ZOON VAN DE ALLERHOOGSTE
Psalm 2 profeteert over het koningschap van Jezus
De meest geciteerde Psalmen in het Nieuwe Testament zijn niet de onder ons geliefde psalmen zoals Psalm 42 en 116, maar de relatief onbekende Psalmen 2 en 110. Psalm 2 speelt vanouds een belangrijke rol in de kerstliturgie.
Deze psalm wordt betrokken op verschillende aspecten van het leven en werk van Jezus: Zijn opstanding, het oordeel dat Hij zal voltrekken en Zijn hogepriesterschap. Maar ook op Zijn geboorte.
KONINGSTITEL
In vers 7 wordt de gezalfde Koning van Israël sprekend ingevoerd: ‘De Heere heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt.’ De Gezalfde van Israël is de Zoon van God. Woorden die in het Nieuwe Testament op Christus worden toegepast. ‘Zoon van God’ is net als ‘Christus’ een koningstitel. In het heidendom van de bijbelse tijd werd aan koningen als godenzonen een goddelijke status toegekend.
Ook in Israël werd de koning ‘zoon van God’ genoemd, maar van vergoddelijking is hier geen sprake. De uitdrukking geeft aan hoe nauw de koning van Israël aan de God van Israël verbonden is. De koning regeert namens de Heere, Die de eigenlijke Koning van Israël is, en is ook geroepen om dat naar Zijn wil te doen.
Als zoon van God werd de koning ook als erfgenaam van God beschouwd. Daarom wordt tegen de koning van Israël gezegd: Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven, de einden van de aarde als Uw bezit (vers 8). Maar zelfs toen het rijk van koning David en later van koning Salomo op zijn grootst was, besloeg het lang niet de hele aarde. De beloften van Psalm 2 reiken ver over de grenzen van het oudtestamentische koningschap heen. Ze omvatten de wereldheerschappij tot de einden van de aarde en het neerslaan van alle verzet. Dat geldt alleen voor Jezus’ koningschap.
PROFETIE
Om die reden wordt in de HSV ‘Zoon’ met een hoofdletter geschreven. Het gaat in deze koning wel ten eerste om een aardse koning, maar ten diepste bevat Psalm 2 een profetie van Christus. Bij Jezus is de titel ‘Zoon van God’ echter meer dan een koningstitel. Koningen van Israël werden door God als Zoon geadopteerd wanneer ze de troon bestegen. Het ‘heden’ van Psalm 2:7 slaat op de dag van de troonsbestijging. Zo zegt de Heere in 2 Samuël 7 van Salomo: ‘Ik zal hem tot een Vader zijn, en hij zal Mij tot een zoon zijn.’ Maar Jezus is, zoals onze Heidelbergse Catechismus leert, de eeuwige, natuurlijke Zoon van God.
Het is in het Nieuwe Testament met name de evangelist Lukas die het zoonschap van Jezus vanuit Zijn goddelijke oorsprong verklaart. In de aankondiging van Jezus’ geboorte aan Maria wordt Jezus door de engel Gabriël twee keer ‘Zoon van de Allerhoogste’ genoemd. Mogelijk wordt met deze aanduiding het onderscheid benadrukt tussen Jezus en Johannes de Doper, die in vers 76 profeet van de Allerhoogste wordt genoemd. In vers 35 wordt het Zoonschap van Jezus verbonden met de boodschap dat de Heilige Geest over Maria zou komen en de kracht van de Allerhoogste haar zou overschaduwen. Deze tekst doelt ondubbelzinnig op het wonder van de maagdelijke geboorte, een geboorte van Jezus uit God, zonder menselijke verwekking.
ERKENNING
In Jezus hebben we dus met God Zelf te doen. Hij is Immanuël: God met ons. Die verschijning van God in Israël wordt erkend wanneer mensen Jezus gaan benoemen als de Zoon van God. In de aankondiging van Jezus’ geboorte in Lukas 1 wordt benadrukt dat Jezus Zoon van de Allerhoogste genoemd zal worden. De passieve vorm drukt uit dat het allereerst God Zelf is Die Jezus Zijn Zoon noemt, zoals we dat ook in Psalm 2:7 vinden. We kunnen daarbij denken aan de doop van Jezus, waarbij een stem uit de hemel zegt: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!’
