BEHOUD VAN MENSEN
Jezus Christus, God en mens [2]
Wat zijn er veel verschillende meningen en culturen in deze wereld. Het is boeiend en soms vermoeiend om andere culturen te leren kennen. Respect is nodig om goed met verschillen om te gaan. Er zijn echter punten waar we duidelijk en standvastig moeten zijn.
Wanneer het gaat om fundamentele waarheden van de christelijke leer, mogen we geen twijfel laten bestaan. Het gaat immers om de eer van God, maar ook om het behoud van mensen.
FUNDAMENT
Onze tijd kenmerkt zich door een zekere onverschilligheid. Jij mag geloven wat jij wilt en ik geloof wat ik zelf wil. Dat is echter niet de manier waarop de Heere Jezus heeft gepreekt. De bijbelse benadering is anders. In de Bijbel gaat het immers over de waarheid die door God is geopenbaard.
De waarheid maakt mensen vrij. Christus noemt Zichzelf de waarheid.
De waarheid over Christus is van fundamenteel belang voor het christelijk geloof. Op dat fundament is het hele huis van het christendom gebouwd. Wanneer je de vastheid van dat fundament kent voor je eigen hart, dan is dat verlossend. Het verlost je uit de banden van angst, schuld en onmogelijkheid. Wanneer de Zoon ons heeft vrijgemaakt, dan zijn we waarlijk vrij.
BESTREDEN
De apostel Johannes laat er geen twijfel over bestaan. Het Woord was bij God en het Woord was God, lezen we aan het begin van Johannes 1. Vervolgens staat er in vers 14: ‘En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.’ Vlees geworden betekent mens geworden. Het Woord heeft een lichaam van vlees en bloed aangenomen. De Zoon van God is sterfelijk geworden.
Deze leer is fel bestreden, al tijdens het leven van de Heere Jezus op aarde, maar ook daarna. Dat verbaast ons niet, want de duivel zal proberen aan de kerk te ontnemen wat belangrijk is. In dit geval is het van levensbelang. In het feit dat Jezus Christus God en mens is, ligt de waarde en kracht van Zijn werk verankerd. Dat heilsfeit mag de kerk niet kwijtraken.
In Johannes 8 getuigt Jezus van Zijn hoge afkomst. De Farizeeen begrijpen het niet, willen het niet begrijpen. Later, in de nacht waarin de Heere Jezus verraden is, komt het conflict tot een hoogtepunt. Alles spitst zich toe op de vraag of Hij de Zoon van God is.
Wanneer Hij die vraag bevestigend beantwoordt voor het Sanhedrin, wordt Hij als een godslasteraar ter dood veroordeeld. Allen veroordeelden Hem en stelden dat Hij de dood verdiende (Mark.14:64).
SCHARNIERPUNT
Het is alsof Johannes de schijnwerpers richt op dit punt van het christelijk belijden, namelijk de godheid van Christus. ‘Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.’ (1 Joh.4:15) Hier is het scharnierpunt. Dit maakt het beslissende verschil. Belijden wij met hart en mond dat Jezus de Zoon van God is, of doen we dat niet? Wanneer ik dat vaste fundament niet ken en erken, vindt mijn hart geen ware rust in God.
Alleen door de Zoon van God kan ik gemeenschap hebben met God. Door Christus blijft God in mij en blijf ik in God.
Met kracht houdt Johannes echter ook de mensheid van Christus vast. Dat doet hij aan het begin van hetzelfde hoofdstuk. Daar schrijft hij dat elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, niet uit God is. Het is een gevaarlijke dwaling om te ontkennen dat Christus werkelijk mens is geworden met een menselijk lichaam. Mensen die dat leren, zijn een voorloper van de antichrist. Het is de geest van de antichrist.
DWALINGEN
In de tijd van de apostelen is het al nodig om te schrijven tegen dwalingen over de persoon van Christus. Johannes schrijft in zijn tweede brief dat er veel verleiders in de wereld zijn gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dwaalleraars leerden dat Jezus als een gewoon mens was geboren en gestorven, maar dat Hij tijdens zijn openbare bediening ook de Christus was. De Christus, als verschijning van de godheid, zou Hem voor Zijn sterven verlaten hebben. Deze dwaling is een poging van de duivel om de kracht van het verzoenende werk van Christus te breken.
JEHOVA’S GETUIGEN
Wij kunnen aan de voordeur geconfronteerd worden met een dwaling over de twee naturen van Christus. Hoewel Jehova’s getuigen Jezus de zoon van God noemen, bedoelen ze daarmee iets anders dan wat wij belijden. Zij leren dat de Heere Jezus geschapen is en dus niet Zelf God is.
Weliswaar geschapen voor al het andere, maar toch geschapen.
Zij geven Hem de naam van zoon van God, omdat Hij dichter bij God is dan enig ander schepsel.
Toch loochenen zij Zijn godheid. Volgens Jehova’s getuigen was de Heere Jezus voor Zijn menswording een geschapen engel. Verder leren zij dat Hij pas bij de doop in de Jordaan Christus (Gezalfde) werd.
Christus is echter van eeuwigheid de Gezalfde van de Vader. Zo mogelijk nog schokkender is dat Jehova’s getuigen leren dat Christus door Zijn sterven slechts betaalde voor de zonde van Adam in het paradijs. Verder zou de mens Jezus alleen het volmaakte voorbeeld hebben gegeven dat wij moeten navolgen. Ten slotte leren de Jehovah’s getuigen dat de Heere Jezus niet lichamelijk is opgestaan uit de dood.
Jaren geleden las ik een boek, geschreven door een ex-Jehova’s getuige. De auteur beschrijft niet alleen de druk die hij heeft ervaren in het systeem van de Jehova’s getuigen, maar hij beschrijft ook hoe hij tot een levend geloof in Christus is gekomen. Dat gebeurde door een getuigenis van een christen bij wie hij, samen met een ander, aanbelde. Ik ben er van overtuigd dat een persoonlijk getuigenis in zulke situaties gewoonlijk vruchtbaarder is dan een hooglopende discussie.
HOGEPRIESTER
Geweldig vol van troost en onderwijs zijn de woorden in Hebreeën 2:14-18. Christus moest een lichaam van vlees en bloed aannemen zoals wij dat hebben. Zo kon Hij door de dood de duivel vernietigen, die het geweld van de dood had. In het geloof en in Christus jaagt de dood nu geen angst meer aan. In de dood van Christus is voor mij de dood gedood. Dat is op een meest heerlijke manier aan het licht gebracht in de lichamelijke opstanding van Christus.
In het Oude Testament had de hogepriester de taak om de zonden van het volk te verzoenen met het bloed van het offer. Dat bloed van een offerdier kon zelf niet de zonden wegwassen. Het wees vooruit naar het bloed van Christus. Alleen in dat bloed is de kracht tot verzoening van de zonden. Christus is de Hogepriester en het Lam. Hij heeft Zichzelf geofferd aan het kruis. Daarin is niet alleen verzoening van de schuld van de zonde van Adam, maar ook van al mijn persoonlijke zonden.
Hoe heerlijk is het dat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester is. Hij is Zelf verzocht geweest en heeft geleden als mens. Hij kan mij te hulp komen in mijn verzoekingen. Dit geeft vrijmoedigheid om tot Hem te vluchten in mijn verzoekingen. Bij Hem ervaar ik dat Hij niet alleen te hulp kan komen, maar dat Hij het ook doet.
Ds. J.A. van den Berg is predikant van de Providence Reformed Church te Grand Rapids (VS).
Volgende week deel 3 (slot) in deze serie, over het getuigenis over de twee naturen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's