De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BLOKKADES OPRUIMEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BLOKKADES OPRUIMEN

MEDITATIE: JOZUA 7:10 Toen zei de Heere tegen Jozua: Sta op, waarom ligt u zo met het gezicht ter aarde?

4 minuten leestijd

Soms lopen onze relaties moeizaam. Het is dan nodig dat de onderste steen boven komt. Dat ervaart ook Jozua in zijn relatie met de Heere. Hij bidt wel, maar het gebed komt niet aan. Wat is er aan de hand?

Jericho is verslagen, maar Ai niet. De aanval op Ai is mislukt. Het volk slaat de schrik om het hart. Hoe kan dit? Jozua gaat in gebed, want nood leert soms bidden.

Jozua’s gebed lijkt vroom. Als de Kanaänieten van dit verlies horen en Israël uitroeien, wat zullen ze dan van Uw grote Naam zeggen? Ze hadden beter aan de andere kant van de Jordaan kunnen blijven.

ZONDE

Weet Jozua het beter dan de Heere? Jozua vergeet iets, hij gaat te snel. Hij vergeet de zonde. De zonde is voor God een gruwel. En zonde is er. Bij Jericho ging het goed. Daar gaf God het bevel en Jozua handelde ernaar. Daar ging de ark nog voorop. Men blies op de bazuin en liep rond de stad zoals de Heere gezegd had, al leek het zinloos. Daar was het geloof actief. ‘Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, nadat ze tot zeven dagen toe omringd waren geweest.’ (Hebr.11:30)

Bij Ai was het anders. We horen niet van een bevel van de Heere om aan te vallen. Jozua gaat zelf. We lopen zo gemakkelijk voor de Heere uit, in plaats van achter Hem aan. Dat kan niet goed gaan. Verkenners zeggen bovendien: ‘Stuur hooguit twee- of drieduizend man, want Ai is maar klein, er zijn weinig mensen.’ Alsof ze zeggen: ‘Dit doen we wel even.’ Maar ook in het kleine hebben we de Heere nodig. Zei Jezus niet: ‘Zonder Mij kunt u niets doen’? (Joh.15:5)

DINGEN ACHTERHOUDEN

Er is nog iets. De zonde van Achan. Heel de buit van Jericho viel onder de ban. Dat wil zeggen: die buit was aan de Heere toegewijd, voor Hem bestemd. Hij is toch de Eigenaar van alles? Heel de aarde en haar volheid is van Hem. Hij had voor Israël gestreden, was haar Opperbevelhebber in de strijd geweest. Hem komt de buit toe. Maar Achan had van de buit voor zichzelf genomen: een mantel, zilver en goud. En hij zweeg erover, wat dus liegen is.

Dingen achterhouden voor God is gevaarlijk. Zeker onze zonden moeten wij voor Hem niet verbergen. Achan had zijn zonden letterlijk verborgen onder de grond van zijn tent. Maar de Heere ziet alles. Bidden zonder bekering is eigenlijk niet mogelijk.

Jozua moet opstaan van zijn gebed en eerst de zonde radicaal aanpakken. We zijn vaak te lief voor onze zonde, we denken er te makkelijk over. De puritein John Owen zei eens: ‘Dood de zonde, anders zal de zonde u doden.’ Jozua gaat radicaal tot handelen over. Het lot wijst de stam Juda aan, het geslacht, de familie en tot slot Achan zelf. Al die tijd belijdt Achan zijn zonde niet. Nu hij gedwongen wordt, is het te laat. Opmerkelijk is zijn schuldbelijdenis: ik zag… ik begeerde… ik nam (vs.21). Dat is precies het proces dat tot de zondeval leidde (Gen. 3:6). Het is zoals het bij ons ook misgaat.

Zonde stort ons in het ongeluk. Achan had Israël in het ongeluk gestort, nu wordt hij dat zelf. Hij wordt met zijn kinderen en bezittingen naar het dal van Achor gevoerd, het ‘ongeluksdal’. De zonde slaat vaak een krater die verder reikt dan onze eigen persoon en ook anderen nadelig beïnvloedt.

HOOP

Achan wordt gestenigd en met vuur verbrand. De stenen op Achan zijn als een monument. Ze herinneren eraan dat God de zonden niet door de vingers ziet. Is dit ook ons vooruitzicht?

Hoséa profeteerde dat God dit dal van ongeluk zal maken tot ‘een deur van de hoop’ (Hos.2:14). Welke hoop dan? Paulus schrijft aan Timotheüs over ‘de Heere Jezus Christus, onze hoop’ (1 Tim.1:1).

Achan werd buiten het kamp gestenigd en verbrand. En de toorn van God week van Israël. Jezus leed onschuldig buiten het kamp (Hebr.13:12). Zijn belijdenis is zo anders: Ik zag… (uw ellende), Ik begeerde… (uw verlossing), Ik gaf… (Mijzelf). Hij legde Zijn Koningsmantel ervoor af. Een kribbe tussen de beesten werd Zijn deel. Het vuur van Gods toorn trof Hem en een steen sloot hermetisch Zijn graf.

Hij stond echter op uit het graf en maakte van het doodsdal een deur van hoop. Wie met schuldbelijdenis vlucht tot God, mag ontdekken dat er een Zaligmaker is. Zijn wij al ‘in de ban’ van deze Heere Jezus?

Ds. B.J. van Assen is predikant van de hervormde gemeenten te Nieuwe Tonge en Herkingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BLOKKADES OPRUIMEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's