De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

5 minuten leestijd

H. de Jong
Dat boek is subliem. Vincent van Gogh over de navolging van Christus.
Uitg. Kok, Utrecht; 192 blz.; € 21,50.

Het overkomt me niet vaak meer dat ik een boek in een ruk uitlees. Onlangs gebeurde het weer een keer: met de levensbeschrijving van Vincent van Gogh door de emeritus-predikant van Windesheim, dr. H. de Jong. Windesheim is de bakermat van de middeleeuwse vroomheidsbeweging ‘Moderne Devotie’. Wie kent niet haar belangrijkste vertegenwoordiger Thomas à Kempis en zijn Navolging van Christus? Geen wonder dat collega De Jong – min of meer aan zijn stand(plaats) verplicht – zich aan de bestudering van deze beweging wijdde.

Tot zijn verrassing ontdekte hij dat niemand minder dan Vincent van Gogh gegrepen was door dit geschrift, zózeer dat hij het een ‘subliem boek’ noemde. Echter, vanuit deze invalshoek zijn Vincents leven en werken nog nooit beschreven. En wordt in de literatuur toch naar de invloed van Navolging verwezen, dan is dat meestal niet positief. Het is daarom goed dat De Jong heeft onderzocht hoe dat zit. Daarvoor is hij vooral te rade gegaan bij Van Gogh’s brieven, met name die aan zijn broer Theo. Het resultaat is een boeiende biografie.

In een inleidend hoofdstuk lezen we over Navolging als erfgoed van de hele christenheid. Nadere-reformatoren zoals Teellinck en Voetius prezen het, Clinton verdiepte er zich in. Vervolgens gaat het over het gezin waarin Vincent geboren werd (op 30 maart 1853) en opgroeide. Dat was in de hervormde pastorie van Zundert, waar de sfeer en de leer van de ‘Groninger richting’ heerste met haar nadruk op deugd en plichtsbesef, en waar vader elke avond bad: ‘Bind ons, o Heer, dicht aan elkaar en laat onze liefde voor U deze banden nog sterker maken.’ Vincent bleek een eenzelvige jongen, die het liefst door de natuur zwierf en zocht naar vogels en insecten.

Als jongvolwassene ging hij aan de slag in de kunsthandel van een oom in Den Haag. Later trok hij voor hetzelfde werk naar Londen en Parijs.

Dat werd steeds minder een succes: hij had er geen vrede mee kunst aan te prijzen als het in zijn ogen geen echte kunst was. Tot ongenoegen natuurlijk van zijn werkgevers. Vandaar dat Vincent opnieuw naar Engeland trok en er aan de slag ging als onderwijzer én als prediker. De eerste preek die hij hield, is bewaard gebleven en door De Jong overgenomen én (zijn vak getrouw) besproken.

Het werk viel hem echter zwaar, zodat hij terugkeerde naar Nederland, in Dordrecht in een boekhandel werk vond, maar daar ook geen vrede mee had en daarom naar Amsterdam verhuisde om er theologie te studeren; wat eveneens op een mislukking uitliep. Hij werd toen evangelist in de Belgische mijnstreek de Borinage, waar hij volledig berooid raakte door alles weg te geven om net zo arm te zijn als de mijnwerkers en Christus resoluut na te volgen. Het liep uit op een fiasco.

Vanaf dat moment wijdde hij zich volledig aan de teken- en schilderkunst. Intussen trok hij zich het lot van een publieke vrouw en haar kind zó aan dat hij met haar ging samenwonen. Tot grote ontsteltenis natuurlijk van zijn ouders, wat Van Gogh weer niet begreep: het gaat toch om navolging? Toen de relatie met deze vrouw verbroken was, keerde hij terug naar zijn ouders, die de pastorie van Nuenen bewoonden. Daar kreeg hij zijn eigen atelier. Hij bleef er tot zijn vader stierf en trok toen via Antwerpen naar Frankrijk, waar hij schilderde, verslaafd raakte, opgenomen werd en tenslotte zichzelf (op 29 juli 1890) van het leven beroofde.

Wie dit relaas aan feiten op zich in laat werken, wordt bevangen door de tragiek die Vincents leven stempelde. En toch – zo laat De Jong telkens zien – gaat Christus voor hem boven alles uit. Hoe is het mogelijk? denk je. Of heeft het te maken met wat we in Navolging lezen: ‘Hoe hoger iemand in de geest vordert, des te zwaarder kruisen vindt hij vaak, want de pijn van zijn ballingschap neemt toe naarmate de liefde groeit.’ Al met al heeft De Jong ons een intrigerend en rijk (ook door de talloze illustraties) boek nagelaten. Het deed me opnieuw ontdekken dat het maar goed is dat God goddelozen rechtvaardigt.

H.J. LAM, WERKENDAM


Hans Barendregt e.a.
Mens, waar zit je? 25 jaar Gevangenenzorg Nederland.
Uitg. Gevangenenzorg, Zoetermeer; 184 blz.; bestellen via info@gevangenenzorg.nl.

In deze jubileumuitgave (wie die bestelt, krijgt het toegestuurd met het verzoek een gift over te maken; richtbedrag € 10) van een relatief onbekende stichting geeft directeur Hans Barendregt zijn terugblik op de 23 jaar dat hij aan Gevangenenzorg verbonden is en waarvan hij ‘het gezicht’ werd. Van pionieren op een zolderkamertje, van de zoektocht naar erkenning door overheid en gevangeniswezen, van het lobbyen met het oog op subsidies groeide Gevangenenzorg onder zijn bezielende leiding tot een professionele organisatie met 650 vrijwilligers, die oog kreeg voor gevangenen, tbs-patiënten én hun familieleden.

Belangrijker nog dan de geschiedenis voor het voetlicht brengen, is het aandacht vragen voor de missie van zijn organisatie. ‘Geloof in herstel’, dat is het motto. Leidend is daarbij dat in het christelijk geloof niet alleen gerechtigheid, maar ook barmhartigheid een wezenlijke notie is. Gevangenenzorg, dat ís een werk van barmhartigheid, het oog hebben voor een concreet mens in nood, mensen met wie de Heere Jezus Zich identificeerde. Barendregt en de zijnen weten zich niet geroepen tot oordelen – Nederland heeft immers een uitstekend rechtssysteem –, wel tot bijstaan. Hij bepleit geregelde voorbede in de kerk voor gevangenen en het pastoraat aan hen, doet een appèl op de samenleving ex-gedetineerden weer op te nemen, wetend dat ‘een al te grote strengheid meer verwondt dan geneest’ (Calvijn).

Het tweede deel van dit boek bevat columns die Barendregt de jaren door publiceerde én concrete reacties hierop van mensen uit het gevangeniswezen, de politiek en de kerk, van familieleden ook.

Mijn hart is na het lezen van dit boek gaan kloppen voor het (voor ons oog onzichtbare) prachtige werk van Gevangenenzorg, pastorale en diaconale zorg waartoe de Bijbel ons op verschillende plaatsen aanspoort.

P.J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's