De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VOLSTREKT ANDERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VOLSTREKT ANDERS

Heiligheid van God én Zijn gemeente [1]

6 minuten leestijd

Als bestuur hebben we niet zomaar voor het jaarthema ‘De heiligheid van God en Zijn gemeente’ gekozen. Bij Gods heiligheid gaat het om een centrale notie uit de Heilige Schrift. Daaraan gekoppeld is de vraag wat dat voor Zijn gemeente betekent.

Bij de keuze van het jaarthema speelde mee dat we de indruk hebben dat het besef van Gods heiligheid afneemt, en het kan niet anders of dat werkt door binnen onze gemeenten. Daar is sprake van in de geloofsbeleving, dus in de omgang met de Heere, maar ook als het om de levenswandel, de heiliging gaat. Dat zal zeker te maken hebben met de context waarin we ons vandaag als kerk bevinden. Binnen de samenleving komen we steeds meer in de marge te staan. Veel gemeenteleden werken dagelijks in een seculiere omgeving waarin voor God en geloof geen of nauwelijks ruimte is.

VREEMDE NOTIE

Alleen al het begrip heilig zal de doorsnee-Nederlander weinig zeggen. In ons gewone spraakgebruik speelt het nauwelijks een rol. Hooguit in een uitdrukking als ‘een heilig boontje’ (maar dan heeft het een negatieve lading). Of als iemand zegt: ‘dat is heilig voor me.’ Z’n vrije dag, of z’n vaste sportavond. Dan gaat het om iets waar een ander niet aan mag komen. Maar heilig in de bijbelse betekenis van het woord is in onze cultuur een vreemde notie geworden.

Dat maakt het – zeker voor onze jongeren – lastig om te beseffen wat Gods heiligheid inhoudt, en nauw daarmee verbonden wat het betekent om heilig te leven. Trouwens – hoe ligt het bij onszelf? In hoeverre zijn ambtsdragers doordrongen van Gods heiligheid? Bijvoorbeeld in de gebeden (onze persoonlijke en ook onze ambtelijke gebeden)? Spreekt daar eerbied uit? Het zou zomaar kunnen dat ook bij onszelf het besef – en daarmee de beleving – van Gods heiligheid taant. Of zeg ik nu iets heel vreemds...?

In ieder geval gaat het om een bijbelse kernnotie die we beslist niet mogen kwijtraken. Als de Heere van Zijn heiligheid wordt ontdaan, kunnen we Hem niet kennen zoals Hij is, terwijl we Hem ook niet kunnen dienen zoals Hij gediend wil zijn. Hoe langer ik met het thema bezig ben, des te meer ga ik beseffen hoe fundamenteel het is: ‘Heiligheid van God én Zijn gemeente’.

DIEPSTE WEZEN

We letten nu eerst op Góds heiligheid. Dat Hij heilig is, komen we in de hele de Bijbel tegen. Iemand heeft de heiligheid zelfs ‘het meest typerend voor het oudtestamentisch Godsgeloof’ genoemd (Th.C. Vriezen). Er is in het Oude Testament geen andere aanduiding waarmee de Heere zo vaak wordt aangeduid. Het gaat om een van Zijn eigenschappen. Maar het is wel de eigenschap die er – om zo te zeggen – uitspringt. Heiligheid stempelt, doordringt en bepaalt alle andere eigenschappen van God. Vandaar dat: ‘Zijn liefde heilige liefde is, Zijn toorn heilige toorn, Zijn erbarmen heilig erbarmen’ (H.G.L. Peels). Heiligheid behoort tot het diepste wezen van God.

Dit heilige geldt niet alleen voor God de Vader, maar ook voor Christus en de Geest. Als de engel Gabriël de geboorte van onze Heiland aankondigt, spreekt hij tegenover Maria over ‘het Heilige Dat u geboren zal worden’. En wat de Geest betreft – de veel gebruikte aanduiding Heilige (!)

Geest zegt genoeg. Kortom, heiligheid is een eigenschap van de drie-enige God.

Mogelijk heeft het Hebreeuwse woord voor heilig te maken met ‘scheiden’. En dat is treffend. ‘Heilig is wat gescheiden is van het gewone, het profane’ (H.G.L. Peels). Het gaat om het totaal anders zijn van God. Heilig duidt op het unieke van de Heere. Ik denk aan een woord uit Jesaja 40: ‘Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige.’ En bedoeld is natuurlijk dat Hij volstrekt onvergelijkelijk is. Geen tweede zoals Hij.

Dat wil ook zeggen dat God Zich op geen enkele wijze laat inpassen in onze denkkaders. Laat staan dat wij over Hem kunnen beschikken, of dat wij Hem zouden voorschrijven hoe Hij moet handelen. Soms willen mensen God voor hun karretje spannen. Maar dan hebben ze dus niets van Zijn heiligheid begrepen. Het is onmogelijk om Hem naar onszelf toe te trekken – dat kunnen we echt vergeten. God openbaart Zichzelf wel aan ons, maar Hij levert Zich niet aan ons uit. Wij krijgen Hem nooit in onze vingers. Daar is Hij té heilig voor.

TER VERANTWOORDING

In het recent verschenen boek van dr. G. van den Brink over de Dordtse Leerregels (Dordt in context) kwam ik de volgende waarneming tegen: ‘Meer dan in het verleden zijn we vandaag geneigd dat God, als Hij al bestaat, zich in elk geval moet houden aan onze normen en waarden. Maar dan hebben we God veel te veel in een menselijk vlak getrokken.’ Dan volgt het voorbeeld van iemand die zegt: ‘Als ik God was, dan wist ik het wel. Ik zou meer doen aan de honger en ellende in de wereld. Sommige mensen hebben zich zelfs heilig voorgenomen om, als ze God na hun dood zullen ontmoeten, Hem opheldering te vragen over het een en ander!’ Hier kunnen volgens de auteur uiteraard schrijnende ervaringen achter zitten die zulke vragen begrijpelijk maken. Maar het verraadt wel een manier van denken over de heilige God die niet kan. Alsof wij in de positie zijn om God ter verantwoording te roepen, terwijl het precies andersom is: God roept ons ter verantwoording.

Misschien herkennen we dit soort geluiden: vanuit onze maatstaven denken over God. ‘Ik (!) kan me niet voorstellen dat God mensen verloren laat gaan!’ Dat is er ook zo één die je buiten én binnen de kerk kunt horen. Of: het geloven op je eigen manier, dat helaas ook de gemeenten binnen sijpelt. Maar dan gaat het bijna altijd om een God Die aan onze wensen beantwoordt, Die niet al te moeilijk doet, Die veel door de vingers ziet, en Die ons bevestigt in ons mens zijn. Je mag er zijn – ja, dat vooral! Maar dat er bekering nodig is om Zijn Koninkrijk binnen te gaan, hart- en levensvernieuwing, dat is een notie die hoe langer hoe meer verbleekt.

***

In deze thematiek gaat het ten diepste om ‘het God zijn’ van de Heere. Dát is in het geding als we ons bezinnen op Zíjn heiligheid, maar ook als we nadenken over de heiliging van Zijn gemeente (dus van onszelf).

Ds. J.C. Schuurman is predikant van de hervormde gemeente te Capelle aan den IJssel en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.


Volgende week deel 2 in deze serie, over Gods heiligheid in de Bijbel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

VOLSTREKT ANDERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's