De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERDEELDHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERDEELDHEID

7 minuten leestijd

Er is rond het jubileum al veel over de Dordtse Synode en de Dordtse Leerregels geschreven. Ook Confessioneel besteedt er aandacht aan. Dr. John van Eck schrijft over ‘een vergeten aspect van de Dordtse Leerregels’. Zo’n artikel moet haast wel saai zijn. Want wie zit nu nog op het puntje van zijn stoel als hij de Leerregels leest? Laten we even meelezen; misschien verandert onze mening. Boven het artikel staat ‘Zoetheid’.

CONFESSIONEEL

De Dordtse Leerregels zijn van het begin af niet populair geweest. Toch zijn er altijd mannen geweest die het voor de Leerregels opnamen omdat zij er zaken in aantroffen die zij voor het geloofsleven van onopgeefbaar belang achtten. Een van hen was de twintigsteeeuwse theoloog Oepke Noordmans.

Noordmans legt uit dat verkiezing (of uitverkiezing of predestinatie) alle nadruk legt op het feit dat God op persoonlijke wijze met ons omgaat.

Dat persoonlijke mogen we – zegt Noordmans – aan de verkiezing niet ontnemen. Juist in dat persoonlijke ligt ook de zoetheid van de verkiezing. ‘Deze zoetheid kan de verkiezing alleen behouden als zij niet te zeer veralgemeend wordt’, waarschuwt Noordmans, bijvoorbeeld door te zeggen dat ‘de mens’ of ‘alle mensen’ in Christus zijn verkoren en dat jij daar antwoord op moet geven. Geloof mag een keuze zijn, de vertedering door Gods liefde gaat aan onze keuze vooraf. Dat is het zoete geheim dat de woorden ‘verkiezing’ en ‘roeping’ willen vertolken. Het woord ‘zoetheid’ verwijst naar de Dordtse Leerregels. Daar wordt gesproken over de ‘gans bovennatuurlijke (…) zeer krachtige’ en tegelijk ‘zeer zoete, wonderbare, verborgene en onuitsprekelijke werking’ waarmee God met Zijn woord in onze harten doordringt en ons tot nieuwe mensen maakt (III/IV, art.12).

Dr. Van Eck vervolgt:

Een prachtige beschrijving van hoe God nieuwe mensen van ons maakt. Een visie om ook nu voor op te komen, in een tijd dat alles, zelfs de menselijke persoon, in hoge mate als maakbaar gezien wordt. Een mens valt maar in beperkte mate te vormen en het beste in ons leven, ook het geloof, overkomt ons. En ook voor de ‘zoetheid’ die met deze ervaring verbonden is, zou ik het willen opnemen. Als het geloof enkel ‘mijn keuze’ is, missen we de verwondering van het ‘dat mij dit mocht overkomen’ en het zoete weten van de liefde van God dat de gelovigen als een ‘binnenpretje’ met zich meedragen, om A.A. van Ruler te citeren, de andere grote twintigste-eeuwse theoloog die het voor de Dordtse Leerregels opnam.

Van Eck wijst er wel op dat hier bepaalde gevaren dreigen. Beschrijvingen van het werk van de Heilige Geest zijn altijd gevaarlijk, omdat ze aanleiding kunnen geven tot het lijdelijk afwachten wanneer dat eens gaat gebeuren of dat het tot onzekerheid leidt en we door de vraag gekweld worden of God ook míj heeft uitverkoren. Maar het lijkt erop, zegt Van Eck, dat de opstellers dat ook beseften en daarmee al bij voorbaat rekening hebben gehouden. De theologen van Dordt confronteren ons met het levende spreken van de Schrift.

Daarin (in de Schrift) laat Hij ons weten dat Hij ‘ons heeft uitverkoren, zowel tot de genade als de heerlijkheid, tot het behoud en tot de weg van het behoud, die Hij bereid heeft opdat wij daarin zouden wandelen (I, art.8).

De Bijbel laat ‘ons’ weten dat we uitverkoren zijn tot de weg van het behoud en roept ‘ons’ om die weg ook te bewandelen. (…)

En afwachten is ook niet nodig. Wie het hoort, weet wat hem te doen staat. En dát hij het doet, mag hij dan weer met ‘geestelijke blijdschap en heilig vermaak’ bij zichzelf constateren (I, art.12). Dat is iets anders dan angstig zelfonderzoek. (…)

En ook met God valt te praten, zelfs over de besluiten die Hij over mensen neemt: voor degenen ‘die nog niet geroepen zijn’ moet men ‘God bidden, Die de dingen die niet zijn roept alsof zij waren, en wij moeten ons geenszins tegen dezen verhovaardigen (hoogmoedig opstellen, AP) alsof wij onszelf uitgezonderd hadden (III/IV, art.16) [moet zijn: art.15, AP].

