De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEGIN EN EINDE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEGIN EN EINDE

7 minuten leestijd

Hoe iets gewoons toch bijzonder kan zijn. Dat geldt voor veel dingen. Je bent er zo aan gewend dat ze er zijn dat het je niet meer opvalt. Zo is het ook met de geslachtsregisters en de andere registers van de Bijbel. Ze zijn eigenlijk te gewoon om te lezen. Daardoor gaat wel iets moois aan ons voorbij. Ze hebben namelijk een eigen verhaal te vertellen. Om dit verhaal te ontdekken is studie nodig. Dr. Eveline van Staalduine-Sulman schrijft in Inspirare over deze verschillende soorten registers.

INSPIRARE

Geslachtsregisters behoren niet tot de favoriete bijbelgedeeltes. We hebben de neiging die over te slaan bij het bijbellezen aan tafel of in persoonlijke stille tijd. Wat heb je aan al die namen en leeftijden? En bovenal, wat kun je er theologisch of praktisch mee? Ze lijken niet erg geschikt om iets te leren over God of zijn relatie met mensen.

Dat lijkt al helemaal zo te zijn aan het begin van de boeken Kronieken: negen hoofdstukken namen en een deel daarvan is ook nog eens herhaling. Waarom twee geslachtsregisters van de priesters? En waarom twee van koning Saul? Vragen te over bij de saaiste hoofdstukken van de Schrift.

Registers spreken ons niet aan op onze menselijkheid, zoals verhalen en gedichten doen: je kunt je met een personage in een verhaal of met een psalmist in nood identificeren, omdat je ook mens bent in soms vergelijkbare omstandigheden. Registers spreken ons niet aan op recht of onrecht, zoals wetsteksten of profeten doen. Registers spreken wel ons vermogen tot ordenen aan: ze functioneren als tabellen, tijdbalken of landkaarten. Ze bieden overzicht over tijd en ruimte. In de oudheid waren ze op gezette tijden razend populair, juist vanwege dit overzicht, maar er speelden meer motieven mee.

Dr. Van Staalduine laat de verschillen tussen de geslachtsregisters zien. De eerste geslachtsregisters in Genesis en in Kronieken schetsen een geschiedenis vanaf de schepping en zondeval tot aan de roeping van Abraham en het begin van het volk Israël.

Er wordt zo bewust één menselijke geschiedenis geschetst, één doorlopend verhaal waarin God zorgt voor de scharnierpunten. Deze geslachtsregisters verbinden dan ook de hele mensheid (…) Er is geen mens, van wie je je met recht kunt afvragen: “Ben ik mijns broeder hoeder?”(…)

Er zijn ook lijsten met een meer directe boodschap aan de lezers: de lijsten van Davids helden, die uit alle windstreken van het land kwamen (1 Kron.11:10-47), of die van Davids helpers, van wie speciaal wordt vermeld dat zij uit Gad en Manasse kwamen, uit Benjamin en Juda, uit Issachar, Zebulon en Naftali (12:1-41). Heel Israël, Noord- en Zuidrijk, oostjordaans of westjordaans schaarde zich dus onder koning David. Heel Israël hoorde toen bij elkaar (…).

ALLE STAMMEN

Daaruit valt wel iets te leren. Toen David koning werd en dus aan de macht kwam, was het niet zo dat zijn clan, zijn familie, de lakens ging uitdelen. Zo ging dat in het verleden en het gebeurt in veel landen vandaag nog steeds. Zelfs in de staf van het Witte Huis vervullen familieleden van de president belangrijke functies. David was zo wijs om alle stammen vertegenwoordigd te laten zijn in het bestuur van het land.

Na de ballingschap waren de geslachtsregisters bijzonder belangrijk, zo lijkt het uit de namenlijsten in Kronieken, Ezra en Nehemia. Het volk was verstrooid geraakt en kwam in groepen terug. Het was op dat moment belangrijk te kunnen aantonen dat je deel uitmaakte van het volk Israël en dus aanspraak kon maken op een stukje grondgebied van Judea. Natuurlijk wisten de teruggekeerde ballingen niet alles meer. De kronist haalt bronnen aan, zoals de lijsten in Genesis, maar alle namen aan elkaar knopen kan hij niet meer. Regelmatig houden geslachten op of beginnen geslachtsregisters zomaar midden in de geschiedenis. Eenmaal lijkt hij zelfs te verzuchten: ‘doch alle dingen zijn oud’ (1Kron.4:22).

