De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GENOEG BEROUW?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GENOEG BEROUW?

De zekerheid van het geloof [2]

8 minuten leestijd

Wat is wezenlijk voor de zekerheid van het geloof? Allereerst lijkt het me van niet te overschatten belang om te beginnen aan Gods kant. En God begint van Zijn kant met ons, gevallen zondaren zonder dat we dat (willen) weten, om te gaan in Zijn verbond en met Zijn nodiging.

Dat wordt ook wel het aanbod van genade genoemd. Of, wat in diverse paragrafen van de Dordtse Leerregels voorkomt: het bevel van geloof en bekering. We mogen uitgaan van God, Die ons Zijn Zoon aanbiedt. Christus komt in het Woord tot ons.

GEWILLIG

Daarbij is het van groot belang om ook het Woord te laten bepalen wat voor een Zaligmaker Hij is. En Hij is een Zaligmaker Die twee grote heilsgoederen schenkt: de verzoening van de schuld en de vernieuwing van het hart. Onder anderen Calvijn is niet moe geworden om ons zo Jezus aan te wijzen: als de Zaligmaker Die schuld verzoent én harten vernieuwt. Of om het anders te zeggen: in Wie zowel de rechtvaardiging als de heiliging is. Het verbond, het aanbod van genade, alle nodigingen en bevelen geven aan: God is gewillig! En deze gewilligheid onderstreept de HEERE in de heilige doop.

Tegelijk zegt de prediking dan ook: u hebt deze Zaligmaker nodig. Daartoe is ook de wet onderdeel van de prediking. Die laat zien dat ik schuldig ben, dat ik onder Gods toorn ben en zal blijven, wat ik ook doe. Die verkondigt mij dat ik nooit God lief zal kunnen hebben, nooit iets zal kunnen doen wat Hem behaagt. Zondaren hebben Jezus Christus echt nodig. Of zij dat voelen of niet: God getuigt het.

Wat is nu geloven? Dat ik onder deze prediking van het Evangelie en gedreven door de wet kom tot Jezus Christus. De Bijbel kent vele uitdrukkingen hiervoor, door Alexander Comrie eens weergegeven in zijn ABC des geloofs: vluchten, komen, hongeren en dorsten, bouwen, omhelzen, vertrouwen, steunen, aannemen. Alle uitdrukkingen willen hetzelfde aangeven: een komen tot Jezus Christus, aangeboden in het Evangelie, onder de aanspraken van de wet. We kunnen denken aan de omschrijving die de kleine Catechismus van Westminster geeft van het geloof in vraag en antwoord 86: wat is een waar geloof? Dat is een zaligmakende genadegave, waardoor wij Jezus Christus zoals Hij ons in het Evangelie wordt aangeboden, ontvangen (of: aannemen) en op Hem alleen rusten tot zaligheid.

TRECHTER

Hiermee hangt het belang van een goede visie op zondekennis samen. Zondekennis heeft maar één functie: ons leiden tot deze Jezus. Ik meen dat het voorbeeld van een van de Eskines (de broers Ralph en Ebenezer, die in Engeland in de eerste helft van de achttiende eeuw een ruime belofteprediking brachten) is: zondekennis wil de trechter zijn die ons in Jezus laat vloeien. Een trechter zorgt dat water in een fles stroomt. Zondekennis is de trechter waardoor een zondaar in Jezus stroomt, tot Jezus komt, gewillig wordt om tot Jezus te gaan. Zondekennis heeft één doel: je onrustig maken totdat je bij Jezus terecht bent gekomen Dat betekent dat je die ene vraag nooit moet stellen, nooit hoeft te stellen: heb ik genoeg? Heb ik genoeg berouw, lees ik genoeg in mijn Bijbel, bid ik genoeg, lang genoeg, goed genoeg? Nooit meer stellen die vraag. Maar de vraag die wel gesteld moet worden, luidt: is mijn zondekennis, mijn lezen uit de Bijbel, mijn berouw echt? Brengt het mij tot Jezus? Doet het mij Jezus nodig hebben? Doet het zeggen: geef mij Jezus of ik sterf buiten Hem geen leven maar een eeuwig zielsverderf? Zondekennis is echt als het je naar Jezus dringt en drijft. En genoeg? Dat is het nooit, nooit. Goed genoeg, diep genoeg? Dat is het niet en zal het nooit worden ook. Zondekennis is niet bedoeld om ons van Jezus weg te laten blijven, maar om ons in Zijn armen te drijven. Bij de een is dat emotioneler en heftiger dan bij de ander, maar dat is het criterium niet. Of het tot Jezus leidt, dat is het punt.

RODE DRAAD

De vraag rond geloof en zekerheid van het geloof is dus niet: is God gewillig? Is God al gewillig gemaakt door mij? Ben ik goed genoeg voor- of nadat ik tot Jezus ben gekomen?

Maar de enige vraag is: heb ik Jezus Christus nodig? Ben ik gegaan tot Hem om de zaligheid van vergeving en vernieuwing te zoeken, buiten mijzelf in Jezus Christus?

