EEN SLAPPE LEVENSWANDEL
De zekerheid van het geloof [3, slot]
Het is heerlijk om te mogen weten dat onze zonden vergeven zijn en we kind van God zijn. Dat is dus een goede reden om te verlangen naar zekerheid van het geloof. Er is echter ook nog een andere reden die daarboven uitgaat: het is tot eer van God.
In zekerheid van het geloof wordt God geëerd. In zekerheid van geloof kunnen we Hem bejubelen, Hem grootmaken, Hem danken, Hem aanprijzen. We kunnen een lichtend spoor achterlaten in en met ons leven en getuigenis. Dit mag tegelijk een geweldige pleitgrond zijn voor wie ernaar verlangt: Heere, het is toch tot Uw eer, als ik deze zekerheid ontvangen mag. We mogen bidden: Schenk het mij, om Uws Naams wil.
EEUWIG LEVEN
Daarna geeft zekerheid van het geloof ook de zekerheid van het eeuwige leven. Dat zit, dankzij Gods werk, aan elkaar vast. De Dordtse Leerregels belijden dit zo mooi in hoofdstuk V.8 waar gesproken wordt dat ten aanzien van de gelovigen ‘Gods raad niet veranderd kan worden, Zijn belofte niet verbroken, de roeping naar Zijn voornemen niet herroepen, de verdienste, voorbidding en bewaring van Christus niet krachteloos gemaakt en de verzegeling van de Heilige Geest niet verijdeld of vernietigd kan worden’.
Of ik het volhoud, hoeft geen vraag te zijn. Denk aan beloften van Jezus als: niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou ophouden. En juist deze vastheid wordt verzegeld in het heilig avondmaal.
Verder geldt dat zekerheid van geloof de bron is van een heilig leven, een leven van dankbaarheid. Dat is een leven van heiliging dat zuiver is in zijn motieven, omdat het opkomt uit pure dankbaarheid. Vanuit de zekerheid zalig te zijn dien ik echt God en niet toch heimelijk mezelf. Zonder zekerheid van het geloof is mijn dienen van God ten diepste altijd een hopen dat ik er zelf beter van zal worden, er zelf genade van God mee naar me toe mag halen. Zekerheid van het geloof leert God dienen omdat ik zaliggemaakt ben en niet om het te worden. Dat is zuiver dankbaarheid.
Tegelijk leert deze zekerheid ook om te leven vanuit het vooruitzicht van de eeuwige heerlijkheid. En die wetenschap leert pas echt dit leven in het juiste licht te zien, verlost van materialisme en aardsgezindheid. Als ik mag weten (!) dat mijn eeuwigheid eeuwig met God zal zijn, dan kan ik hier dingen prijsgeven, lijden aanvaarden, kruisdragen en sober leven. Het hoeft niet zo nodig allemaal hier, want er wacht zoveel beter en rijker voor eeuwig. Dat maakt los van de overmatige gehechtheid aan aardse goederen. Kortom: wie zou niet verlangen naar zekerheid?
GEBREK
Intussen is er bij allerlei gemeenteleden gebrek aan geloofszekerheid of wordt die ervaren. Hoe komt dat? Twee oorzaken wil ik noemen. Ten eerste gebrek aan kennis en ten tweede de levenswandel.
Bij het gebrek aan kennis denk ik allereerst aan een gebrekkig zicht op het aanbod van genade en dus op de gewilligheid van God. Nu kan het lijken dat dit vooral gericht is op (leden van) de afgescheiden kerken ter rechterzijde, op een prediking waarin de verkiezing het aanbod van genade domineert. Ten dele is dat ook zo. Hoe groot het kwaad en de gevolgen zijn als het aanbod van genade en de onvoorwaardelijke nodiging van ieder om tot Jezus te komen achterwege blijven, is nauwelijks te overschatten. Dan moeten we iets in onszelf gaan zoeken waarom of waardoor we kunnen merken dat God ons gewillig is. Dat is zo heilloos. Tegelijk zeg ik erbij dat mij in hervormd-gereformeerde kring deze uitwas niet bekend is. Maar ook al weten we dat met ons verstand allemaal heel goed, ons hart is en blijft arglistig en onwillig. Het blijft zoeken naar iets in onszelf waarmee we God gewillig kunnen maken. Dat zal ook wel de oorzaak zijn van de eeuwenlange actualiteit van het onderwerp en de blijvende strijd in elk gelovig hart. Wij kunnen het weten, maar ons hart is van zichzelf niet geestelijk.