Niet redeneren dus over wat God besloten zou kunnen hebben. We staan voor het aangezicht van de levende God met Wie we over zijn besluiten kunnen praten.

TROUW

In de afgelopen weken werd de Dordtse Synode van 1618-1619 herdacht. De pers besteedde er aandacht aan. Zo ook het dagblad Trouw. In een redactioneel commentaar lees ik het volgende.

Maar de Synode kent ook een schaduwkant. De vergadering moest een uitweg bieden uit een religieus conflict onder Nederlandse calvinisten. Centraal daarin stond: de predestinatieleer. Heeft God vooraf bepaald wie er in de hemel komen en kan een mens daar niets meer aan veranderen, of kan in principe iedereen in de hemel belanden en heeft de mens daarop invloed met een christelijke levenswandel?

Over die kwestie – en nog een heel aantal andere – werd uitgebreid gediscussieerd. Met een onzalige uitkomst. De remonstranten werden eruit gegooid. Voor hun vernieuwende opvattingen – die tegen de predestinatieleer ingingen – was geen plaats. Dat was toen al heel pijnlijk. En ook nu nog geldt: een geloofsleer die geen ruimte biedt aan twijfel, vernieuwing of een afwijkende blik werkt verstikkend.

De remonstranten konden niet anders dan voor zichzelf beginnen. Het was bepaald niet de laatste kerkscheuring op het protestantse erf. Lange tijd leek de vaardigheid van het kerkscheuren Nederlandse protestanten eigen te zijn. Ook dat is de erfenis van ‘Dordt’. Niet echt iets om een ode over af te steken.

We zijn gelukkig in een tijd beland waarin kerken, al dan niet onder druk van teruglopende ledentallen, elkaar opzoeken, samenwerken en fuseren.

Dat vraagt om verdraagzaamheid, om ruimte voor andere opvattingen, om het omarmen van verschillen. Het zou heel wat waard zijn als de herdenking van 400 jaar ‘Dordt’ daar een extra stimulans aan geeft.

De toon is nogal zuur. Op de achtergrond van dit commentaar staat de inclusieve samenleving: iedereen hoort erbij. Geen religieuze verschillen meer, geen kerk die leert dat er een uitverkiezing is, want dat strijdt met het ideaal van inclusiviteit. Over de samenleving wordt een ijzeren frame van gelijkheid gelegd. Verschillen die op tradities of op religie teruggaan mogen niet meer bestaan. Jammer dat men niet beseft dat hoe meer de inclusiviteit wordt benadrukt hoe meer de spanningen in de samenleving toenemen. Belangrijker dan een kunstmatige en afgedwongen eenheid is de verzoening.

Eenheid zegt weinig, verzoening zegt alles. Maar daar zit het nu op vast. Want waar is verzoening, bijvoorbeeld in Bethlehem? We stuiten hier op iets wat bitter is.

WOORD & DIENST

In Woord & Dienst schrijft dr. Bert Jan Lietaert Peerbolte over een bezoek aan de Geboortekerk in Bethlehem.

De Geboortekerk is een prachtig complex waar veel bezoekers emotioneel diep door geraakt worden. Op zoek naar iets tastbaars van de geschiedenis van Jezus en God staan zij uren in de rij om de plek te bezoeken waarvan de kerkelijke traditie zegt dat het de geboortegrot van Jezus is. Het is aan de ene kant een soort Disneyland en aan de andere kant is het duidelijk dat het voor heel veel van de pelgrims/toeristen emotioneel en spiritueel een heel belangrijke plaats is. Even buiten Bethlehem is een checkpoint aangelegd door de Israëlische overheid. Het is een opening in de muur die Israël gebouwd heeft om zich te beschermen tegen geweld uit de Palestijnse gebieden. ( …)

Net als destijds in Berlijn roept deze muur reacties van kunstenaars op. Het bekendste voorbeeld is de schildering van Banksy: een activist die niet met een granaat maar met bloemen gooit. Bij een stalletje frisdrank en fruit aan de Bethlehemse kant staat een tekst uit de vroege kerk op de muur: ubi divisio ibi peccatum – ‘waar verdeeldheid heerst, daar heerst zonde’ (Origenes, overl.254).

De muur is symbool van de verdeeldheid onder de mensen, in Israël en overal. Dat is in grote tegenspraak met het lied dat zo vaak gezongen wordt: Die hemel en aarde verenigt tezaam. Kent u die Naam nog niet? ‘Waar verdeeldheid is, daar is zonde’. Als er één plek is waar dit tot ons doordringt in deze tijd van het jaar, dan is dat wel in Bethlehem. Over Bethlehem luiden de kerstklokken. Ze moeten maar niet stoppen. Ze moeten dag en nacht blijven luiden tot het wonder geschiedt: vrede door verzoening. In Israël en in heel de wereld.

Een beter kerstfeest en een beter nieuwjaar kunnen we elkaar niet toewensen.

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

VERDEELDHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 2018

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's