Maar ook door mensen wordt Jezus als de Zoon van God beleden. Al voor Zijn geboorte klinkt de belofte dat dit Zoonschap onder de mensen erkenning zal vinden. Het bekendst is de belijdenis van Petrus in Mattheüs 16: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God.’
GOD VERLOST ONS
Daarnaast klinkt ook de opwekking om Jezus als Zoon van God te erkennen. Hier hangt alles vanaf. Johannes schrijft in zijn eerste brief: ‘Wie anders is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?’ Velen – buiten én binnen de kerk – nemen afstand van dit belijden. Ze beschouwen Jezus als een voorbeeldig mens of een godsdienstig genie. Dan staat Jezus aan onze kant. Hij is misschien op religieus gebied wel het beste wat wij mensen konden voortbrengen, toch is Hij niet meer dan een mens. Als we niet belijden dat Jezus God Zelf in ons midden is, blijft er niets van onze verlossing over. Omdat we alleen verlost kunnen worden door God Zelf. In Jezus is God naar ons toegekomen.
Hij reikt ons de hand. Hij neemt ons bestaan aan. We zingen met Psalm 68: ‘Die God is onze zaligheid.’ Dat zingen we van de God van Israël. Maar dat zingen we ook van Jezus.
AANGEVOCHTEN
Uit Psalm 2 blijkt al dat dit Zoonschap van Jezus en Zijn daarmee verbonden koningschap een aangevochten zaak is. De koningen van de aarde spannen tegen Hem samen. Dat zien we ook vervuld in de geboortegeschiedenis van Jezus. Herodes de Grote probeert Jezus kort na Zijn geboorte al te vermoorden. En 33 jaar later zijn het Herodes Antipas en Pontius Pilatus die in een monsterverbond samenspannen tegen Gods Gezalfde: gezworen vijanden die vriendjes worden met elkaar in hun eenparig verzet tegen Koning Jezus. En het lijkt te lukken als Hij sterft aan een kruis. Maar God heeft Hem opgewekt.
En Zijn opstanding uit de doden bewijst dat Hij Gods Zoon is, schrijft Paulus in Romeinen 1:4. En de Heere Jezus zegt het Zelf vlak voor Zijn hemelvaart: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
VREDESAANBOD
Dit is een machtig Evangelie voor wie deze Koning heeft lief gekregen, maar huiveringwekkend voor Zijn vijanden. Wie niet buigen wil, wordt gebroken. Wie dit teken van Gods liefde verwerpt, krijgt te maken met de toorn van de Zoon. Er wordt in Psalm 2 stevige taal gebruikt: ‘U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter, U zult hen in stukken slaan als aardewerk.’ In het oude Egypte was men gewend de naam van de vijand op een aarden kruik te schrijven en die kruik vervolgens in stukken te slaan, als zichtbaar teken van zijn vernietiging.
In een tijd van religieus relativisme komen deze woorden mogelijk hard over. Velen hebben het woord toorn uit hun godsdienstig woordenboek geschrapt. De Bijbel laat echter duidelijk zien dat God met Zijn vijanden afrekent. Alleen, Hij vernietigt vijanden het liefst door er vrienden van te maken. Aan het eind van Psalm 2 beantwoordt God de oorlogsverklaring van Zijn vijanden met een vredesaanbod: kus de Zoon. In het oude oosten was het kussen van de voeten van een koning een teken van onderwerping.Vanuit het grote geduld van God klinkt deze uitnodiging om de Zoon in aanbidding te kussen.
C.S. Lewis schreef ooit dat het feit dat Jezus Zichzelf als Zoon van God beschouwde, ons slechts drie opties geeft: Hem als godsdienstwaanzinnige opsluiten in een gesticht, Hem als leugenaar bespuwen, of... in aanbidding aan Zijn voeten vallen en Hem erkennen als Heere en God. Wie het laatste doet, gaat niet te gronde, maar is te feliciteren: ‘Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen!’
Ds. H. Russcher is predikant van de hervormde gemeente te Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's