OP AFSTAND EN NABIJ
Heiligheid van God én Zijn gemeente [2]
De Bijbel legt op verschillende plaatsen een link tussen Gods heiligheid en Zijn gericht. We kunnen met Zijn heiligheid dus geen loopje nemen. Er is ook een andere lijn in de Schrift: Zijn heiligheid blijkt meer dan eens een bron van genade te zijn.
Op tal van plaatsen in de Bijbel is er sprake van Gods heiligheid, bijvoorbeeld bij Zijn openbaring rond de wetgeving op de Sinaï. Stel dat we daarbij geweest waren, wat zouden we geïmponeerd zijn. De berg in rook gehuld, omdat de Heere er in vuur neerdaalde. Donderslagen, bliksems en bazuingeschal, terwijl de berg ook nog beefde.
VERBLINDEND
We lezen in Exodus 20 dat de Israëlieten sidderden en op een afstand bleven staan. Ze vreesden zelfs te zullen sterven. Vandaar dat ze Mózes smeekten om met God te spreken. En als Mozes later van de berg afdaalt, straalt zijn aangezicht vanwege Gods heerlijkheid. Dat is zelfs zó verblindend dat hij zijn gezicht moet bedekken. En bij hem is het nog maar een afglans van God.
Ik denk ook aan de roeping van Jesaja die een indrukwekkend visioen te zien kreeg. Zelfs de engelen (de serafs) bedekken hun gezicht voor de heiligheid van God. Ondertussen roepen ze het driemaal heilig uit. ‘Heilig, heilig, heilig is de Heere van de legermachten.’ Jesaja kan alleen maar stamelen: ‘Wee mij, want ik verga’, terwijl hij ook sterk zijn zondigheid beseft: ‘ik ben immers een man met onreine lippen.’
Zulke gedeelten helpen ons om iets van Gods heiligheid, van Zijn anders-zijn te beseffen. En dit is niet typisch oudtestamentisch. In Openbaring 1 valt Johannes als dood aan de voeten van de verhoogde Christus neer. En werden ook de wachters bij het graf niet als doden op de paasmorgen? In Hebreeën 12 wordt onze God een verterend vuur genoemd. Dat staat er dan toch maar als een citaat uit Deuteronomium 4. We hebben vaak niet half door hoe heilig de Heere is.
NIET AFSTANDELIJK
Dat God de Heilige is, geeft een bepaalde distantie. Hij is niet onze buurman. Maar tegelijk is de Heere geen afstandelijke God. Integendeel. In dit verband is Hosea 11:9 een kernwoord: ‘Ik ben God, en geen mens, de Heilige in uw midden!’ Dat is iets om heel stil van te worden: ‘de Heilige in uw midden’. Daar sluit die benaming bij aan die we vooral in Jesaja aantreffen (ruim 25 keer): ‘de Heilige Israëls’. Juist als de Heilige heeft de Heere Zich aan Zijn volk verbonden. Volgens Jesaja 57 woont Hij niet alleen ‘in de hoge hemel en in het heilige’, maar ook ‘bij de verbrijzelde en nederige van geest om levend te maken’.
ZICHTBAAR
De Heilige in Uw midden. Daarvan waren de tabernakel en later de tempel een zichtbaar teken. Het zijn woonplaatsen van God. We zien het voor ons: naast de tenten van Israël staat ook die ene bijzondere tent voor Hem. En naast alle huizen in Jeruzalem is er een speciaal huis voor de Heere. Vandaag zou dat, concreet, bij wijze van spreken inclusief postcode zijn. ‘De Heilige in uw midden!’ Maar dat kan niet zonder verzoening. Wij zijn té zondig om zomaar voor de heilige God te kunnen bestaan. Vandaar de dagelijkse offers in de tabernakel en later in de tempel. De ernst van Gods heiligheid proeven we vooral als het om de Grote Verzoendag gaat. Wat werd er van de hogepriester een zorgvuldigheid gevraagd als hij één keer per jaar het voorhangsel opzijschoof, het passeerde om ‘het Heilige der heiligen’ binnen te gaan. Dat kon alleen als hij gedekt werd door het bloed van het gebrachte offer. Over heiligheid gesproken.
OORDEEL
Met die heiligheid kunnen we geen loopje nemen. Er zijn in de Schrift ook veel gegevens die een link leggen tussen Gods heiligheid en Zijn gericht. We kunnen hierbij denken aan de zonen van Aäron die ‘vreemd vuur’ op het altaar brachten. Ze hielden zich niet aan Gods voorschriften en dat werd hun dood.
Zo gebeurde het ook in het Nieuwe Testament met Ananias en Saffira die tegen de Heilige Geest gelogen hadden. Laten we de ernst van de zonde niet onderschatten. Volgens dr. H.G.L. Peels ‘tast de zonde Gods heiligheid aan’ en ‘uit Zijn afschuw van de zonde vloeit Zijn gericht voort’. Dat is nogal wat. Je zult er maar mee te maken krijgen. God laat niet met Zich sollen. Als de Heilige kan Hij ook oordelen.
