora en de vroegere profeten, maar ook de latere profeten. Deze latere profeten bestaan net als de vroegere uit vier boeken, Jesaja, Jeremia, Ezechiël en het twaalfprofetenboek (de twaalf zogenaamde kleine profeten tellen voor één boek).
LATERE PROFETEN
In het midden van het boek Jesaja staat een drietal hoofdstukken (36-39) die we ook vinden in 2 Koningen (18-20). Die zijn daar niet per vergissing terechtgekomen.
Dit is juist het kantelpunt in dit bijbelboek. Het is het verhaal van koning Hizkia. Hij kan toch niet de beloofde Zoon van David zijn (Jes.9:5). Wat stelt hij diep teleur. Hij stelt zijn vertrouwen op aardse macht (Jes.39; net zoals David aan het slot van 2 Samuël). Toch is het in Jesaja 40: Troost, troost Mijn volk! Dé beloofde Zoon van David zal de Knecht des Heeren zijn. Hij is de Man van Smarten (Jes.53:5):
Maar Hij is om onze overtredingen
verwond,
om onze ongerechtigheden verbrijzeld.
De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,
en door Zijn striemen is er voor ons
genezing gekomen.
Dat is het grote keerpunt in dit bijbelboek. Dit is het Evangelie. Aan het begin wordt Jeruzalem veroordeeld (hfst.1). Toch zal er verlossing komen dankzij de Zoon van David. Aan het slot gaat het dan over het leven in een (nieuw) Jeruzalem (hfst.56-66). Dat is de boodschap van de Vreugdebode (Jes.61).
HERSTEL
Evenzo staat in het boek Jeremia de rechtvaardige Spruit centraal. Zijn Naam is de HEERE ONZE GERECHTIGHEID (Jer.23:5v.). Van hieruit wordt ook iets zichtbaar van de verkiezing (Jer.31:3):
Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.
Wat de vorm van het boek Ezechiël betreft, staan in het midden de profetieën tegen de heidenvolken (Ezech.25:1-32:32). Het middelpunt daarvan wordt echter gevormd door de belofte van herstel voor Israël. Daar draait het dus om.
De slotzin van het oordeel over Sidon vormt ook de overgang naar de hierop volgende belofte van herstel voor Israël: De heidenvolken zullen weten dat Ik de HEERE ben (Ezech.28:24b,26b). Heel de wereld zal weten dat de HEERE door alle oordelen heen het huis van Israël veilig zal doen wonen in het ooit aan Jakob gegeven land. De verkiezing van Israël staat als een huis.
Op structureel niveau wordt dat in dit bijbelboek bepaald door de verschijning van de heerlijkheid des HEEREN aan het begin (Ezech.1:1-3:27) en het slot over het nieuwe Jeruzalem waarvan gezegd kan worden: de HEERE is daar (Ezech.48:25). De heerlijkheid des HEEREN die Jeruzalem had verlaten (Ezech.10:15) is dan teruggekeerd in het heiligdom (Ezech.43:1-11). Vergelijk hierbij de verschijning van de verheerlijkte Christus in het begin van het boek Openbaring (1:9-18) en de heerlijkheid van het nieuwe Jeruzalem aan het slot (Openb.21:3).
CHRISTUSVERWACHTING
In het centrum van het twaalfprofetenboek staat het oordeel over Sion verbonden met de belofte van haar eeuwig herstel. Jeruzalem – ‘omgeploegd’ – wordt het middelpunt voor de heidenvolken (Mich.3:12-4:1):
Daarom zal omwille van u
Sion als een akker omgeploegd worden,
Jeruzalem een puinhoop worden,
en de berg van dit huis tot hoogten in
het woud.
Het zal echter in het laatste der dagen
geschieden
dat de berg van het huis van de Heere
vast zal staan als de hoogste van de
bergen,
en dat hij verheven zal worden boven
de heuvels,
en dat de volken ernaartoe zullen
stromen.
In de structuur tekent zich de Christusverwachting in het twaalfprofetenboek in steeds duidelijker contouren af (Mal.4:5v.; Mich.5:1; Zach.3:8v., 6:12b-13, 9:9, 11:12v, 12:10, 13:7, 14:3-5).
GESCHRIFTEN
In de Geschriften vragen vooral de Psalmen onze aandacht. De opgestane Heiland zei immers ‘dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen’ (Luk.24:44).
GEEN SPIEGELBEELD
In ons onderzoek wijst Psalm 1 hier de weg. Daarin wordt niet alleen het verband gelegd met de Tora, maar ook met wat wij noemen de dubbele verkiezing. Deze psalm begint met de mens die de Tora dag en nacht overpeinst. Het hier gebruikte werkwoord wil zeggen: lispelen, dat is die voor zichzelf de Tora hardop hoort zeggen. Wat hoor je dan? Ik ben Die Ik ben. Ik zal zijn Die Ik zijn zal. Want alles in de Tora draait dáárom (Ex.3:14, 20:2). De Psalm eindigt dan ook met God. Hij is de God van het verbond, van de uittocht uit het slavenhuis (Ps.1:6):
Want de HEERE kent de weg van de
rechtvaardigen,
maar de weg van de goddelozen zal
vergaan.
De rechtvaardigen zijn zij die de HEERE liefhebben en Zijn geboden in acht nemen (Ex.20:6).
Het werkwoord voor ‘kennen’ heeft de betekenis van liefhebben. Het heeft een innige klank. Het overstijgt de tijd. De weg van de goddelozen is geen weg. Die loopt dood.
