De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OVERHEIDSBEMOEIENIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVERHEIDSBEMOEIENIS

6 minuten leestijd

Het kan raar gaan. In de naoorlogse tijd lijkt een evenwicht tussen persoonlijke vrijheid en overheidsbemoeienis voortdurend in beweging te zijn. De pendel tussen die twee begrippen maakt soms wel een grote zwaai. Ik las in het nieuwe theologische tijdschrift Inspirare (een samengaan van de tijdschriften GEESTkracht en Soteria) over de Duitse evangelist Hermann Zaiss. In jaren vijftig van de vorige eeuw organiseerde hij verschillende malen massabijeenkomsten in Nederland. Zo ook in Amsterdam. Iedereen bemoeide zich ermee, ook de politie. Reden: Zaiss legde de mensen de handen op. Ik citeer:

INSPIRARE

Bezwaren kwamen er ook van de zijde van de Amsterdamse vreemdelingenpolitie, die op voorhand vreesde voor overtreding van de toen nog geldende Wet van Thorbecke op de Uitoefening der Geneeskunst, daar handoplegging als geneeskundige handeling werd beschouwd. Het volgende compromis werd bereikt: Zaiss mocht wel met zieken bidden, maar hen niet aanraken. Daarom liet hij de duizenden gelovigen in de Apollohal elkaar een hand geven en één lange keten vormen die hij als geheel voor het aangezicht van God bracht.

Juist van deze bijeenkomst is bekend dat velen genezing vonden. Zo’n overheidsbemoeienis is nu ondenkbaar. De pendel slaat een andere kant op. Er is een ongekende persoonlijke vrijheid, vooral als het gaat om levensbeëindiging. Wij willen zelf het moment van onze dood bepalen. Helemaal vrij zijn we daarin nog niet. Er zijn commissies die daarover gaan. De overheid houdt nog een voet tussen de deur. Maar hoe serieus is de toetsing van deze commissies? Daarover had NRC Handelsblad een gesprek met ethicus Berna van Baarsen.

NRC HANDELSBLAD

Ethicus Berna van Baarsen zat tien jaar in de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE). Ze werkte tot 2011 als universitair docent en senior onderzoeker bij de afdeling Metamedica, sectie Filosofie en Medische Ethiek, VU medisch centrum, Amsterdam. Euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met vergevorderde dementie vindt ze niet verdedigbaar en daarom is ze per 1 januari 2018 gestopt.

Waarover maakt u zich zorgen?

‘In de dossiers die artsen ons sturen, speelt de schriftelijke wilsverklaring van de patiënt, de euthanasieverklaring, een steeds grotere rol. Die verklaring is belangrijker geworden als bewijs dat een patiënt dood wil, terwijl dat in mijn begintijd nog niet zo was.’

Dat is toch niet erg?

‘Jawel, want de euthanasieverklaring is een momentopname. Op een gegeven moment schrijven mensen op onder welke omstandigheden ze dood willen. Mijn ervaring is dat wensen en angsten veranderen als mensen ziek worden. Het mag niet zo zijn dat een wilsverklaring in de plaats komt van het gesprek tussen arts en patiënt over de ondraaglijkheid van het lijden. De wilsverklaring is geen bewijsstuk, maar dreigt wel als zodanig te gaan gelden binnen de commissies.’

Hoe merkte u dat?

‘Tijdens een vergadering over een wilsonbekwame, dementerende patiënt had ik morele vragen. Hoe weten we nu zeker of die patiënt wel dood wilde? Waar is de arts op af gegaan? Als ik zulke vragen stel en er wordt gezegd: dat kan best, maar er ligt een wilsverklaring, dan benader je de casus té juridisch en neem je de ethische vragen niet serieus genoeg.’

Hoe ging het als jullie niet op één lijn kwamen?

‘Probleem is dat een arts, jurist en ethicus niet altijd dezelfde taal spreken. De jurist weegt de wilsverklaring heel zwaar, als een bewijsstuk. Ik weeg het gesprek tussen arts en patiënt veel zwaarder. Die discussies liepen soms totaal langs elkaar heen. De morele vraag sneeuwde soms onder.’

Het juridische argument heeft aan kracht gewonnen, gaat boven het morele argument?