BRON VAN GENADE
Maar er is – wonderlijk genoeg – ook een andere lijn in de Bijbel. Gods heiligheid blijkt meer dan eens een bron van genade te zijn. In Ezechiël 36 klinkt midden in de ballingschap een heilsprofetie. Babel wordt niet het eindstation van Israël. De Heere belooft terugkeer, maar vooral ook vergeving en vernieuwing. ‘Ik zal u een nieuw hart geven, en Mijn Geest in uw binnenste.’ En dan dat verrassende, hoe God Zijn handelwijze motiveert: ‘Ik doe het niet om u, huis van Israël, maar om Mijn heilige Naam!’ Hier blijkt juist Gods heiligheid de grond van het heil te zijn. In Psalm 89 zingen we dat God zelfs zweert bij Zijn eigen heiligheid. En daar hebben we de grote Koning uit Davids huis aan te danken.
Gods heiligheid wordt dus niet alleen met Zijn gericht verbonden, maar ook met Zijn genade. En dan kan het niet anders of we komen op Golgotha uit. In de kruisdood van onze Heiland zien we enerzijds de realiteit van Gods heilige toorn. Zijn eigen Zoon is erdoor getroffen. Sterker nog: eronderdoor gegaan, weggestoten tot in de hel, vanwege ónze zonden.
Tegelijk zien we op de kruisheuvel Gods heilige liefde, Zijn heilige ontferming die tot het uiterste gaat. Dat God ‘De Heilige in uw midden’ is, heeft alles te maken met dé Grote Verzoendag – ik bedoel Goede Vrijdag (waarop het voorhangsel definitief is gescheurd). En ook met Pasen. In Christus is God onder ons komen wonen en nu heet Zijn gemeente ‘een heilige tempel’ en ‘een woning van God, in de Geest’ (Ef.2).
DE GEMEENTE
Dit brengt ons bij het tweede onderdeel van het thema: ‘Heiligheid van God én Zijn gemeente’. Die twee horen onlosmakelijk bij elkaar. In Leviticus 19 zegt de Heere: ‘Heilig moet u zijn, want Ik, de Heere, uw God, ben heilig.’ En vlak voor de wetgeving horen we in Exodus 19: ‘U dan, u zult voor Mij (...) een heilig volk zijn.’ Als dan in het volgende hoofdstuk de Thora wordt gegeven, dan kan het niet anders of Gods geboden vormen het kader van dat heilig zijn.
De beide citaten komen in de eerste brief van Petrus terug, maar dan toegepast op de christelijke gemeente. ‘Zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig.’ Het is niet genoeg dat wij met God worden verzoend doordat we vergeving van zonden ontvangen. Er is ook heiliging, vernieuwing nodig. Volgens Paulus gaat het daar zelfs om. In 1 Thessalonicenzen 4 schrijft de apostel: ‘dit is de wil van God: uw heiliging.’ En om het nog meer aan te scherpen een woord uit Hebreeën 12: ‘jaag de heiliging na, zonder welke niemand de Heere zal zien.’ Kennelijk is de heiliging van ons leven heilsnoodzakelijk. Hoe meer het besef van Gods heiligheid bij ons leeft, hoe meer we ons gedrongen weten om heilig te leven. Dat geldt op alle terreinen van het leven.
CONCREET
De Bijbel is daarin uiterst concreet, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. En vaak is het ook pijnlijk concreet. De profeten stelden sociale misstanden aan de kaak. Jezus heeft in de Bergrede de geboden aangescherpt. En als Paulus schrijft over het afleggen van de oude en het aandoen van de nieuwe mens, komt veel voorbij. Dat geldt ook voor de brieven van Jakobus, Petrus en Johannes. Gods gemeente moet heilig zijn. Op tal van plaatsen worden gelovigen aangeduid als heiligen, geroepen heiligen.
Op dit punt haal ik een omschrijving van dr. Peels terug: ‘Heilig is wat gescheiden is van het gewone, het profane.’ Dat wil niet zeggen dat we ons aan de wereld onttrekken. We zoeken dus niet het isolement. God plaatst Zijn kerk ín de wereld om het licht van Zijn heil te verspreiden.
Het betekent wel dat we anders zijn. En op dat punt valt er binnen de gemeente veel toe te rusten. In de prediking, in de catechese en in het pastoraat. Soms zijn er concrete punten die om bezinning in de kerkenraad vragen. Rond voltooid leven, bijvoorbeeld, of rond seksualiteit, huwelijk en andere relaties.
Ds. J.C. Schuurman is predikant van de hervormde gemeente te Capelle aan den IJssel en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
Volgende week deel 3 (slot) in deze serie, over de aard van de heiliging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's