De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET WONDER VAN GENADE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET WONDER VAN GENADE

Dr. De Koeijer: ‘Het thema schuld en vergeving lijkt minder te leven’

8 minuten leestijd

Vergeving is een centraal thema in het christelijk geloof. Op persoonlijk en kerkelijk vlak kunnen we het echter makkelijk laten verdringen door allerlei aspecten die niet direct bij het hart van het geloof horen, constateert dr. R.W. de Koeijer.

Daarom vraagt hij in De Redder in nood opnieuw aandacht voor het wonder van Gods vergeving. Het boek verscheen vorige maand in de Artiosreeks van de Gereformeerde Bond. ‘Vergeving is de eerste gave die we door het geloof in Christus ontvangen. Maar hoe vaak spreken we er eigenlijk met elkaar over? Mijn boek wil stimuleren om deze geloofskern persoonlijk te overdenken en samen te bespreken. Het is belangrijk om kernthema’s uit de Bijbel en de westerse kerkgeschiedenis centraal te houden,’ aldus ds. De Koeijer.

Hoe komt het dat het thema ‘schuld en vergeving’ minder lijkt te leven? En is dat erg?

‘Het heeft met onze visie op God en de zonde te maken. In onze samenleving is er steeds minder besef wie God is en als er een God is, moet Hij zeker niet over zonde spreken en straffen.

In de kerk spreken we wel over schuld en vergeving. Maar hoe? Soms gebeurt het op een vervlakkende manier, bijvoorbeeld in een verzoeningsleer waarin de elementen van schuld en straf grotendeels zijn verdwenen.’

GEVOLGEN

‘Wanneer deze opvatting binnendringt, begint de verwondering over Gods onverdiende vergeving te verdwijnen. We merken het niet alleen aan de prediking, maar ook aan het geestelijke leven. Als het gewicht van de zonde vervaagt, schuift het wonder van Christus’ verzoeningswerk naar de achtergrond of wordt het alleen voor de vorm beleden. Andere dingen komen dan in het centrum van de aandacht te staan. En ja, dat is erg.’

De predikant uit Bilthoven ziet in de Bijbel een andere lijn. ‘In het Oude Testament kan God alleen bij Zijn volk wonen via de offerdienst. Het Nieuwe Testament verkondigt dat Christus moest sterven als offer voor de zonde. In het kader van de Heilige Die een afkeer heeft van het kwaad en Die het moet straffen, komt naar voren hoe ingrijpend de zonde is, wat we daarmee oproepen en verdienen. Zo licht het verrassende van Gods vergevende liefde helder op.’

Ligt het aan de prediking of aan de hoorders dat er vervreemding ten opzichte van ‘schuld en vergeving’ ontstaat?

‘Dat is, denk ik, een wisselwerking. We staan in een bepaalde tijd, we luisteren naar een bepaalde prediking en wij preken in een bepaalde context. Hoorder en prediker kunnen zich de vraag stellen: ‘Zou het bij mij zo kunnen zijn dat het verlossingswerk van Christus minder centraal staat? Vormt Hij voor mij als predikant nog steeds het hart van mijn prediking en verlang ik als hoorder ernaar om met de Gekruisigde gevoed te worden?’

Ik hoor wel eens een zucht als het weer over zonde en vergeving gaat. Mensen weten het allemaal al, ze ontvangen liever handvatten voor het dagelijks leven. Wat zegt u tegen hen?

‘Ik herken het verlangen dat er leeft om vanuit de prediking concrete toerusting te ontvangen om in deze tijd te staan. Als dat niet of nauwelijks gebeurt, sta je buiten de tijd waarin je leeft en krijg je ook vervreemding. Het gaat natuurlijk om het goede evenwicht. We lezen in de Schrift passages die het leven uit het geloof verwoorden of daartoe opwekken. Dat hoort er dus helemaal bij, maar is wel duidelijk verbonden met de kern. Het hart moet het hart blijven. Belangrijk is dat de geloofspraktijk opkomt uit de verwondering over Gods vergeving en daardoor ook steeds wordt gevoed.

De Heidelbergse Catechismus plaatst het christenleven niet voor niets in het derde deel, over de dankbaarheid. Dat is de dankbaarheid voor Gods onverdiende genade. Zo niet, dan ontstaat een praktisch christendom waarin zonde en vergeving een gepasseerd station zijn. Andersom leidt de verwondering over Gods genade tot een leven van toewijding, dat ook een praktische kant kent.’

Vergeving zou een centrale plaats in het geloofsleven moeten houden, schrijft u. Hoe is dat te bereiken?

‘Ten eerste door in de kerkdiensten de aanklacht van Gods gebod niet te laten verstommen. Die klinkt al aan het begin van de dienst, in de lezing van de wet. Onze schuld kan worden uitgesproken in nauwe samenhang met de verkondiging van Gods vergeving. Die kan de gemeente bijvoorbeeld uitzingen na de wetslezing en ze kan vervolgens worden verwoord in het gebed voor de preek. Zo klinken de verrassing en de dankbaarheid door dat de Heere met ons wil samenkomen. Deze onderdelen van de kerkdienst blijven wezenlijk.’

