GLOBAAL BEKEKEN
Zomaar een fragment uit het recent verschenen deel V-B van het Verzameld Werk van dr. A.A. van Ruler, getiteld Kerkorde, kerkrecht, ambt, over ‘het perspectief’ van de ouderling:
Het derde perspectief is dat van de buitenkerkelijkheid. De ouderling zit ook wel in de kerk. Daar zit hij ‘op de leer’. Hij kijkt, of de dominee het Woord recht snijdt. Hij kijkt ook, aan de avondmaalstafel, of niemand de heiligheden van God ontheiligt, dus of er ook mensen zijn, die ten onrechte willen communiceren.
Maar dan gaat de ouderling toch de kerk uit. Dáár – buiten de kerk – vindt hij zijn eigenlijke werk. Hij gaat op huisbezoek. Om de kerk heen. Door de wereld. En hij praat met de mensen over al de dagelijkse dingen dezer dagen en hoe daarin God gediend kan worden. Hij heeft aandacht voor het innerlijke leven van de ziel. Hij heeft evenveel aandacht voor de vragen van het huwelijk, het gezin en de opvoeding. En hij is er ook nog met zijn hele hart bij, als het gesprek zich beweegt in de contreien van de maatschappij, de cultuur en de politiek.
De ouderling demonstreert: het gaat God echt niet alléén om de kerk in prediking en sacrament, in ambt en liturgie, in gemeenschap en belijdenis. Dat alles is onmisbaar. Maar het is geen doel. Het is middel. Het doel is: dat wij het aardse leven leven als lofzeggende dienst van God.
Het vierde perspectief is dat van de hartelijkheid. Dat is maar een term. Maar er wordt iets belangrijks mee uitgedrukt. Als in de kerkregering de bisschop centraal staat, heeft de kerk de neiging, haar gezag op deze wijze te verwerkelijken, dat zij de waarheid van God, die reddend is, oplegt aan de hoofden der mensen. Een ouderling doet dat niet. Hij legt de waarheid de mensen na aan het hart. Hij dwingt niet. Hij praat. Hij tracht te overtuigen.
Dat geeft iets zwevends aan een presbyteriale kerk. Daar wordt niet zo gauw iets uitgemaakt en afgekondigd en opgelegd. Ik wil niet zeggen, dat dat nooit gebeurt.(…) Maar de ouderling blijft liever aan de praat. Met de mensen
***
Van de hand van Jaap Colthof verscheen het boek Van moordenaar tot rabbi. Markante verhalen uit Joods Amsterdam rond 1800 (uitg. Van Praag, Amsterdam). Over het Rembrandthuis schrijft hij:
1606, het geboortejaar van Rembrandt, was ook het jaar dat het Rembrandthuis werd gebouwd. In 1639 kocht Rembrandt dit indrukwekkende koopmanshuis, gelegen aan de Sint Anthoniebreestraat, de huidige Jodenbreestraat. Het lag in een wijk waar niet alleen de top van de Amsterdamse kunstwereld woonde, maar ook de bestuurlijke elite. Rembrandt was toen al een geslaagde kunstenaar en kon zich de aankoop van dit gebouw permitteren, hoewel hij niet in staat was om de koopsom van 13.000 gulden ineens op tafel te leggen. Gedurende zeventien jaar, tot 1656, heeft hij in dit huis, waar hij woonde met zijn geliefde vrouw Saskia van Uylenburg, gewerkt. Hij schilderde daar onder andere de beroemde De Nachtwacht. Ondanks zijn enorme faam als schilder ging hij in 1656 failliet. Hij leefde op grote voet, werd geconfronteerd met een teruglopende markt en slaagde er niet in om zijn hypotheek af te lossen. Het huis werd geveild in 1658 en tussen 1660-1662 opgeknapt en in tweeën gesplitst. Rembrandt verhuisde naar een klein huurhuis aan de Rozengracht in de Jordaan, waar hij tot zijn dood in 1669 bleef wonen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's