‘Ja, dat gevoel heb ik. We willen handvatten, formulieren, stempels. Maar die geven een rookgordijn. We hebben een hele goede euthanasiewet, maar het is ook de taak van de commissies om de vraag te stellen: vinden we het kloppen dat deze mensen euthanasie hebben gekregen?’

CONFESSIONEEL

In Confessioneel gaat dr. A.H. van Veluw in op een ander aspect van euthanasie. Hij schrijft een column over ‘Euthanasie bij criminelen’. Het is een aspect dat bij mijn weten nog nooit serieus is besproken. Zijn betoog dwingt tot nadenken.

Het was te verwachten dat de grenzen van euthanasie in ons land steeds verder zouden worden opgerekt. Het zelfbeschikkingsrecht is een grote liberale verworvenheid, die niet meer mag worden bekritiseerd. Mede ten gevolge daarvan is Nederland een van de weinige landen waar mensen met een psychiatrische ziekte euthanasie kunnen krijgen. De psychiaters Esther van Fenema en Bram Bakker schreven een brandbrief over deze kwestie. Het is namelijk buitengewoon moeilijk in te schatten of zo iemand uitzichtloos lijdt. Ze vinden dat een euthanasieverzoek bij psychiatrische patiënten zo complex is dat het een zeldzaamheid moet blijven. En terecht. Maar hoe zit dat met criminelen? Wij kennen in Nederland niet de doodstraf. En terecht, gezien alle gerechtelijke dwalingen. Maar stel nu eens dat er een crimineel is, die niet schuwt veel geweld te gebruiken, al verschillende mensen heeft vermoord (..). In de rechtszaal hoort deze moordenaar de vader van een vermoorde dochter opmerkelijk spreken. Dat breekt zijn hart (...). De dader begint zich enorm schuldig te voelen. Hij heeft veel verdriet over wat hij de slachtoffers en hun familie heeft aangedaan. Ook schaamt hij zich enorm. Hij vindt dat hij niet meer mag leven en vraagt om euthanasie. Hij wil gewoon de hoogste straf voor zichzelf: de hoofdstraf, de kapitale straf, de doodstraf. Maar omdat die in ons land niet wordt voltrokken, vraagt hij om euthanasie. De vraag is: mogen we hem dat onthouden? (...) Hij wil dat ze hem de middelen in zijn cel geven, want de veters zijn uit zijn schoenen gehaald. Zouden we in een tolerant land als het onze, waar we het voor velen mogelijk willen maken om voor een zelfgekozen dood te kiezen, ook dit verzoek niet honoreren?

Dat is een goede vraag, waarop we eigenlijk het antwoord wel weten: het is niet humaan om de wil van iemand die ondraaglijk lijdt, te negeren. De vraag is nog wel wie bepaalt wat ondraaglijk lijden is. Een commissie, een arts of eventueel twee artsen? Of bepaalt de lijdende mens dat gewoon zelf? Wie eenmaal met de mondigheid van de mens begint, kan niet ergens halverwege stoppen.

MONDIG

Wat euthanasie betreft heeft de overheid zich bijna teruggetrokken. De burger weet zelf het beste wat de grenzen van zijn eigen (!) leven zijn. Ook wat het huwelijk betreft. We zijn toch mondig genoeg? Aan een betuttelende overheid hebben we geen behoefte. Maar diezelfde overheid is op andere terreinen wel nadrukkelijk aanwezig. Ook op terreinen waarvan we zeggen: gun de mensen iets meer eigen verantwoordelijkheid. Wie nieuwe raamkozijnen wil plaatsen, moet daarvoor wel een vergunning hebben. Daar kwam mijn zoon onlangs achter bij de renovatie van zijn eigen (!) huis. De overheid draagt meer zorg voor onze huizen dan voor onze levens.

Roken wordt op alle manieren ontmoedigd. Prima, want roken verkort ons leven. Drugs en online gokken moeten gelegaliseerd worden. Waarom? Draagt dat bij aan ons welzijn? En hoe stelt de overheid zich op ten aanzien van besnijdenis, ritueel slachten, inenting? En wat te denken van de onverkwikkelijke affaire rond Siriz, de stichting die zwangere vrouwen adviseert over abortus?

De pendel zwaait maar heen en weer. Vrijheid-onvrijheid. Het gaat wel erg op willekeur lijken.

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

OVERHEIDSBEMOEIENIS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's