SAMEN DANKDAG VIEREN
Nieuwe verbinding tussen school en kerk blijkt mogelijk
Dankdag. Het kerkgebouw stroomt vol met kinderen, sommigen nog heel jong. Het is rumoerig en er wordt druk gepraat, maar wanneer de themapsalm of het themalied wordt gezongen, zingen de kinderen uit volle borst mee. Dit kennen ze!
In veel plaatsen in ons land bestaat de mooie traditie om op dankdag voor gewas en arbeid (evenals op biddag) speciaal samen met kinderen te danken en te bidden. Samen zingen, luisteren naar een verhaal uit de Bijbel en dankpunten bij God brengen, om zo te leren beseffen dat alles wat we ontvangen, uit Zijn hand komt.
ZORGPUNT
Niet alleen in de kerk, ook op (christelijke) scholen wordt met de kinderen stilgestaan bij bid- en dankdag. Vaak gebeurt dit rond hetzelfde thema en bijbelgedeelte als in de kerk (zie kader). Zo maken de kinderen van tevoren al kennis met het verhaal of verwerken ze het juist na de dienst. In sommige plaatsen gaan de kinderen zelfs tijdens schooltijd met hun leerkrachten naar de kerk, of wordt er door de school zelf een samenkomst in de kerk gehouden. Door samen vorm te geven aan de viering van bid- en dankdag kunnen kerk en school elkaar versterken in hun missie.
Hoe de verbinding tussen kerk en school vormgegeven wordt, ligt in elke plaats weer anders. In de praktijk is het niet altijd zo eenvoudig. Misschien moeten we wel zeggen: het wordt steeds minder eenvoudig. Niet voor niets krijgen we regelmatig signalen als ‘de school wil niet meer’ of ‘het is een zorgpunt of de school het wel blijft doen’. Zelfs op scholen die vanouds nauw met de kerk verbonden waren, klinkt soms de vraag wat nu eigenlijk de meerwaarde van een gezamenlijke dienst is. Maatschappelijke ontwikkelingen als de toenemende werkdruk in het onderwijs en veranderingen in de identiteit van christelijke scholen spelen hier ongetwijfeld een rol. Voor de christelijke gemeente vraagt dit om bezinning. Beseffen we wat er leeft? Als betrokkenheid van de school bij de kerk niet (meer) vanzelfsprekend is, laten we het dan voor wat het is? Wat is dan de roeping van de kerk? Twee voorbeelden illustreren hoe in verschillende contexten naar wegen wordt gezocht en wat dit uit kan werken.
VERSCHILLEND CONTACT
In Baarn wordt zichtbaar hoe verschillend het contact met scholen kan zijn. De predikant van de gemeente, ds. M. van Dam, onderhoudt contact met maar liefst vijf scholen: in Baarn vier protestants-christelijke scholen en de reformatorische Daniëlschool in Soest. ‘De school in Soest neemt zelf het initiatief in de voorbereiding van de bid- en dankdagen. Ze laten weten dat de leerkrachten in de klassen weer aan de slag gaan met het HGJB-thema en ik krijg de bijbehorende preekschets opgestuurd.
Bij de pc-scholen, waar de levensbeschouwelijke achtergrond van leerlingen en personeel divers is, werkt dat niet zo. Daar zoek ik als predikant zelf de verbinding. Die was er eerst niet, maar is in de afgelopen jaren gegroeid.’ Dit doet de Baarnse predikant door de schoolleiding een bericht te sturen waarin hij uitlegt waarom het waardevol is om met de kinderen aandacht te besteden aan bid- en dankdag. Ook geeft hij door welk lied als themalied gekozen is. Dit lied wordt vervolgens op school met de kinderen geoefend. In de nieuwsbrief van de school worden ouders en kinderen uitgenodigd om naar de bid- en dankdagdienst te komen. Ds. Van Dam ziet mogelijkheden om de betrokkenheid van de scholen in de komende jaren te laten groeien. Zo wil hij vóór de kerkdienst een maaltijd voor de schoolkinderen organiseren, waarna ze mee kunnen naar de kerk. ‘Ik vind het belangrijk om als predikant en ook als christelijke ouder op een positief-kritische manier betrokken te zijn bij de christelijke identiteit van de school. De bid- en dankdagen zijn een mooie kans om de schoolkinderen met de kerk en de blijde boodschap in aanraking te brengen.’ Voor ds. Van Dam is het belangrijk om uitnodigend te zijn. ‘Dat begint al bij je eigen kinderen, die vriendjes van school kunnen uitnodigen om op dankdag mee te gaan naar de kerk.’
Dat een uitnodigende houding belangrijk is, ontdekte ook ds. M. van Leeuwen in Hierden. ‘Voorheen werd er op de ochtend van bid- en dankdagen een dienst gehouden waarbij de school een grote inbreng had. In de vacaturetijd, voordat ik in Hierden predikant werd, besloot de school ermee te stoppen,’ vertelt hij. ‘Dat had te maken met de belasting voor leerkrachten, de voorbereiding van de dienst werd hen te veel. Liederen uitzoeken, muzikanten regelen, en dan ook nog het creatieve gedeelte in de klas, enzovoorts. Daarnaast nam het draagvlak af doordat de populatie van de school verandert: veruit de meeste kinderen zijn het niet meer gewend om naar de kerk te gaan. Voor leerkrachten wordt het een steeds vreemdere ervaring om onder schooltijd met de leerlingen in de kerk te zitten.’
De keuze van de school om ermee te stoppen leek definitief en de kerk was er niet bij betrokken. Ds. Van Leeuwen vond dat jammer. Hij zocht contact met de school om in gesprek te gaan over de redenen die er voor deze keuze waren, en wat er nodig was om het nog een kans te geven. ‘Dat pakte verrassend uit. De leerkrachten gaven aan dat het zou helpen wanneer taken van hen overgenomen konden worden en het tijdstip van de dienst kon worden vervroegd. Dit hebben we als gemeente opgepakt. De gemeente zorgt nu voor een muziekgroepje die het zingen begeleidt en als predikant stel ik de liturgie op.
Zo ontstond er een opening van waaruit we konden zoeken naar een passende, nieuwe vorm van betrokkenheid van de school. Met de school wordt overlegd over de liturgie: zijn de liederen ook op school zingbaar? De leerkrachten kunnen dan van tevoren met de kinderen oefenen. In de communicatie is er dus veel betrokkenheid, maar het uitvoeren van de taken ligt bij de gemeente. Op de ochtend van bid- en dankdag komt de hele school weer in de kerk. Over deze nieuwe vorm van samenwerking zijn we aan allebei de kanten positief gestemd.’
NIEUWE KANSEN
De positie van de kerk in de samenleving verandert en dat is in het contact met scholen merkbaar. Tegelijk laten beide voorbeelden zien dat er juist ook anno 2018 nieuwe kansen zijn. Inspelen op veranderingen en mogelijkheden vraagt moed en tact. En ook trouw aan de Herder, Die geeft om de kleinsten. ‘Laat hen tot Mij komen.’ Bid- en dankdagen zijn momenten om, boven eten en drinken en schoolprestaties uit, te wijzen naar de Schepper en Verlosser van deze wereld, Die ook kinderen roept tot een leven in afhankelijkheid van Hem.
Fianne de With is medewerker bij de HGJB.
De HGJB ontwikkelt materiaal om samen met kinderen bid- en dankdag te vieren. Voor zowel school, kerk als gezin worden informatie en ideeën rond een bijbelgedeelte en thema aangereikt. Meer informatie is te vinden op www.hgjb.nl onder ‘Bid- en dankdagmappen’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's