De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Een anekdotische reactie kwam binnen van een abonnee op een artikel in het kerstnummer van De Waarheidsvriend, inzake knielbanken:

Waar zijn onze knielbanken gebleven? In De Waarheidsvriend van 20 december stonden deze woorden boven het artikel met als kop ‘Kom, laten wij aanbidden’ geschreven door ds. G.C. Bergshoeff. Het trok onmiddellijk mijn aandacht, omdat ik moest terugdenken aan een ledenvergadering van de gereformeerde gemeente te Gouda, in de periode na de scheuring van 1953.

Ds. H. Rijksen was toen predikant in voornoemde gemeente en leidde een ledenvergadering waarin het nieuwe interieur van de nieuw te bouwen kerk het hoofdthema van de avond vormde. Wat meestal een belangrijk aspect in zo’n nieuw kerkinterieur is, zijn uiteraard de banken waar men een comfortabele zit erg op prijs stelde, vooral in de daar gebruikelijke lange diensten toentertijd. Enfin, de een had voorkeur voor de banken zoals we gewend waren in de kerk aan het Stationsplein, een ander vond de opklapbare zittingen in de gereformeerde kerk aan de Turfmarkt wel veel voordelen hebben; kortom voorstellen te over. Totdat een lid van de gemeente achter in de zaal opstond en tegen ds. Rijksen zei: ‘Dominee, kunnen we geen knielbanken in de nieuwe kerk installeren?’ Die man mist wel degelijk wat hij voorstelde, zelfs gestoeld op een preek van de dominee een paar weken eerder. Hij vervolgde namelijk: ‘Want u hebt drie weken geleden gepreekt uit de Heidelberger, zondag 45, waarin het gaat over het gebed. Ook de houding bij het gebed kwam toen ter sprake en toen zei u: de meest eerbiedige houding bij het gebed is de geknielde houding; maar, omdat wij geen knielbanken in de kerk hebben, gaan de mannen staan bij het gebed. Wel dominee, we hebben nu de gelegenheid om die knielbanken te plaatsen, dus waarom niet?’

De dominee had dat inderdaad wel gezegd in z’n preek, maar het voorstel kreeg geen schijn van kans omdat uiteindelijk de eerbiediging van de traditie het won van de eerbiediging van de gebedshouding. Louter en alleen omdat het ‘rooms’ was.

***

In een recent nummer van Ecclesia (Vrienden van Kohlbrugge) werd een artikel van Kaj Munk geplaatst, met toelichting.

In de Deense kerk pleegt men te preken volgens de tekstorde van het kerkelijk jaar. Elke zondag heeft zijn bepaald ‘evangelie’. Voor eerste kerstdag is dat natuurlijk Lucas 2; dat van tweede kerstdag is – men zou dat niet verwachten – Handelingen 7, de steniging van Stefanus. Over dit ‘evangelie’ gaat een van de laatste artikelen die Kaj Munk heeft geschreven. Dit artikel werd in december 1943 gepubliceerd en in de eerste week van 1944 werd hij vermoord.

Stefanus (…) stond stevig op het fundament, dat Jezus gelegd had! (…) Het Kerstevangelie is de verkondiging, dat u een Verlosser is geboren. Verlossen – dat kan betekenen, dat men heel stil en hulpeloos op de bodem van een put zit en een enorme kraan haalt u er uit. Maar verlossen kan ook betekenen, dat een eerlijk en volhardende strijder wordt ontzet. En waar loopt het met die verlossing op uit? Waartoe wordt zo iemand verlost? Om daarna een bestaan te leiden te midden van zachte kussens? Neen, dat is niet de verlossing die Christus biedt. Vraag dat maar aan Stefanus, Petrus of Paulus! En zij zullen allen antwoorden: Christus verloste ons leven tot een leven vol activiteit!

Het beste woord, dat het Christendom ons heeft geschonken, is dat van de vergeving der zonden; het is het beste woord, maar tegelijkertijd ook het gevaarlijkste woord. Want dat weten wij: waar God een kerk sticht, sticht de duivel een kroeg, dat is een oud spreekwoord. Overal waar God ons een schat schonk, stuurde de duivel een worm om die te verteren. Gods aap noemden de middeleeuwen de duivel en dat was een geniale naam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's