MISSIONAIRE SPITS

We kennen de geslachtsregisters uit de Evangeliën: Mattheüs 1 en Lukas 3. Een fragment van wat dr. Van Staalduine daarover schrijft:

Jezus wordt door Matteüs direct in het begin neergezet als “zoon van David, zoon van Abraham” (1:1). Hij is daarmee vervulling van de beloften aan David én de beloften aan Abraham. Hij kan op grond daarvan ook “Christus” genoemd worden, de koninklijke messias. (…) Maar hij is ook zoon van Abraham, die de belofte kreeg een zegen te zijn voor de volkeren (Gen. 12:3). En de volkeren komen aan het eind van Matteus’ evangelie sterk in beeld: “Ga dus op weg en maak de volkeren tot mijn leerlingen” (28:19).

Begin en einde raken elkaar dus in dit Evangelie. Het perspectief is gericht op Israël (David) maar zonder enige spanning is het perspectief ook gericht op de wereld. Dus in het geslachtsregister zit al een missionaire spits. We leren ervan dat de lange lijsten van namen in Oude en Nieuwe Testament niet willekeurig zijn samengesteld en ook geen droge opsomming van namen vormen maar zijn ontstaan vanuit een theologische visie op de mensheid, op het koningschap, op het priesterschap of op de zending. Goed om daarvan kennis te nemen.

We schakelen over naar iets anders. Mij boeide ook een ander artikel. Het beschrijft het ontstaan van de Hospice Beweging. Deze vorm van terminale zorg bestaat vijftig jaar. Dr. Jacques Schenderling heeft zich in de geschiedenis daarvan verdiept en wijdt er een artikel aan in Confessioneel. De hospice-beweging ontstond in 1967 in Londen. Toen werd daar het St. Christopher’s Hospital geopend.

CONFESSIONEEL

Het was de eerste instelling in de wereld die zich uitsluitend richtte op het verlenen van zorg aan terminaal zieke mensen. De oprichting van St. Christopher’s was vooral te danken aan de arts Cicely Saunders (1918-2005). Zij werkte in de jaren na de oorlog in verschillende ziekenhuizen in Londen. Daar zag ze dat terminale patiënten vaak onder erbarmelijke omstandigheden hun laatste weken of dagen moesten doorbrengen. (…) Een beslissend moment in haar leven was de ontmoeting met een patiënt, David Tasma, die zij tijdens de laatste maanden van zijn leven begeleidde. David Tasma was en Joodse man die uit het ghetto van Warschau ontsnapt was en in Londen als kelner werkte. Door de gesprekken met deze patiënt kreeg Cicely oog voor de eenzaamheid, het lijden en de existentiële nood van terminale patiënten. Ze besefte dat de reguliere gezondheidszorg niet toegerust was om zulke patiënten adequaat te begeleiden. Artsen en directies van ziekenhuizen richtten zich vooral op de genezing van ‘kansrijke’ patiënten en niet op de begeleiding van stervenden. Cicely Saunders ontwikkelde daarom een plan om een aparte instelling op te richten die zich uitsluitend in zou zetten voor het verzorgen en begeleiden van terminale patiënten. (…) Ruim twintig jaar na St. Christopher’s werd er ook in Nederland een hospice geopend. Het ‘Bijna Thuis Huis’ in Nieuwkoop, dat op 26 januari 1989 door minister Brinkman officieel werd geopend, wordt beschouwd als het eerste hospice in Nederland. (…) Er is wel een verschil tussen de Nederlandse hospices en het Londense voorbeeld. In Londen gaat het om een instelling met een omvang van een middelgroot verpleeghuis. Nederlandse hospices zijn veel kleinschaliger met gemiddeld 4 tot 6 bedden.

In de afgelopen vijftig jaar deden zich veranderingen voor in de terminale zorg, die ook gevolgen hadden voor de hospices, schrijft dr. Schenderling. Hij noemt enkele factoren die hierbij een rol speelden. De zorg voor terminale patiënten is inmiddels een integraal onderdeel geworden van de reguliere gezondheidszorg. Inzichten die door de Hospice Beweging als eerste werden bepleit, zijn onderdeel geworden van het normale medische handelen.

Een andere factor is dat de aparte zorg die aanvankelijk alleen in aparte hospices kon worden gegeven, kan nu ook door thuiszorg worden verleend. Een derde factor is dat door euthanasie en palliatieve sedatie (het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een patiënt, AP) de stervensfase in een aantal gevallen aanzienlijk wordt bekort. Daardoor verblijven mensen niet of minder lang in hospices.

HOSPICES

In dit laatste zit, voor mijn gevoel, een wrang element: euthanasie maakt de hospices voor een deel overbodig. Waarom euthanasie als er alternatieven zijn, zoals palliatieve zorg en hospices?

De Hospice Beweging is begonnen omdat naar stervende mensen niet werd omgezien. Onder trieste omstandigheden moesten zij in ziekenhuizen hun einde onder ogen zien. Zulke toestanden waren er niet in ons land. Toch voorzien de hospices ook in ons land nog steeds in een grote behoefte. Een opmerkelijk stukje naastenliefde.

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BEGIN EN EINDE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 januari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's