De Bijbel heeft een rode draad van getuigenissen en beloften dat wie tot Jezus komt, Hij die beslist niet zal uitwerpen (Johannes 6:37b). Nooit, nooit is iemand die tot Hem kwam, teruggestuurd. Integendeel, zo iemand wordt in genade aangenomen. Voor zo iemand geldt: de zonden zijn vergeven, hij of zij is aangenomen tot kind van God, is erfgenaam van het eeuwige leven, de Heilige Geest is gegeven in het hart als onderpand en verzegeling, het is een feit dat die persoon uitverkoren is geweest voor de grondlegging der wereld, dat hij of zij verlost is van Gods toorn, dat Jezus voor hem of haar stierf en heeft gekocht. Groot en klein geloof, sterk en zwak geloof, of welke onderscheidingen men maar aan zou willen brengen binnen het geloof, zijn allemaal even rijk, hebben in Christus alles. Daarom heeft de zekerheid van het geloof altijd iets in zich van nochtans, en toch. Want ik kwam hulpeloos, hulpbehoevend, onwaardig, als goddeloze en ik ontvang meteen al deze schatten. Daar zit iets in van een nochtans dat verwondering werkt.


Nooit, nooit is iemand die tot Jezus kwam, teruggestuurd. Integendeel


ZEKERHEID VAN GEVOEL

Nu doet zich echter een belangrijk punt voor. Ik ontleen dat en neem dat over van meerdere puriteinen. Het is het meest expliciet benoemd door de Erskines, in het in het Nederlands vertaalde en uitgegeven boek De zekerheid van het geloof, namelijk het onderscheid tussen de zekerheid van het geloof en de zekerheid van het gevoel.

Het kan zijn dat we deze aanneming (vrijwel) direct merken. We ontvangen een gevoel en ervaring van vrede met God. Onze zonden zijn vergeven en we voelen als het ware een last van ons afglijden, het wordt licht in ons hart. We voelen ons gezegend en we ervaren dat God nabij is. We voelen ook wederliefde in ons hart en vreugde in en verlangen naar God. Dan is het niet moeilijk om te geloven en om zeker te zijn. We zouden kunnen zeggen dat we dan meewind hebben van ons gevoel en onze ervaring. Er is zekerheid van het gevoel. Heerlijk, wij hebben en we voelen zekerheid.

Tegelijk zeggen we daarbij dat dit ook een gevaarlijk terrein is, want er is ook gevoel zonder geloof. Het kan zijn dat iemand Gods nabijheid en vreugde in het hart voelt, zonder dat dat het geloof voortbrengt. Gevoel is immers op te wekken. Bepaalde muziek, bepaalde fijne bijeenkomsten naar onze smaak of blijde gebeurtenissen brengen gevoel voort. Maar gevoel kan er zijn zonder waar geloof. Gevoel op zich kan en mag dus nooit de grond zijn om te denken: ik geloof en heb zekerheid. Dat is juist het gevaar van schijngeloof.

TEGENWIND

Het kan echter ook anders zijn en nu komen bij het onderscheid tussen zekerheid van het gevoel en zekerheid van het geloof. We vluchten tot Jezus en komen tot Hem, maar er komt geen gevoel zoals we gedacht hadden. Het blijft donker in ons hart, ons geweten blijft ons aanklagen en steken, we zien nauwelijks vrucht van liefde en verlangen en voelen al helemaal niets van Gods liefde. God lijkt zo ver weg. En er komt nog meer tegenspoed en kruis. Ons gevoel is als het ware tegenwind. Maar toch, de zekerheid van het geloof is er: die tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen, zei Jezus immers. Dat is zekerheid van het geloof tegen ons gevoel en ervaring in.

Als we erop letten, dan zien we dat dit vaak in de Bijbel voorkomt. Bijbelheiligen geloven, maar hebben te kampen met tegenwind. Denk aan Abraham die geloofde, maar het beloofde kind kwam niet. Denk aan Jozef die droomde van een kroon, maar in de gevangenis kwam. Denk aan Petrus die gehoorzaamde, maar in de golven terechtkwam, en denk aan de Kananese vrouw die tot Jezus kwam, maar (aanvankelijk) door Hem werd genegeerd en afgewezen. Dat is ook de worsteling in zoveel psalmen. En dan toch is er de zekerheid van het geloof, steunend op het Woord en de belofte van God. Deze tegenwind dient juist om ons nog meer te laten steunen op het Woord, nog vuriger God aan te roepen. Ten diepste dient deze tegenwind de beproeving van het geloof en de zekerheid daarvan. Ik zou het zo willen formuleren: geloofszekerheid steunt op het Woord en verlangt naar de ervaring, de genieting, het gevoel ervan.

Ds. D. Breure is predikant van de hervormde gemeente te Waarder.


Volgende week deel 3 (slot) in deze serie, over het verlangen naar de zekerheid van het geloof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GENOEG BEROUW?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's