DS. U.W. VAN SLOOTEN (1948-2018)
‘’k Weet mij geborgen in Gods liefde, door het kruis van Christus, dat de enige grond is van mijn heil.’ Zo begon ds. U.W. van Slooten de aanwijzingen die hij mij een paar weken geleden gaf. Er was geconstateerd dat hij ernstig ziek was.
Hij realiseerde zich dat het wel eens snel kon gaan. En hij bereidde zich voor op het afscheid, dat inderdaad snel kwam. Hij gaf mij een briefje met wat aantekeningen over zijn levensweg, maar vooral zijn houvast. Rust vond hij in Christus, nog preciezer, Christus de Gekruisigde. Een tekst die hem lief was en waarmee hij afscheid nam van zijn laatste gemeente, luidt: ‘Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus en Die gekruisigd.’
CHRISTUS VERKONDIGEN
Bob van Slooten was met overtuiging v.d.m.: verbi divini minister. Preken was zijn lust en zijn leven: de Heere Jezus aanprijzen. Al op jonge leeftijd was het zijn verlangen om Hem groot te maken. En dat is altijd zo gebleven. Tijdens zijn studie theologie werd hij geboeid door de Engelse en Schotse kerkgeschiedenis. Hij las John Owen en de Erskines, maar ook latere theologen als McGrath en Packer. Hun meditatieve werken vergezelden hem op zijn weg door de kerk.
Gerechtvaardigd door genade, verwonderd over het heil dat hem geschonken was van Godswege. Zo is hij predikant geweest, zo heeft hij in de gemeenten willen staan die hij diende. In 1979 werd hij als predikant bevestigd in Hagestein. Daarna volgden Renswoude (1983), Bergschenhoek (1990), Heerde (1995), IJmuiden (2002) en Den Ham (2006). Na zijn emeritaat in 2013 ging hij met zijn vrouw wonen in Ermelo. Hij werd bijstand in het pastoraat in onze wijkgemeente. We kwamen elkaar in Noord-Holland al tegen, daarna ontmoetten we elkaar opnieuw in Twente, maar ik leerde hem echt kennen in Ermelo.
Bob was een man van het Woord. Gods woorden doorgeven, dat was zijn grote drijfveer. Naast het pastoraat was hij vooral bezig met de prediking. Dat was zijn lust en zijn leven. Het was voor hem: een hartelijke nodiging, de deur van Gods heil royaal openzetten, Christus verkondigen, warm en enthousiast. Hij deed dat, bevlogen, soms emotioneel – gevoelsmens als hij was. Zo wilde hij de gemeente voorgaan, achter de goede Herder aan. Gericht op Zijn Koninkrijk; toekomstverwachting speelde daarbij een belangrijke rol: de wederkomst van de Heere Jezus, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
GROOT VERLANGEN
Groot was zijn verdriet toen een jaar geleden zijn vrouw, Nelly, overleed, nog maar 64 jaar oud. Zij was zijn steun en toeverlaat; de vrouw van zijn jeugd, de liefde van zijn leven. Zij kon de dingen relativeren, als hij ergens over in zat. Zij hielp hem overeind. Zij hield hem ook bij de les.
Al snel na haar overlijden ging hij achteruit. Het verdriet greep hem erg aan. Naar later bleek, was hij zelf ook ernstig ziek. De laatste weken gingen snel. We hadden nog mooie gesprekken samen. Er was een groot verlangen om bij de Heere te zijn. We vierden avondmaal bij hem thuis. ‘Ik ben zo benieuwd hoe het zal zijn. Ik zie er naar uit,’ zei hij met de laatste krachten die hij had. Hij leefde uit de woorden die God tot Paulus sprak: ‘Mijn genade is voor u genoeg.’
GENADE
De Heere heeft geen krachtige mensen nodig om Zijn evangelie verder te brengen in de wereld. Hij schakelt zwakkelingen in. Meer en meer besefte hij dat alleen Christus zijn redding was. Dat was altijd al zijn boodschap geweest, maar nu was het voor hemzelf ook doorleefde werkelijkheid. Juist toen gingen de woorden meer voor hem leven. Juist in zijn zwakheid werd Christus’ kracht volbracht. Genade – het besef dat Christus je draagt, door alles heen; en dat er niets is wat je kan scheiden van Zijn liefde. Dat je daarin geborgen bent, in leven en in sterven. Genade – te weten dat Hij zich voor jou heeft overgegeven, uit liefde, dat Hij de zonde gedragen heeft; alles waarin je ook als predikant tekort kwam; dat Hij het volbracht heeft. Dat alles was zijn houvast.
We denken aan zijn kinderen en kleinkinderen, die in korte tijd beide ouders moeten missen. We bidden hen Gods troostvolle nabijheid toe, in het vertrouwen dat hun ouders hen zijn voorgegaan op de weg ten leven, in verwachting van Christus’ komst op de wolken.
Dan ga ik op tot Gods altaren,
tot God, mijn God, de bron van vreugd;
dan zal ik, juichend, stem en snaren
ten roem van Zijne goedheid paren,
Die, na kortstondig ongeneugt’,
mij eindeloos verheugt.
R.F. DE WIT, ERMELO
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's