De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GODS WERK ONDERSTEUNEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GODS WERK ONDERSTEUNEN

Kritisch geven aan goede doelen [1]

7 minuten leestijd

De meeste lezers zullen het wel herkennen: met enig regelmaat ontvang je brieven en brochures van goede doelenorganisaties (GDOs), met een acceptgiro en een verzoek om steun. Het kan gaan om een handvol tot enkele tientallen verschillende organisaties.

Soms gebeurt dat zoveel en zo vaak dat je er een beetje kriegel van wordt. Het houdt niet op! Nee, inderdaad, het houdt niet op. Er is veel nood, er zijn belangrijke waarden die om realisering vragen en er kan veel gedaan worden.

De goede doelen zijn divers. Ze lopen uiteen van medische doelen die onderzoek of behandeling van bepaalde ziekten willen financieren, organisaties die natuur of cultuur op bepaalde plaatsen of met bepaalde activiteiten willen bevorderen, tot zendingsorganisaties, diaconale activiteiten en organisaties die elders in de wereld noodhulp verlenen of armoede bestrijden.

Hoe ga je goed om met al die verzoeken? Allemaal een beetje, of enkele selecteren en dan wat meer per organisatie? Welke organisaties wel en welke niet? In het zoeken naar een antwoord op deze vraag bespreek ik achtereenvolgens de motieven om te geven en de criteria die helpen om te beslissen wie en welke organisaties te steunen.

MOTIEVEN

Dat het voor een christen normaal is om van haar of zijn bezittingen te delen met anderen, zou geen betoog behoeven. Je hoeft niet erg bijbelvast te zijn om te weten dat de Bijbel vol staat met de oproepen om armen en behoeftigen te ondersteunen. Denk alleen al aan het laatste oordeel (Matt.25:31-44) waarin gevraagd zal worden of je hongerigen te eten en dorstigen te drinken gaf, mensen zonder (voldoende) kleren daaraan hebt geholpen, zieken en gevangenen bezocht en vreemdelingen (ontheemden) onderdak hebt gegeven. De profeten in het Oude Testament fulmineren vooral tegen twee typen van zonde van het volk. Ten eerste is de dienst aan de God van Israël, naar Zijn Woord, vervangen door eigenwillige godsdienst, dan wel afgoderij, waarbij deze laatste vaak gepaard ging met ‘gewijde prostitutie’. Ten tweede is er sprake van sociaal onrecht, vooral in het laten voortbestaan van schrijnende armoede als gevolg van uitbuiting van de ‘gewone’ bevolking die daardoor tot armoede vervalt (zie verder ook bijv. Ps.82, Ps.146, 1 Kor.8, Gal.6:10, 1 Tim.6:17-19). Schrijnende armoede moeten we in het licht van de hele Schrift zien als onrecht en het proberen te verhelpen van armoede is dan ook eerder een kwestie van rechtvaardigheid dan van liefdadigheid. Al is het natuurlijk prima als die twee elkaar versterken.

MISSIO DEI

Dus geven, mededeelzaam zijn, is een kernmerk van een christelijke levensstijl. Maar aan wat en wie dan? (Ik laat een bespreking van de vraag hoeveel we dienen te geven, achterwege; zie hierover onder andere Brouwer, 2015). Ik bespreek eerst enkele criteria en licht toe hoe die gebruikt kunnen worden, om op een goede manier kritisch te geven. Dit alles is bedoeld als een hulp om zelf te beslissen.

Hoe verhoudt het goede doel zich tot Gods bedoelingen en werk in deze wereld (de missio Dei)? Waaraan wordt het geld besteed? Hoe wordt het geld beheerd? Deze laatste vragen verwijzen naar de kwaliteit van de organisatie en de verantwoording.

