INPUT EN OUTPUT
Het is niet goed om altijd te horen wat je graag wilt horen. Dat geldt in het gewone leven, in de omgang met collega’s, in de omgang met vrienden. Daarvoor gaan we ook naar de kerk: horen wat je elders niet hoort. We hopen dat ons leven en denken even uit balans gehaald worden en dat we met andere ogen naar onszelf kijken. Ben ik dit? De preek moet een eerlijk verhaal zijn. Toch is dat moeilijk. Veel voorgangers breken zich het hoofd erover hoe zij in hun kerstpreek de geboorte van het Kind weer aan de man of de vrouw moeten brengen. De verleiding is groot om dingen te gaan zeggen waarvan we denken dat de mensen het mooi vinden. Want de kerstsfeer is heilig en ons kerstgevoel mag niet gekwetst worden. De preek als eerlijk verhaal staat onder druk, soms onder de druk van een foute vertaling. Over het belang van een eerlijke bijbelvertaling schrijft dr. Ad van Nieuwpoort in het Nederlands Dagblad.
NEDERLANDS DAGBLAD
De taal van de Bijbel is op de keper beschouwd bevrijdingstaal. Gesmeed naar de boodschap van het aloude verhaal van Exodus. Bijbeltaal is niet neutraal. De taal van de Bijbel is eerder partijdig, zoals de God van Israël een partijdige God is. Een bijbel in ‘hedendaags’ Nederlands wordt al snel een bijbel in de babbeltaal van de tv. Of daarmee deze zelfde bijbel nog dienst kan doen als kritisch manifest van bevrijding, durf ik te betwijfelen. Veel kritische signalen en woorden zijn geofferd op het altaar van de tijdgeest. Ik hoef hier alleen maar te verwijzen naar de weergave van het kritische begrip pistis in de apostolische brieven. Op veel plaatsen in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) wordt dit pistis geheel onterecht weergegeven met ‘ons geloof’, ‘uw geloof’ of ‘omdat wij geloven’.
De kern van de brief aan de Romeinen
(Romeinen 1:17) is voor deze weergave exemplarisch. Daar lezen wij: ‘Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof’, verwijzend naar Psalm 84:8 ‘van kracht tot kracht’. Dit wordt in het hedendaags Nederlands van de NBV: ‘In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt.’ Met deze weergave is heel de boodschap van Paulus de nek omgedraaid. Geloof wordt hier datgene waar Paulus zich nota bene heel zijn brief tegen verzet. Geloof als werk. En wie niet gelooft, valt buiten de boot. Geloof wordt in de NBV een subjectieve zaak en is daarmee onderhevig aan de tijdgeest, waarin het subjectivisme als nooit tevoren vigeert. Zo zijn er tal van andere voorbeelden te noemen. Het komt er dus geweldig op aan. Als de Bijbel niet meer voor zichzelf kan spreken, waar zal dit – unieke – bericht over de God die zo volstrekt anders is dan al die goden die voortdurend dingen om de macht, dan nog gehoord kunnen worden?
Een bijbelvertaling moet niet afdalen naar de hoorder, maar afdalen naar de tale Kanaäns, om zo de hoorder van vandaag te kunnen laten opgaan uit een wereld die in alle facetten in de greep is van een flinterdunne-marketingbabbeltaal.
BEVRIJDENDE KRACHT
Terecht legt dr. Van Nieuwpoort de vinger bij deze kerntekst van het Nieuwe Testament: Romeinen 1:17. ‘In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt.’ Als je deze vertaling maar vaak genoeg leest, raak je de bevrijdende kracht van het evangelie helemaal kwijt. Want volgens deze vertaling is ons geloof de reden dat God ons aanneemt. Ons geloof wordt een goed werk. De Reformatie wordt in een klap overbodig gemaakt. Die kant gaat het op in de kerk. Ons geloof, onze activiteiten, onze daden worden steeds belangrijker. De kerk raakt in een kramp. Alsof het bestaan en het voortbestaan van de kerk van ons afhangen. Met andere woorden: het gaat meer om de output van de kerk dan om de input. Maar er kan pas sprake zijn van output als er input is. Daarom is een bijbelvertaling enorm belangrijk en kan ik alleen maar beamen wat Van Nieuwpoort daarover zegt, namelijk dat de kerk op veel plaatsen haar eerstgeboorterecht (lijkt) te verkwanselen voor een bord linzensoep. De marketingtaal of babbeltaal heeft haar in de greep.
