GELOVIG ONBEGRIP
MEDITATIE: HABAKUK 1:17 Mag hij daarom zijn sleepnet blijven leegmaken, volken zonder medelijden blijven doden?
In mijn studeerkamer hangt een bordje met de woorden: ‘Maar op Uw woord zal ik het net uitwerpen’. In die woorden ligt een mooi beeld opgesloten. Vissers van mensen, geroepen door Hem. En de vangst, die is voor Hem.
Hoe anders is het wanneer Habakuk het beeld van het vissersnet gebruikt. Inmiddels heeft hij een antwoord gekregen op zijn vragen. Hij had uitgeroepen: hoelang roep ik om hulp? Waarom laat U mij onrecht zien en blijft U er zelfs naar kijken, zonder iets te doen?
POLITIEK GEBEUREN
Dan komt de Heere met Zijn antwoord. Habakuk, Ik laat de Chaldeeën opstaan. Daarmee worden de Babyloniërs bedoeld die in de dagen van Habakuk een oprukkende grootheid zijn. Habakuk vergelijkt hen met vissers die allerlei vissen weten te verzamelen. De vissers halen hun netten op en zijn blij met hun vangst. Babel weet allerlei volken aan zich te onderwerpen. Ze zijn in hun nopjes met de buit. Het net zal zich straks ook sluiten om het Joodse volk. Jeruzalem verandert in puin, de tempel wordt een ruïne en het volk wordt meegenomen naar Babel.
Let er op, er staat: Ik zal de Chaldeeën doen opstaan. Babel is een instrument in de handen van God. Dat is een wonderlijk gebeuren. Daarin schittert aan de ene kant Gods grootheid. God heeft in het politieke gebeuren de hand, ook al vereren de Babyloniers hun sleepnetten en offeren zij aan hun werpnet (vs.16), alsof hun netten goden zijn die zorgen voor geweldig resultaat. Al lijkt het alsof de wereld aan de voeten van de Babyloniërs ligt, God regeert en dat machtige volk dat overwinning op overwinning boekt, is in Zijn hand.
VRAGEN
Intussen roept dit bij Habakuk opnieuw vragen op. Die goddeloze Babyloniërs die zonder medelijden mensen doden, los van God leven, vol zijn van zichzelf en van eigen succes, mogen die zomaar optreden? Moeten nu uitgerekend zij de straf voltrekken aan Gods eigen volk? Het is waar, we zien in de Bijbel vaker dat God van het kwade gebruik maakt. Niet dat God verantwoordelijk is voor het kwaad, maar Hij maakt er wel gebruik van.
Daarmee zijn echter de vragen niet opgelost. Habakuk krijgt het niet rond: U laat Babel met zijn sleepnet en werpnet zijn gang gaan, hoe kan dat toch? Je hoort er die herkenbare vraag in: Heere God, U had dat toch ook anders kunnen doen? Nee, Habakuk zegt niet: Ik kan niet geloven omdat dit gebeurt. Stoppen met geloven is niet de oplossing. Met zijn vragen komt Habakuk bij God, aan Wie hij zo verbonden is. Hem heeft hij leren kennen als de Heilige Die de zonde straft, als de trouwe God Die Zijn woorden waarmaakt en blijft omzien naar Zijn volk. Daarom kan hij vol overtuiging zeggen: Wij zullen niet sterven (vs.12). God is zijn God.
Precies daarom heeft hij het zo moeilijk. Hoe kan Hij dat goddeloze Babel als een visser zijn gang laten gaan? Juist in de gerichtheid op de Heere kan er zoveel onbegrip, zoveel aanvechting zijn over de manier waarop de Heere optreedt. Heere, waarom leeft mijn kind al jaren zonder U? U kunt het toch anders maken? In de hemel is het toch feest als één zondaar zich bekeert? Waarom blijft een opwekking in ons land uit en worden er steeds meer kerken gesloten? Hoe kan het toch dat er steeds meer ruimte wordt geboden aan normen en waarden die haaks staan op wat U zegt? Is dat Uw antwoord op ons gebed om herleving?
RECHT
Wie die vragen herkent, nodig ik uit om mee te komen naar de kruisheuvel. Zie je het middelste kruis? Zojuist wordt de kruiseling van het kruis afgehaald. Zie je het? Goed kijken, want Hij is Jezus! Je ziet het beslist goed. Jezus is de vloekdood gestorven. Hij heeft de laatste teug van Gods toorn leeg gedronken. Hij Die geen zonde heeft gedaan, hoe bestaat het? In Hem zorgt God voor recht. Begrijpen kan ik het niet, aanbidden des te meer. Wie in het geloof ziet op deze Christus, ziet dat God in een wereld, vol onrecht en zonde, er aan gaat staan en werkt aan een toekomst die heerlijk en hemels is. Want Hij is niet in het graf gebleven. Hij is de Opgestane die boven en binnen is. Hij is het Lam dat regeert tot in eeuwigheid.
En mijn vragen dan? Met het oog op het Lam zing ik:
Ik blijf de Heer’ verwachten,
Mijn ziel wacht ongestoord:
Ik hoop in al mijn klachten
Op Zijn onfeilbaar woord.
Ds. W.J. Westland is predikant van de hervormde gemeente te Giessendam-Nederhardinxveld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's