HOE IK HET VOEL, IS HET OKÉ
De Dikke Ditz is uit. Is wéér uit, beter gezegd, want deze maand verscheen de 42e uitgave (uitg. Gottmer, Haarlem, vijftien euro). Reinildis van Ditzhuyzen kwam in 1999 met een herziening van de etiquetteklassieker van Amy Groskamp-ten Have uit 1939: Hoe hoort het eigenlijk?. Sindsdien houdt ze deze up to date. Dat is, zegt de auteur, nodig omdat we de laatste jaren meer zijn gaan tutoyeren, minder jasje-dasje zijn gaan dragen, minder zijn gaan corresponderen en – vooral –meer zijn gaan appen. Regels veranderen zoals taal verandert. Beide lopen achter de troepen aan, al past Van Ditzhuyzen haar boek pas aan als nieuwe ontwikkelingen algemeen zijn geworden. Etiquette wil volgens Van Ditzhuyzen geen keurslijf zijn, is ook niet uit de tijd of juist elitair. ‘Ze is niet alleen van alle tijden, maar ook van en voor alle mensen. Etiquette heeft namelijk als doel een aangename samenleving te creëren.’ Regels zijn het middel: niet voordringen; geen rommel op straat gooien, niet schelden.
ROUW
Behalve ‘Wees duidelijk’ is er de basisregel ‘Houd rekening met de ander’. Bij een begrafenis is sprake van verlies en verdriet en draag je ingetogen en stemmige kleding. ‘Alle aandacht hoort uit te gaan naar de overledene,’ zegt Van Ditzhuyzen, ‘daarom zwarte kleding en geen versiering.’ Met een oversizede zonnebril of opzichtige sieraden zet je jezelf in de schijnwerpers. Net als met blote schouders, een minirok, opvallende lipstick of felgekleurde nagels. Hooguit een parel, omdat de druppelvorm de traan symboliseert. Feit is dat begrafenissen (en crematies) vandaag juist meer en meer gepersonaliseerd zijn. Sober en ingetogen maken plaats voor bont en kleurig. De nabestaanden willen het leven van de dode vieren of in diens geest de begrafenis vormgeven.
Daarom een lollige stropdas met bijpassende sokken, een glimmend roze Chaneltas, een nauwsluitende jurk. Kleding zegt kennelijk veel over hoe we ons verhouden tot de begrafenis.
Daar komt bij dat je vandaag in het algemeen veel meer jezelf mag zijn dan voorheen. Zoals ik het voel, is het oké. Je opa moest vijftig jaar terug een spencertje met korte mouwenblouseje aan en sokken met sandalen – dat was netjes. Maar jij hebt je Levi’s shirt, spijkerbroek en sportieve sneakers. Het is cool en relaxed en zo voel jij je prettig, inclusief de gaten in je broek. Zo is de wereld waarin het individu centraal staat.
ZONDAG
In de kerk zie je een vergelijkbare ontwikkeling. Ging de melkboer op zaterdag in bad om op zondag zijn beste (en enige) pak aan te trekken, vandaag is dat anders. Kerkgangers anno nu grijpen op zondagochtend graag naar een shirt of trui, al was het maar omdat je je de andere dagen van de week al strak in het pak presenteert. Maatschappelijk is er veel gewijzigd, maar dat niet alleen. Er is ook iets in ons hart en hoofd veranderd. Ons godsbeeld is anders.
Hij was vroeger meer de hoge God, Iemand om ootmoedig tegemoet te treden en met Wie je in het reine moest komen, verzoend worden. Nu is Hij eerder Degene bij Wie je jezelf mag zijn, de Vader bij Wie je als Zijn kind mag thuiskomen. Die vader-kindrelatie is er een van intimiteit en ongedwongenheid.
Je outfit drukt uit hoe je de zondagse ontmoeting ziet. Als God voor jou de Hoge en Heilige is, Die in Christus ook genadig is, dan treed je Hem ook hoogzomer niet met blote schouders en rug tegemoet – eerder, net als Mozes, met blote voeten (Ex.3).
ZWART PAK
Met dat gemeenteleden casual de kerk binnenstappen, maakt dat de afstand tot de kerkenraad groter, tenminste als het kostuum van de ambtsdragers voorgeschreven is. In Nederland kennen we de traditie van ambtskleding: een (zwart) kostuum voor de broeders van de kerkenraad en voor de predikant een toga.
De gedachte is dat het even niet gaat om Hans de Jong, maar dat hij er staat als ambtsdrager, als vertegenwoordiger en in dienst van Iemand anders. Zoals een rechter ook als persoon schuilgaat achter zijn toga: als hij rechtspreekt, treedt hij namens iets hogers op.
Daarom als ouderling beter geen chique pochetje uitzoeken, als diaken liever geen fleurige das om het zwart wat kleur te geven, en als dominee toch maar geen opzichtig horloge. Accessoires lijken misschien eigentijds, verzorgd en dicht bij de andere kerkgangers te brengen, maar ze matchen niet. Ze vragen aandacht voor jezelf, terwijl het zwarte kostuum en de toga juist willen communiceren: het gaat om de Ander, niet om mij. Ambtelijke kleding heeft inhoud. Zeker nu veel dingen hun betekenis kwijtraken, is dat iets moois.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's