De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDJE AARDE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDJE AARDE

7 minuten leestijd

In de vorige Uit de pers schreef ik over kerkelijke verdeeldheid en dat de ene kerkscheuring de andere niet is. Kerken zijn er in alle soorten en maten, kerkscheuringen ook. Kerkscheuringen zijn een schaduw van het Evangelie. Zoals het ongeloof de schaduw van het geloof is, zo is het ook met kerken en scheuringen. In De Wekker, het orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken, las ik over een kerkscheuring in het oerwoud. Zoiets had ik nog nooit gehoord. Ik geef het verhaal hier in zijn geheel weer. Ter lering. Ook ter lering als het gaat om tot verzoening te komen.

DE WEKKER

Het was een lange en moeizame tocht door een donker Papoea-Nieuw-Guinees bos in de stromende regen. Wat waren we blij dat we een gids hadden! René en ik (Lydia van den Berg en haar man René, werkzaam voor Wycliffe bijbelvertalers) hadden zojuist een mooie gebedsbijeenkomst bijgewoond van een klein groepje gelovigen, dat zich zeer letterlijk had afgescheiden van de plaatselijke (Anglicaanse) kerk. We hadden genoten van het contact dat we met elkaar voelden tijdens de bijeenkomst. Maar tegelijkertijd deed die afscheiding ons echt verdriet. Zowel de dominee als de leider van de afgescheidenen hadden ons al verteld dat zij het er zelf ook moeilijk mee hadden dat ze elkaar al jarenlang totaal vermeden.

Vroeger woonden ze in hetzelfde dorp, maar na een conflict over een aantal liturgische zaken was één groep mensen gewoon het bos in getrokken en was daar een nieuw dorpje gestart. Dat is helaas een heel gebruikelijke reactie in dit land, waar mensen hun omgeving al heel snel indelen in ‘wij’ en ‘zij’, in ‘medestanders’ en ‘tegenstanders’.

Het was voor ons overduidelijk dat iedereen leed onder deze situatie. De zondagse diensten in de grote kerk werden slechts door een handjevol gelovigen bezocht. De meeste dorpelingen hielden het wel voor gezien met de kerk. Nadat we hier een aantal dagen voor hadden gebeden, nodigden we de twee voorgangers uit voor een gesprek met René als neutrale buitenstaander. De lijdenstijd was net aangebroken, en René hoopte dat beide mannen elkaar zouden willen ontmoeten ‘aan de voet van het kruis’. Dat gebeurde ook: de twee leiders verootmoedigden zich en waren in staat elkaar een hand te geven en samen te bidden. Sindsdien zijn er ook weer gezamenlijke diensten! De mannen hadden verstrikt gezeten in hun eigen culturele gedachtepatronen. God brak daar doorheen en liet hen zien dat ze in Hem broeders waren van elkaar, ieder levend van genade en vergeving.

NEDERLANDS DAGBLAD

Van het oerwoud van Papoea Nieuw-Guinea naar de hoofdstad van Mongolië: Ulaanbaatar. Daar werkt Corrie van der Esch, afkomstig uit Papendrecht. Over het werk dat zij daar doet, had het Nederlands Dagblad een uitvoerig interview met haar.

Ze zag ze liggen, overal in de stad, daklozen, soms 20, 30 graden vorst trotserend. Of stervend. Onder een geveltrap, gewond in de bosjes na een aanrijding of verscholen in een put onder het wegdek. Doodziek, maar bang om naar het ziekenhuis te gaan, waar je misschien een dodelijk spuitje zou krijgen. Een man lag ladderzat op een druk kruispunt. Niemand die hem wegsleepte naar een veilig plekje. Daar, in Ulaanbaatar, de van kolendampen vergeven, drukke, deprimerende hoofdstad van Mongolië, maakte Corrie van der Esch contact met deze ‘dorre beenderen’ van de samenleving – zo op het oog ten dode opgeschreven. Ze drukte hun de hand, keek hun in de ogen, onthield namen en liet zich raken door hun levensverhalen. In de jaren die volgden, bouwde ze daar, diep in Azië, samen met Mongoolse christenen die níét negatief over daklozen dachten, een hulpproject op. Nu, acht jaar later, doorziet ze wel wat haar bewoog. ‘Hart voor mensen, natuurlijk, maar ik wist ook persoonlijk hoe het is om niet mee te tellen. Op de mavo in Papendrecht ben ik een hele periode gepest. Mensen die je links laten liggen – ik ken het gevoel.’

