ONZE LEVENSWANDEL
Heiligheid van God én Zijn gemeente [3, slot]
Voor we het weten, stappen we in de valkuil dat levensvernieuwing iets van onszelf is. Wíj moeten heilig leven. We raken dan al gauw teleurgesteld als het in de praktijk tegenvalt. Daarom is het belangrijk om de aard van de heiliging helder te hebben.
Laten we niet vergeten dat onze heiligheid primair in Christus ligt. We lezen het in 1 Korinthe 1: Christus Jezus is voor ons geworden niet alleen gerechtigheid maar ook heiliging. Uiteindelijk is Hij de Enige met een heilige levenswandel.
Nooit heeft Hij Gods wil overtreden. Geen moment zat Hij ernaast. En het behoort tot Zijn volbrachte werk dat Hij voor Zijn volgelingen ook heiligheid heeft verworven. Deze heiligheid wordt ons – samen met gerechtigheid – door het geloof toegerekend. Als God ons ín de Heere Jezus aanziet, dan zíjn we heilig. Onze oude mens ís met Hem gestorven, terwijl ook de nieuwe mens met Hem is opgewekt.
LEVENDE VERBONDENHEID
Maar van daaruit wil de heiliging wel concreet gestalte krijgen. Alleen niet als prestatie van ons, maar als vrucht van de Geest. Johannes 15 wijst ons de weg. Het gaat om de levende verbondenheid met de Wijnstok Christus. Zonder Hem kunnen we niets doen, dus ook niet heilig leven. Maar ‘wie in Mij blijft’, zegt de Heere Jezus, ‘en Ik in hem, die draagt veel vrucht.’ We horen geen woord over ‘moeten’. Nee, het gebeurt. Als we maar in Christus zijn en blijven. In Efeze 2 schrijft Paulus dat de goede werken (de vruchten) door God van tevoren zijn bereid, opdat wij daarin zouden wandelen. Ze liggen klaar, ze liggen te wachten om in praktijk gebracht te worden. Prof. dr. J. Hoek gebruikt het beeld van een park: ‘Geheiligd leven is als wandelen in een prachtig park. Je behoeft dat park niet zelf aan te leggen, want het nieuwe leven, het heilige leven is als een park dat al aangelegd is in Christus.’
Het is belangrijk dat ook ambtsdragers deze bijbelse grondlijnen helder hebben. Daarmee kunnen ze de gemeente dienen en vooral jongeren die in hun enthousiasme goede christenen willen zijn, terwijl het zo vaak mislukt (met alle frustraties van dien).
Rond de heiliging van het leven kunnen mensen, ook wijzelf, zo krampachtig zijn. Wie herkent het niet? Maar we hebben daar heel duidelijk in te zijn: zonder de Heilige Geest wordt het niks, zonder de Geest Die ons aan Christus verbindt. De Geest maakt ons overigens niet passief. Nee, Hij leidt ons zo dat we ook zelf keuzes gaan maken. We worden in het Evangelie immers geroepen tot een heilige wandel. Die komt je niet zomaar aanwaaien. Nee, daar worden we volledig bij ingeschakeld: ‘Leg af de oude mens en doe de nieuwe aan.’ En wat is het in de praktijk vaak zoeken naar wat God van ons vraagt...
SPANNINGSVELDEN
In ieder geval vraagt Gods heiligheid om heiligheid in Zijn gemeente. Welke roeping, welke verantwoordelijkheid hebben ambtsdragers daarin? In Ezechiël 22 wordt de priesters verweten dat zij geen onderscheid hebben gemaakt tussen heilig en onheilig en dat ze het verschil tussen onrein en rein niet duidelijk hebben gemaakt. Met als gevolg, zegt de Heere, dat Ik in hun midden ontheiligd word. Kennelijk vonden ze alles maar goed wat er binnen Israël gebeurde en gaven ze geen leiding.
Vanuit dit woord komt er een indringende vraag naar ambtsdragers toe: maken we als kerkenraden ernst met Gods heiligheid? En proberen we dat besef ook neer te leggen in en over te dragen aan de gemeente? Geven wij het verschil aan tussen heilig en onheilig? Durven we de zonde te benoemen? Het valt me vaak op dat jongeren om duidelijkheid vragen. Hier liggen natuurlijk heel wat spanningsvelden. We hebben te maken met gecompliceerde situaties. Er is veel gebrokenheid, relaties die stuk zijn gegaan, gemeenteleden die elkaar niet liggen.
