TRADITIE, EEN KATHEDRAAL
Een artikel in het Christelijk Weekblad zette me aan het denken. Onderwerp van het artikel is de opleiding van predikanten en het is geschreven door hoogleraar praktische theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit Leuven, prof. dr. Jack Barentsen.
CHRISTELIJK WEEKBLAD
Regelmatig loop ik tegen de volgende vraag aan: ‘leiden we nog wel op voor de predikant van morgen?’ Er ligt nog steeds grote nadruk op de klassieke theologische disciplines: bijbelwetenschappen, historische en systematische theologie, alsof toekomstige dominees vooral het wezen en de identiteit van de kerk moeten bewaren te midden van de snel veranderende postseculiere wereld. Ondertussen verandert de kerk gewoon mee met de maatschappij, want de mensen in de kerk participeren in die maatschappij, met al haar veranderingen. Is het zinvol om predikanten op te leiden die vooral de aloude kerkelijke identiteit verstaan, of leiden we dan eigenlijk op voor de predikant van tien of twintig jaar geleden? (…)
De traditionele stijl van pastoraal leiderschap is leiderschap in de kathedraal. Daar gaat alles al eeuwen hetzelfde, er is nauwelijks discussie over vormgeving en inrichting van het gebouw. Een pastor in een kathedraal vertegenwoordigt een gewaardeerd instituut, en wijdt mensen in in eeuwenoude rituelen die niet zomaar ter discussie staan.
Prof. Barentsen signaleert allerlei veranderingen in onze samenleving: gezagsstructuren veranderen (gezag wordt niet meer gelegitimeerd door je ‘status’ als predikant), er is in de samenleving ook sprake van een verregaande democratisering. De predikant mag door iedereen – ongeacht of men over enige expertise beschikt – ter verantwoording geroepen worden. Het artikel gaat dan als volgt verder:
Ook andere bakens verschuiven. Het omgaan met de Schrift staat minder centraal; er komt meer oog voor Gods aanwezigheid in en door de gemeente. Is het werk van de Geest te herkennen in het leven van de gelovigen? En welke rol speelt de predikant om God als het ware present te stellen, om Gods genade en troost te bemiddelen naar de gemeente? (…) De roeping van de predikant om de eenheid van de gemeente te bewaren, betekent dat hij overweg moet kunnen met een grotere diversiteit in dogma, norm en godsbeleving. Kan hij alles nog enigszins met elkaar verbinden om de gemeenschap vitaal te houden?
Pastoraal leiderschap gaat dus veel minder over het bewaken van grenzen en het buitenhouden van ongewenste invloeden – exclusief leiderschap – en is veel meer gericht op het samenbinden van deze diversiteit vanuit een basisvertrouwen dat God door Christus nog steeds in deze diverse gemeente actief is – inclusief leiderschap. Dit alles betekent dat de identiteit van de geloofsgemeenschap verschuift. Pas je daar als predikant nog wel bij? Kun je meebewegen met je kerk? Of ga je uit van een onveranderlijke identiteit, en zie je het als jouw roeping tegenwicht te bieden aan deze verschuiving?
Veel van wat aan de orde gesteld wordt, is herkenbaar, namelijk de snelle verandering van onze maatschappij. Toch vraag ik me af of de huidige situatie voldoende gepeild wordt door als kern daarvan gezagscrisis en democratisering aan te wijzen. De wilde jaren zestig met hun gezagscrisis liggen al geruime tijd achter ons en de enorme democratiseringsgolf van de jaren zeventig is al lang teruggedraaid.
LEIDERSCHAP
Een serieuzer probleem vind ik dat Barentsen speelt met de gedachte dat de kernvakken van de theologie ter discussie gesteld moeten kunnen worden. Maar, vraag ik me af, is het waar dat theologen, met die vakken in hun pakket, predikanten worden van twintig jaar geleden? Moeten predikanten pastorale leiders worden of theologen? Waarom die nadruk op leiderschap? Hoe verhoudt zich dat tot de gereformeerde ambtstheologie: de ambten geven met elkaar leiding aan de gemeente en niet alleen de predikant? Hij dreigt een bisschop in miniformaat te worden. Is de oude aanduiding dienaar van het Woord te combineren met leadership? Dienaar van het Woord vind ik al erg hoog gegrepen. Barentsen spreekt van pastoraal leiderschap maar het blijkt spiritueel leiderschap te zijn, omdat de leider God present moet stellen. Dat lijkt me erg ambitieus en ook gevaarlijk. Andere vraag: moeten predikanten meebewegen met de kerk? Met welke kerk? Dienstbaar zijn aan de kerk en in toewijding en met veel zelfverloochening de gemeente dienen: dat is de roeping van elke predikant. Dat werk is op z’n tijd behoorlijk zwaar. Maar dat is iets anders dan meebewegen.