GEVOEL
Ik denk ook aan de kennis omtrent het deelhebben aan Christus. Een gevoelen dat Jezus voor iedereen gestorven is, verlegt hoe dan ook het zwaartepunt naar de vraag: houd ik het geloven vol, lees ik genoeg uit de Bijbel, dien ik God goed genoeg enzovoort. Helder zicht is nodig op het werk van Christus dat alleen en volkomen de enige grond van de (zekerheid van de) zaligheid is. Ook hier geldt weer: we kunnen dit toestemmen en weten, maar het hart is arglistig en het geloof heeft de natuurlijke neiging van het hart nooit mee. Vervolgens is ook helder zicht nodig op het onderscheid tussen zekerheid van het geloof en zekerheid van het gevoel. Wie is niet geneigd om als er wordt gevraagd: hebt u zekerheid? te reageren vanuit de gedachte: voel ik die zekerheid ook? en zegt dan soms, of vaak: ‘nee’. Terwijl de vraag was naar de zekerheid, en zekerheid van het geloof is ook zekerheid en zelfs de meeste fundamentele en vaste.
ZONDIGE GEWOONTEN
Ten tweede wil ik ingaan op het gebrek aan zekerheid vanwege onze levenswandel. Benoemd is al dat God Zich kan verbergen en de zekerheid van het gevoel uit kan laten blijven tot beproeving, zoals we dat zo vaak in de Bijbel tegenkomen. Dit gebeurt om het geloof te louteren en te zuiveren, zonder directe oorzaak aan onze kant.
Maar Gods verberging kan ook een andere oorzaak hebben die wel aan onze kant ligt, namelijk in onze levenswandel. Allereerst als wij in zonden vallen. Niet één keer maar keer op keer. Dan geven we uiteraard de duivel als het ware munitie in handen om ons aan te vechten met de aanval: geloof jij nou echt? En toen dan? En toen? Hoe meer wij in zonden vallen, hoe meer munitie wij de duivel in handen geven. We maken onze roeping en verkiezing dan niet vast, maar doen juist het tegenovergestelde.
Toch is dit misschien nog niet zo schrijnend als de volgende oorzaak: een algehele slapheid in de levenswandel, meer als een gewoonte en doorgaande lijn. Hierbij laten wij zondige gewoonten toe in ons leven. Het is moeilijk, eigenlijk onmogelijk, om hierin compleet te zijn. Maar om toch enkele dingen te noemen: een geest van materialisme, van een leven waarbij de eeuwigheid ver uit het vizier is en nauwelijks een rol speelt, hang naar luxe op aarde, slordigheid in kleding, pronkzucht op welk gebied dan ook, verstrooiing door allerlei prikkels die we opzoeken en toelaten, afsluiten van hart (en portemonnee) voor de noden van onze naasten, liefdeloosheid ten aanzien van de gemeente enzovoort. Nogmaals: het is onmogelijk om hierin volledig te zijn.
ONDRAAGLIJK
Zo’n levenswandel kan en zal niet samengaan met een heldere zekerheid van het gevoel. Er komt als het ware een deken te liggen over het gevoel van zekerheid. En het ergste is als deze onzekerheid draaglijk wordt. Zekerheid van het geloof steunt op Gods beloften en verlangt naar het gevoel. Maar als dat verlangen als onder een deken verstikt wordt, zijn we pas echt een eind van God vandaan.
Logisch gezien kan iedereen makkelijk inzien dat gebrek aan zekerheid van het geloof en het gevoel ondraaglijk zou moeten zijn. Want stel je voor dat je ergens niet zeker van bent. Of je je autopapieren bij je hebt op vakantie, of het gas in de keuken uit is, of de voordeur op slot is ’s avonds laat. Je wilt het direct weten. Stel je voor dat het niet zo is, dan sta je straks zonder papieren, komt er een ontploffing of inbraak. Stel dan toch dat je niet zeker bent van je eeuwige bestemming, geen zekerheid van geloof en van het gevoel hebt.
Dan zou je – als Jezus terugkomt – in de hemel maar ook in de hel kunnen zijn. En je weet het niet... Dan kun je toch niet gerust gaan slapen? Onzekerheid doet schreeuwen naar God. Hoe horen we psalmisten schreeuwen en roepen dat God Zich haasten zal. Wanneer God Zich verbergt vanwege onze levenswandel en wij daar niet onder lijden, wanneer de onzekerheid ons geen pijn doet, is dat erg. Als we zo leven, dag in dag uit, week in week uit, maand in maand uit en nog langer, is dat vreselijk. ‘Ontwaak gij die slaapt en sta op uit de doden,’ schrijft Paulus aan de gemeente van Efeze.
LEVENSLANGE OEFENING
Zekerheid van het geloof en van het gevoel is er, omdat genade genade is, omdat alles vastligt in God en Zijn genadeaanbod. Het blijft voor het hart van een zondaar een levenslange oefening om puur te steunen op Gods gewilligheid in Christus alleen, om kennis het hart te laten voeden, om in levenswandel de onzekerheid geen voeding te bieden.
We glijden zo vaak uit, maar God houdt vast. Daarom zingt Paulus in Romeinen 8:38-39: ‘Want ik ben verzekerd....’ (niet: ik voel me altijd verzekerd). Totdat geloven zal overgaan in aanschouwen. Dan is er een andere zekerheid: die van het zien én ervaren, tegelijk en ten volle.
Ds. D. Breure is predikant van de hervormde gemeente te Waarder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's