Een gemeente die volstrekt heilig en zuiver is, is ons in deze bedeling niet gegeven. Dat moeten we ook niet willen. Uit de brieven van Paulus weten we dat er destijds ook al van alles speelde, in Korinthe, in Efeze. De kerk is, naar een bekend woord van J. Koopmans, de plaats waar Christus samenwoont met zondaren.
DIEPER DAN REGELS
Intussen moeten we wel aandringen op levensvernieuwing. Dat deed Paulus ook. En dat gaat dieper dan alleen regels. Het komt er vooral op aan dat in de gemeente breed wordt beseft dat we voor het aangezicht leven van de heilige God leven. En dat 7 x 24 uur, dus altijd. Thuis, op het werk en op school, in de vrije tijd, in huwelijk en gezin, in het maatschappelijk leven, in de omgang met elkaar binnen de gemeente.
Dat is, kortgezegd, wandelen met God, onder leiding van de Heilige Geest. En dan kan niet alles ermee door. Dat vraagt om een biddend leven: ‘Heere, wat wilt U dat Ik doen zal?’ Is dat niet de basishouding van levend geloof, en ook van bekering? Opdat we leren aanvoelen wat God behaagt, maar ook wat Hem bezeert.
Een kerkenraad heeft de roeping om te waken over de gemeente, over haar geestelijk welzijn, en om haar tot een heilige wandel aan te sporen. Uiteraard ’s zondags in de verkondiging. Maar ook tijdens huisbezoeken. Komt de levenswandel ter sprake? Door bijvoorbeeld te vragen of christenzijn in de werksituatie spanning oproept? En op de catechisatie gaat het dan al gauw over keuzes maken. Hopelijk kunnen we onze jongeren duidelijk maken hoe goed het is om heilig te leven in een onheilige wereld. Daar is wel moed voor nodig, en het wordt met vallen en opstaan geleerd. De druk om vooral te leven zoals je zelf wilt is vanuit de samenleving enorm groot.
AANBIDDING
De heiligheid van God vraagt ook om aanbidding. Psalm 97 benoemt dit: ‘Loof Hem ter gedachtenis aan Zijn heiligheid.’ Daarvoor komen we samen in onze erediensten rond de bediening van het Woord en van de sacramenten. Wat is ‘de Heilige Die in ons midden is’ het waard dat we Hem eren.
Dat vraagt eerbied in onze kerkdiensten en ook een bepaalde stijl. Het wordt wel eens te weinig beseft dat het om een ontmoeting met de heilige God gaat. Prof. dr. F.G. Immink heeft een studie geschreven over de protestantse kerkdienst met als titel Het heilige gebeurt. Een kerkdienst is geen informeel onderonsgebeuren. Als er binnen de kerkenraad bezinning plaatsheeft op de eredienst en de liturgie, laat dan Gods heiligheid in alle overwegingen meespreken. Het gaat niet allereerst om onze gevoelens. Het gaat ook niet om wat de een wil veranderen, maar de ander juist niet. Het gaat primair om de aanbidding, de glorie van Gods heilige Naam. Waarmee is Zijn eer gediend?
HET NIEUWE JERUZALEM
En nu eindig ik met het perspectief van de voleinding. Wanneer Christus wederkomt, zal heel de werkelijkheid heilig zijn. Dan daalt immers de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neer. Het profane behoort voorgoed tot het verleden. Alles is dan heilig. Het zal volgens Zacharia 14 zelfs op de bellen van de paarden staan: ‘Heilig voor de Heere.’ Juist de wederkomst is een aansporing om heilig te leven. Er staat immers veel op het spel. Als het goed is, zijn ambtsdragers altijd weer doordrongen van de laatste ernst. Op de laatste bladzij van de Bijbel lezen we de woorden: ‘Wie heilig is, laat hij nog meer geheiligd worden.’ En wat zegt Petrus als hij over de dag des Heeren schrijft? ‘Hoedanig behoort u dan te zijn in heilige levenswandel en in godsvrucht.’
De heiligheid van God vraagt dus om heiligheid van Zijn gemeente, maar dan wel vanuit een levende verbondenheid met de Heere Jezus. Hoe zou het ook anders kunnen?
Ds. J.C. Schuurman is predikant van de hervormde gemeente te Capelle aan den IJssel en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's