Wat opvalt, is dat dit tweede zinsdeel God niet als onderwerp heeft. Hij laat de goddelozen gaan. En dat is nu precies wat Dordt belijdt: ‘Maar degenen die niet verkoren zijn, laat Hij naar Zijn rechtvaardig oordeel in hun verkeerdheid en hardheid. En hier doet zich voornamelijk aan ons voor de diepe, barmhartige en tevens rechtvaardige onderscheiding van de mensen – die allen in eenzelfde staat van verderf zijn – ofwel het besluit van verkiezing en verwerping, dat in Gods Woord is geopenbaard.’ (DL I.6) In de kerkelijke leer van de dubbele predestinatie is de verwerping dus niet het spiegelbeeld van de verkiezing maar het getuigenis van Gods welbehagen. Dat geheimenis leren wij pas verstaan wanneer wij ons met hart en ziel laten binden aan het verbond. Welzalig die mens (Ps.1:1).
HET BOEK DES LEVENS
Het thema verkiezing en verwerping komt duidelijk aan de orde in het beeld van ‘het boek des levens’ (Ps.69:29). In deze psalm verkeert David in grote nood. Zijn tegenstanders lijken de overhand te krijgen. Dan smeekt hij God om Zijn oordeel over hen (Ps.69:28v):
Voeg misdaad bij hun misdaad,
laat hen niet komen tot Uw gerechtigheid.
Laat hen uitgewist worden uit het
boek des levens,
laat hen bij de rechtvaardigen niet
opgeschreven worden.
Het boek des levens is niets anders dan de eeuwige raad van God waardoor Hij de Zijnen heeft voorbeschikt tot zaligheid (Calvijn). In dat perspectief staan ook de teksten over het boek des levens in het Nieuwe Testament (Fil.4:3; Openb.17:8, 20:12, 21:27).
Maar er zit ook nog een ander aspect aan deze tekst. Deze psalm is namelijk opgenomen in de liturgie van Israël en wordt gezongen op de wijze van ‘De lelies’ (vs.1). Al zingend is het voor de gemeente een dringend appèl om toch vooral ‘rechtvaardig’ te zijn, dat is te leven vanuit en naar het verbond, dat betekent concreet God liefhebben en Zijn geboden in acht nemen.
Het derde en belangrijkste aspect is de heenwijzing naar Christus. Het is een lijdenspsalm. De vijandschap waartegen David niet op kon, werd Christus’ dood (Ps.69:22; zie Matt.27:34,48):
Ja, zij hebben mij gal als mijn voedsel
gegeven,
in mijn dorst hebben zij mij zure wijn
laten drinken.
HET VERBOND
De belijdenis van de Dordtse Leerregels berust op een reeks bijbelteksten voornamelijk uit het Nieuwe Testament. Dat is geen tekort. Want het heil dat ons wordt verkondigd, is pas in al Zijn heerlijkheid openbaar gekomen in de komst en in het verzoenend lijden en sterven van Jezus, in Zijn opstanding en hemelvaart en in de uitstorting van de Heilige Geest (zie ook DL III/IV.7).
Maar het Nieuwe Testament is niet goed te begrijpen zonder het Oude Testament. Dat is de les van Kohlbrugge. Hij geeft ons als voorbeeld de Joden van Berea. Zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften (de Wet, de Profeten en de Geschriften) om te zien of die dingen zo waren (Hand.17:11).
Dat betekent: beginnen bij Genesis. En beginnen bij Genesis betekent: beginnen bij het verbond, altijd weer. Nog beter: bij de God van het verbond. Hij is de HEERE. Die is, dat wil zeggen: er is. Die ZAL ZIJN, dat wil zeggen: er zal zijn. In Christus, alléén in Christus. Zo wordt Dordt het laatste belijdenisgeschrift: het is genade om genade te mogen ontvangen. God zegt mij in Christus: Ik heb je aangenomen als Mijn Kind. Dat had Ik al van eeuwigheid zo bedoeld. Dan mag ik nu zeggen: Abba, Vader.
GOEDERTIERENHEID
Dit wordt nog eens onderstreept door het woord goedertierenheid (chesed). De grondbetekenis is het nakomen van een gemeenschapsplicht. In relatie tot God is dat Zijn verbondstrouw. Daarin gaat Hij zover dat Hij de ongerechtigheid van Zijn volk vergeeft (Ps.103:8):
Barmhartig en genadig is de HEERE, geduldig en rijk aan goedertierenheid.
Zie ook de lofprijzing waarmee het boek Micha afsluit (Mich.7:18):
Wie is een God als U,
Die de ongerechtigheid vergeeft,
Die voorbijgaat aan de overtreding
van het overblijfsel van Zijn eigendom?
Hij zal niet voor eeuwig vasthouden
aan Zijn toorn,
want Hij vindt vreugde in goedertierenheid.
Ook bijbels-theologisch gezien is er geen andere invalshoek om het geheimenis van de goddelijke verkiezing en verwerping te mogen verstaan dan Gods genade in de HEERE Jezus Christus, onze Heiland. Hij is het Die tot ons komt door Zijn Geest en Woord. In Hem ligt de zekerheid van ons geloof verankerd.
Dat mag de leidende gedachte zijn in het pastoraat rondom alle levensvragen met betrekking tot het onderwerp verkiezing en verwerping. Het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn. (Jes.53:10) Soli Deo Gloria.
Ds. H.J. de Bie uit Huizen is emeritus predikant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's