Ook voor de verkondiging geldt dat als wij de tekst bij voorbaat inkapselen in ons denkraam, in ‘onze manier van spreken’, er niets zal gebeuren. De teksten vallen direct in het slot en ons gesprek is enkel een zelfgesprek. We horen dan alleen nog maar onze eigen stem. Dit is een beklemmend gegeven. De enige remedie is om de Schrift te laten uitspreken. Dat kan alleen als wij de Geest daarbij niet voor de voeten lopen en we niet opteren voor wat goed in het gehoor ligt en wat mensen zou kunnen aanspreken. Dan mik je als kerk of als predikant op dagkoersen. Want wat vandaag goed in het gehoor ligt, is morgen het aanhoren niet meer waard.
KONTEKSTUEEL
Drie jaar geleden publiceerde filosoof Emanuel Rutten het boek En dus bestaat God. Sinds hij kennis maakte met het Evangelie, is hij een gedreven apologeet. Zet hem voor een zaal atheïsten en agnosten en hij gaat los. ‘Na afloop acht ik de kans groot dat ze tenminste zeggen: geloven is niet zo onzinnig als we dachten,’ zegt Rutten. Kontekstueel (tijdschrift voor gereformeerd belijden nú) ging met hem in gesprek. Rutten studeerde eerst wiskunde en voegde daaraan een studie filosofie toe. In zijn katholieke jeugd was de kerkdienst ‘een hinderlijke onderbreking van de vrije zondag’.
‘Toen ik op mijn twaalfde afhaakte, vonden mijn ouders dat geen probleem. Het was geen schok voor hen.’
Rutten ging dus filosofie studeren.
’Ik schreef me in voor de studie filosofie aan de Vrije Universiteit en raakte eraan verslaafd. Tijdens de colleges kwam ik in contact met het denken van Augustinus. Ik werd er diep door geraakt.’
Door wat vooral?
’We lazen zijn Belijdenissen. Over zijn persoonlijke bekering, over wat hij zei over God, over Jezus die onder ons geleefd heeft... Het was een wereld waar ik gretig meer van wilde weten. Dus las ik ook de bronnen waar hij naar verwees: een zekere Mattheüs, Marcus en Lucas. En zo kwam ik Jezus van Nazareth op het spoor. Ik was gefascineerd door zijn optreden, zijn woorden. In de loop van mijn studie ben ik mezelf christen gaan noemen. Ik wist: dit is het wereldbeeld, the way of lifewaartoe ik mij wil bekennen.’
U las Augustinus en kwam via hem bij de evangeliën. Augustinus zelf was in eerste instantie teleurgesteld toen hij die las. Wat triggerde u?
‘Ik was geboeid door Jezus van Nazareth. De Franse filosoof Alain Badiou spreekt van een ‘waarheidsevenement’ – nou, zoiets maakte ik mee. Het was geen lezen, het was een gebeurtenis. In elke situatie waarin Jezus kwam, vroeg ik me af: wat zal Hij nu gaan zeggen of doen? Bijvoorbeeld: het verhaal van de hoer die bij Hem wordt gebracht. Ze moet volgens de omstanders worden gestenigd en je houdt als lezer je adem in. Dan zegt Jezus: Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’. Of lees zijn dispuut met de Farizeeërs, waarin Hij zegt: ‘Geef aan de keizer wat des keizers is en aan God wat van God is’. Jarenlang had ik wiskunde gestudeerd, ik had Plato en Aristoteles gelezen, maar zoiets geniaals als in de teksten in het Nieuwe Testament was ik nog niet tegengekomen. (...)
Het Griekse denken blijft aan de oppervlakte, maar Hij raakte de kern. Zo’n uitspraak in die context: ‘Wie onder u zonder zonde is...’ is briljant. Je ziet iedereen in de kring aarzelen, de eerste laat zijn steen al vallen Hier meldt zich iets nieuws, iets oorspronkelijks. Op een gegeven moment kon ik het evangelie niet meer louter als historische tekst lezen. Ik voelde het buiten-historische van het verhaal.’
Kijk naar het verhaal over de overspelige vrouw. Waar staan wij in dit tafereel?
‘Het verhaal over de zonde wordt vaak heel zwaar geduid. Eerlijk gezegd, voelt het voor mij bevrijdend. Ik heb het woord nooit als terneerdrukkend ervaren. Integendeel: eindelijk word ik gezien zoals ik ben. En gekend.’
Dit verhaal gaat over input. Zo komt het evangelie binnen: ik leer mijzelf kennen. Ik kom in het verhaal voor... als zondaar. Dat is input. Wat is nu belangrijker: input of output? Natuurlijk mag dat geen tegenstelling zijn. Beide zijn belangrijk, beide zijn onmisbaar. Maar vergeet niet dat er wel een volgorde is: eerst de input en dan – op hoop van zegen – komt het met de output wel goed.
Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's