Voordat ze in Mongolië neerstreek, werkte ze jaren in de Rotterdamse diergaarde Blijdorp. Zo’n baan wilde iedereen wel die net als zij een opleiding dierverzorging had gevolgd. In de loop van de jaren bespeurde ze echter dat ze iets nieuws wilde gaan doen. ‘God legde een andere passie op mijn hart’, zegt ze zelf. ‘Ik nam verlof en ging een paar maanden met Mercy Ships naar Liberia. Het versterkte de aandrang om me te richten op mensen die het moeilijk hebben en bovendien God niet kennen.’ Een collega in Blijdorp die vertelde over een zeldzaam uiltje dat naar het oogziekenhuis moest, gaf het laatste zetje. ‘Ik hou van dieren, maar ik had in Liberia kinderen gezien met ernstige tumoren achter hun ogen. Terwijl ik de verblijven in de dierentuin schoonmaakte, hoorde ik op de radio een liedje van Alphaville: “Shall I stay here at the zoo, or should I go and change my point of view?”. Ik ging de opleiding Interculturele Studies volgen. Een neutrale naam voor een bijbel-school, vanwege de gevoeligheid in sommige landen.

Hoe weet een mens wat God van hem vraagt?

Ik geloof dat Hij dingen voorbereidt, waarna je als mens keuzes mag maken. Ik ben daarin geen ster. Van een paar schoenen kopen kan ik al wakker liggen, laat staan als het om grote levenskeuzes gaat’...

Na enkele stages leek haar roeping in Pakistan te liggen. Het werd echter Mongolië.

Zo gaat dat: stapje voor stapje en bidden om wijsheid en leiding. Kiezen wat de weg lijkt en het aan God overlaten. Een bijbelvers sprong naar voren voor mij: ‘Als je Gods stem hoort, verhardt je hart dan niet.’ (...)

Ze vertelt dat in het land 3 miljoen mensen wonen, van wie 1,3 miljoen in de hoofdstad. Het land is veertig keer zo groot als Nederland. Er is weinig industrie. Sommigen hebben een winkeltje, anderen zijn taxichauffeur en er zijn veel autowerkplaatsen. Buiten de stad is veeteelt en mijnbouw. Ongeveer 25 jaar geleden kwam er godsdienstvrijheid en er volgde een snelle groei van het christendom. Nu staat het stil op zo’n 20.000 christenen.

Het verhaal van Corrie van der Esch is een indrukwekkend, persoonlijk verhaal. Er is persoonlijke moed voor nodig om – in je eentje – in zo’n omgeving te gaan werken. Tegelijk wordt duidelijk dat God doorgaat met Zijn werk en doorgaat om mensen te roepen. Dat is bemoedigend. Het verhaal van Corrie van der Esch herinnert mij aan een soortgelijk verhaal van verpleegkundige Astrid Klomp in het Reformatorisch Dagblad van enkele weken geleden. Zij is werkzaam onder de Rohingya’s in Bangladesh.

REFORMATORISCH DAGBLAD

Rohingyavrouwen helpen – dat is de missie van de Nederlandse verpleegkundige Astrid Klomp. Midden in een uitgestrekt Rohingya-vluchtelingenkamp in Bangladesh zette zij een voedingskliniek op. ‘Ik zie dat de vrouwen hier de laatsten zijn die aandacht krijgen en bijna alles moeten dragen.’ (...)

Vorig jaar augustus begon het leger van Myanmar een extreem gewelddadige campagne tegen de islamitische Rohingyaminderheid in dat land. Rohingyadorpen werden stelselmatig in brand gestoken, hun bewoners verkracht en vermoord. Sindsdien zijn naar schatting 700.000 Rohingya’s naar het buurland Bangladesh gevlucht. Kutupalong groeide samen met een aantal andere kampen uit tot een conglomeratie waar naar schatting 550.000 mensen wonen. Het is het grootste vluchtelingenkamp ter wereld.

ALLES KWIJT

Klomp werkt onder andere samen met Rohingyavrijwilligers uit het kamp zelf, die huisbezoeken doen en informatie over hygiëne en goede voeding verstrekken. Een van hen is de 18-jarige Amina Khatun, die vorig jaar met haar familie haar dorp ontvluchtte. Khatun is een meisje met heldere ogen dat verlegen begint te lachen als ze wordt geïnterviewd. Ze vertelt met hese stem: ‘Toen we hoorden dat het leger eraan kwam, vluchtten we met zijn allen de bergen in. Van ver af zagen we dat ons dorp in vlammen opging, dat was vreselijk. Ik was heel erg bang. Later hoorden we dat mijn oom was vermoord toen hij probeerde te vluchten. We hebben tien dagen lang door de bergen gelopen voordat we Bangladesh bereikten. We hadden rijstvelden en vee, maar nu zijn we alles kwijt.’

Er is veel ellende in de wereld. Meer dan we weten. Wie hoort over de Oeigoeren in China, van wie ongeveer een miljoen (!) zijn opgesloten in heropvoedingskampen om daar te leren denken zoals de communistische partij dat eist? In China raken ook christenen steeds meer in de verdrukking. Een ‘rondje aarde’ levert een ontluisterend beeld op, maar overal, ook in de meest ellendige omstandigheden, zijn ook tekenen van hoop. Tekenen van Gods liefde.

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

RONDJE AARDE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's