CHRISTELIJKE PRESENTIE

De taak van christenen en van de kerk is iets te weerspiegelen van het koningschap van Christus. Dat kan op vele manieren. Maar een centrale manier is ongetwijfeld de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus en daarmee de bevordering en instandhouding van (ere)diensten waarin dat centraal staat. Geven voor eigen gemeente en kerkgenootschap is een primaire verantwoordelijkheid voor alle christenen. Direct daarmee samenhangend kunnen we missionaire activiteiten noemen. Het klassieke onderscheid tussen zending en evangelisatie is niet zinvol meer nu Nederland volop zendingsland is geworden en in veel traditionele zendingslanden een landelijke kerk bestaat (al kan een bepaalde werkverdeling nog altijd nuttig zijn). Het koningschap van Christus krijgt evenwel ook gestalte in het betoon van barmhartigheid en doen van recht. Dat kan heel goed via kerkelijke kanalen, vooral in die situaties waarin kerken in hun directe omgeving mensen in nood kunnen bijstaan, zoals bijvoorbeeld de afgelopen jaren door bepaalde kerken in Syrië is gedaan. Toch kan in grootschalige humanitaire nood of op structurele wijze armoede tegengaan vaak beter door professionele hulp- of ontwikkelingsorganisaties gedaan worden, waarbij het wel wenselijk is dat die zo mogelijk plaatselijke kerken bij hun werk betrekken. Ik kan me ook voorstellen dat sommigen dat als een duidelijk pluspunt zouden zien van een organisatie die dat expliciet doet. Op deze wijze, maar niet alleen zo, kan namelijk de christelijke presentie goed ondersteund worden.

Dus, sluit het goede doel aan bij Gods heilrijke bedoelingen met mensen en met Zijn wereld? Dit lijkt mij een centraal criterium. Laat ik in aanvulling op het bovenstaande nog opmerken dat ook opkomen voor goed scheppingsbeheer daartoe behoort. Dit is voor veel kerken een gevoelig punt, wegens ervaren spanningen tussen landbouw en natuur. Het is een ingewikkelde discussie waarin mijns inziens kerken een bemiddelende rol kunnen spelen tussen opkomen voor de schepping en natuurbeheer en de belangen van boeren. Door de industrialisatie van de landbouw is aandacht voor natuurbeheer vaak op het tweede of misschien wel derde plan komen te staan, al wordt de laatste decennia ook aan voortdurende verbeteringen gewerkt.

WELKE DOELEN?

Impliciet heb ik het al gehad over de vraag waaraan het geld wordt besteed. Wat ik schreef, houdt in dat kerken en christelijke organisaties voorop staan als we keuzes maken over ons geefpatroon.

Ook seculiere goede doelen, zoals ontwikkelingswerk en noodhulp, hebben de biblebelt ontdekt als een gebied waar mensen vrijgevig zijn. Op het menselijke vlak zullen ze best goed werk doen. Maar als we de mogelijkheid hebben diezelfde doelen na te streven via een goede christelijke organisatie, zou deze de voorkeur moeten hebben omdat dan de naam van Christus erbij wordt genoemd. Kritisch geven is van belang.

TAAK OVERHEID

Een tweede implicatie is dat we niet relatief veel geld geven aan medische doelen, vaak voor verder wetenschappelijk onderzoek. Ik ben voorstander van wetenschappelijk onderzoek op medisch gebied, en doe zeker wat in collectes daarvoor. Maar ik vind dat toch primair een taak van de overheid. En verder besteedt de industrie veel geld aan onderzoek. We geven in ons land al ontzaglijk veel uit aan medische zorg en medisch onderzoek – en daar mogen we dankbaar voor zijn. Maar het lijkt mij persoonlijk een vorm van rentmeesterschap om met de relatief kleine bedragen waarmee de meesten van ons GDO’s kunnen steunen, we prioriteit geven aan het werk waarin het Woord en het werk van onze Heiland direct aan de orde komt.

Natuurlijk kunnen in keuzes die hier gemaakt worden persoonlijke relaties en voorkeuren een rol spelen. Als een geliefd familielid aan een bepaalde ernstige ziekte is overleden, kan ik me goed voorstellen dat je aan het verder ontwikkelen van een behandeling wilt bijdragen. Zeker wanneer het om een minder bekende en in onderzoek verwaarloosde ziekte gaat of wanneer het gaat om het ontwikkelen van directe manieren van steun aan patiënten. En ook in bredere zin kan het ‘zoeken van de vrede voor de stad’ (Jer.29) een afglans betekenen van het koningschap van de Vredevorst. Maar laten we in dergelijke beslissingen ook bedenken dat het uiterlijk (het schema, het patroon) van deze wereld voorbij gaat (1 Kor 7:31).

Dr. H. Jochemsen was tot 1 november 2017 directeur Prisma, vereniging van christelijke organisaties in ontwikkelingssamenwerking en wereldwijd diaconaat, en tot 1 juli jl. bijzonder hoogleraar Christelijke filosofie in Wageningen.


Volgende week deel 2 in deze serie, over de kwaliteit van de organisatie waaraan we geven.


Voor verdere studie: Evert-Jan Brouwer, ‘Wie is mijn naaste? Voor donateurs die meer willen weten’, uitg. De Banier, Apeldoorn; € 12,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GODS WERK ONDERSTEUNEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 oktober 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's