Als tweede kijkt ds. De Koeijer naar de prediking. Hij vindt het belangrijk dat predikanten de rode draad in de Schrift tekenen. ‘Allerlei geschiedenissen in het Oude Testament brengen schuld en vergeving immers naar voren, terwijl Christus’ lijden en sterven deze thema’s in geconcentreerde vorm laten zien. Hoe sterker Christus’ heerlijkheid schittert, hoe sterker Gods vergeving oplicht.’

Ten slotte wijst hij op het geloofsleven van de hoorders. ‘Laten ze beseffen dat God een afkeer heeft van het kwaad en een heilig leven wil. Ook als gelovige ga je met je zonden tegen God in, zeker als je bewust aan het verkeerde toegeeft of openlijk zondigt. De boodschap is dan niet dat God toch wel vergeeft, nee, je wordt geroepen tot dagelijkse bekering. Zo mag je rust vinden in het Evangelie van Gods vergeving. Dit brengt je tot grotere verwondering en dankbaarheid. Ten diepste gaat het erom dat we zien wie God is, zowel in Zijn recht als in Zijn genade.’

ONDERLINGE VERGEVING

Gelovigen leven zelf van vergeving, toch hoeven ze volgens u zelf niet altijd onvoorwaardelijk te vergeven. U spreekt liever van vergevingsbereidheid. Waarom is dit beter?

Omdat dit in de lijn ligt van Gods handelen. In Zijn genade biedt hij ons Zijn heil aan. Dat wijst op Zijn vergevingsgezindheid. Vergeving vindt echter plaats in de weg van schuldbelijdenis en geloofsovergave. Deze samenhang is bepalend voor onderlinge vergeving. Het is een teken dat je uit Gods genade leeft als je bereid bent om te vergeven. Soms kunnen slachtoffers dit eenzijdig kenbaar maken aan daders, maar echte vergeving vindt pas plaats als de dader hierom vraagt en als het slachtoffer deze daadwerkelijk geeft.

Daarnaast is het ook pastoraler, omdat het meer recht doet aan wat het slachtoffer is aangedaan. De schuld kan niet verdwijnen zonder eerlijke erkenning en een begin van herstel. Mij treft dus hoe dat helemaal verbonden is met Gods bezig zijn. Ook al biedt Hij Zijn genade aan – zelfs al voordat je hierom vraagt – vergeving ontvang je pas werkelijk in de weg van schuldbelijdenis en geloofsovergave. Zo is het eveneens tussen mensen onderling. De Heere laat ook de schuld wegen en gaat er niet zomaar aan voorbij.’

TOELEIDENDE WEG

U pleit in uw boek voor een toeleidende weg. Nu leert de ervaring dat mensen daarin kunnen blijven steken. Waarom vindt u dit toch een goed element in de prediking?

‘Een toeleidende weg houdt in dat er in de weg van berouw en schuldbelijdenis plaats komt voor Gods vergeving, zodat vergeving geen vanzelfsprekendheid is, maar een wonderlijk geschenk. Het is me opgevallen dat er in onze westerse traditie vanaf Augustinus sterke aandacht is voor schuld en schuldbesef. In de Reformatie, het puritanisme en de Nadere Reformatie komt dit terug.’

Ds. De Koeijer brengt wel een nuancering aan: ‘Een toeleidende weg van schuldbesef is níet bedoeld om erin te blijven steken. Dit gebeurt helaas als Gods genade op de achtergrond komt te staan of als men direct of indirect benadrukt dat Gods vergeving pas aan het einde van een nogal lange weg van noodzakelijke inkeer staat.

Maar wanneer je het beeld van een weg gebruikt, biedt dat ook voor onze tijd perspectief. Het leven gaat soms via allerlei kronkels van ellende, nood en schuld.

Maar daarin zoekt God ons op, neemt Hij ons genadig bij de hand en neemt Hij daarvoor vaak genadig de tijd. Zo kunnen mensen het wonder van Zijn vergeving ontdekken en belijden.

Als je naar de bredere kerkelijke kring kijkt, denk ik dat het accent op een toeleidende weg nodig is. Tegelijkertijd wil ik niet in de valkuil stappen die je in de gereformeerde gezindte kunt aantreffen: dat je op jezelf wordt teruggeworpen, op allerlei voorwaarden. Dit is een smal pad. De ene keer benadruk je sterker onze schuld om ruimte te scheppen voor het wonder van Gods vergeving, een andere keer laat je juist de rijkdom van Gods beloften in Christus klinken. Gods vergeving bepaalt ons in elk geval bij het hart van het Evangelie en dat is Gods hart. De titel van mijn boek verwijst naar Psalm 103. Die zingt van het wonder van Gods vergeving: Barmhartig en genadig is de Heere, geduldig en rijk aan goedertierenheid.’

M.M.C. van der Wind-Baauw uit Kerkwijk is theoloog.


N.a.v. Dr. R.W. de Koeijer, ‘De Redder in nood. Over het wonder van Gods vergeving’ (Artios-reeks), uitg. Groen, Heerenveen; 183 blz.; € 13,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HET WONDER VAN GENADE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's