BEMOEDIGING
Dit is mijn laatste Signalement. Ik zou deze keer graag de jonge predikanten, kerkelijke werkers en anderen die in de kerk beginnen te werken, bemoedigen. Ik signaleer nogal eens bij ouderen dat ze enigszins kritisch staan tegenover de manier waarop jonge predikanten hun werk doen. Hun preken zijn naar hun oordeel weinig doorwrocht. Ze zijn ‘gemakkelijk’ in het pastoraat. De werkende vrouw in de pastorie heeft de predikantsvrouw van vroeger verdrongen. Zo zouden we door kunnen gaan.
BUITEN HET PARADIJS
Ik wil graag een ander geluid laten horen. Ik zie dat het predikantswerk veel gecompliceerder is geworden dan in mijn tijd.
De problemen waarmee jonge predikanten in aanraking komen, zijn vaak ingewikkeld en soms onoplosbaar. Ze hebben daar hun handen en harten vol aan. Ik denk aan de gebroken gezinnen, de problemen op ethisch gebied, de spanningen vanwege meningsverschillen over de eredienst. Veel gemeenteleden zijn geëmancipeerd, waardoor het ambtelijke gezag aan slijtage onderhevig is. Er zijn gemeenteleden die gewoon weggaan als ze hun zin niet krijgen. Het is te begrijpen dat beginnende predikanten zoiets niet verwacht hadden en teleurgesteld raken en denken: is dit het? Gelukkig is dat lang niet met alle gemeenteleden het geval. Maar er is toch sprake van een groeiende tendens die het takenpakket van de predikant problematiseert. Hoe vind je hierin als beginnende predikant je weg?
Er zijn niet voor niets zoveel jonge predikanten die een burn-out krijgen. Laten we daar niet te gemakkelijk over denken. Burn-out zijn is een vreselijke ervaring. Ook voor het gezin van de predikant. Laten we als oudere predikanten niet denken: vroeger was alles toch wel beter en… wij deden het eigenlijk ook beter. We werkten veel harder. De gemeente ging altijd voor. Dat was in veel gevallen ook zo. Maar was dat goed? Laten wij als ouderen niet denken dat het vroeger beter was dan vandaag. Gemeenten en pastorieën waren ook vroeger gemeenten en pastorieën ‘buiten het paradijs’.
EMINENCE GRISE
Wat ik onze jonge collega’s gun, is een eminence grise in de kerk die meeleeft met en bidt voor de jongere werkers. Die bemoedigende woorden spreekt. Die in de gemeente waar je thuishoort – met een hongerige ziel – trouw te vinden is onder het gehoor van de predikant en die op zijn tijd bemoedigende woorden spreekt. Pas wanneer je je positief instelt, kun je ook meelevend-kritisch zijn. Altijd gericht op het welzijn van de ander, of dat nu de predikant is, de kerkenraad of de gemeente.
Ik weet dat er proponenten zijn die al lang op een beroep wachten, die daardoor worstelen met allerlei aanvechtingen. Was mijn roeping echt? Hoe moet het verder met mij en met mijn gezin, ook financieel? Vaak kun je moeilijk spreken met anderen over deze aanvechtingen. Ik zou tegen kerkenraden willen zeggen: nodig proponenten uit om voor te gaan in de dienst. En jonge collega’s: geef de moed niet op. Ook al worstel je met de weg die de Heere met je gaat, Hij zal je nooit in de steek laten.
Laat het duidelijk zijn dat ik zo graag zou willen dat een nieuwe generatie werkers in Gods wijngaard met liefde en vreugde hun werk mag doen.
Ik ben zelf blij dat ik als predikant uit de genade van Gods verbond heb leren leven en werken. Op momenten van moedeloosheid heb ik daaruit moed geput. De Heere is onze God, ook in de 21e eeuw. Misschien is het juist vandaag de kairos dat we opnieuw leren leven vanuit het verbond, waarvan onze doop het teken en zegel is. Het werk in de kerk is niet ons werk, maar Gods werk. Ook in een krimpende kerk is Hij onze God, die niet van krimpen weet in Zijn trouw. Als de God van het verbond belooft Hij ons nabij te zijn, zoals Hij dat onder onze voorgeslachten heeft gedaan.
WAAGSTUK
In de cultuur waarin wij leven, speelt het verbond nauwelijks een rol. Voor velen, ook in de kerk, is het verbond iets massiefs dat de ontplooiing van het individu blokkeert. Naar mijn inzicht kun je juist vanuit Gods verbondsbeloften midden in de cultuur van vandaag leven en werken. De Heere gaat door met zijn werk, ook in ons land, tot op de dag dat Jezus wederkomt.
Onze taak is om ons met hart en ziel over te geven aan ‘het waagstuk van de prediking’ (Miskotte). Laat het kloppende hart van onze prediking zijn: een rijke Christus voor een arme zondaar. Daardoor kun je het volhouden, levend van de rechtvaardiging van de goddeloze. De Heere is een Waarmaker van Zijn Woord, zeiden mijn ouders. In de avond van mijn leven zie ik hoe waar dat is.
In ieder votum en groet aan het begin van de kerkdienst belijden we: Die niet laat varen de werken van Zijn handen. Zo is het!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 2018
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's