TROUW
Traditie is het tegendeel van meebewegen. Daarover meer in het volgende onderwerp. Journaliste Judit Neurink, al jaren woonachtig in Erbil, Irak, schreef een boek getiteld De Joodse bruid. Het verdwenen verleden van Irak. In Trouw vertelt zij over haar ervaringen bij het naspeuren van de restanten van het Joodse historische erfgoed in Irak.
Er lopen tunnels onder de Joodse wijk van Iraks tweede stad, Mosul. Die tunnels zijn niet aangelegd door de islamitische terreurgroep IS, zoals in de rest van de stad en in andere steden en gebieden die ze bezet hield. De tunnels in Mosul zijn eeuwenoud. Ze zijn gebouwd om de toenmalige Joodse inwoners de kans te geven bij gevaar te ontkomen. Net als de kleine deurtjes die de huizen in de Joodse wijk van de Koerdische hoofdstad Erbil met elkaar verbonden, zodat bewoners ongezien konden vluchten.
Hoewel Joden in Irak eeuwenlang vreedzaam naast moslims en christenen woonden, zijn ze altijd voorbereid geweest op gevaar. Terecht, want in 1941 kwamen bij een pogrom in Bagdad honderden mensen om. Daarna leidde het uitroepen van de staat Israël in 1948 in het hele land tot antisemitisch geweld – en uiteindelijk tot het vertrek van de Joodse bevolking uit Irak. (…) Van Erbil is bekend dat er twee synagogen waren, die nauwelijks meer als zodanig te herkennen zijn. Ik weet dat er in Bagdad een schuilsjoel is, die in het geheim nog operationeel is voor de paar bekeerlingen die stiekem vasthouden aan hun Joodse wortels. En in Mosul loop ik, verrukt door de herkenning, achter de fotograaf aan door smalle straatjes, met een goot in het midden voor het afvalwater en een vervallen bazaar, een stukje op met kinderen die met een waterslang sjouwen om thuis de bogen en ornamenten getuigen hoe rijk ze ooit zijn geweest.
En dan staan we voor een ijzeren deur, versperd met staven. Op de muur ernaast staat in rood een Arabische tekst geschreven: dat dit historisch erfgoed is dat niet mag worden betreden. (…) Achter die onaanzienlijke deur ligt de synagoge van Mosul. Van haar bestaan wist ik af dankzij een joodse Amerikaanse officier die hier gelegerd was. In 2004 dwaalde deze rabbijn door de oude wijk en ontdekte de sjoel achter een muur van afval. Eddy van Wessel, die via een klauterpartij over daken van omliggende panden van bovenaf een kijkje in de synagoge weet te nemen, meldt dat dat afval er nog steeds ligt.
Opvallender is dat de synagoge na de recente bezetting door een verklaard anti-Joodse groep er nauwelijks anders bij ligt dan toen de Amerikaanse rabbijn haar verkende. Alleen misschien nog wat meer vervallen. De school op het synagogeterrein, die nog wel een dak heeft, is sinds de jaren tachtig bewoond door een particulier die zich het complex op slinkse wijze wist toe te eigenen. Wellicht was dat zijn redding. In ieder geval bleven de Hebreeuwse stenen tafelen aan de muren van de gebedsruimte behouden; pas na de bevrijding verdwenen twee van die kostbare plakkaten.
Dit is een ontmoeting met een traditie van vele eeuwen. Het is een bijzondere traditie, een traditie om veel respect voor te hebben. Want hoe oud ook: Joods betekent nog niet doods. Wat dood is, versteent en verdwijnt vanzelf. Deze Joodse traditie kon in stand blijven door juist niet mee te bewegen.
Kerk-zijn in onze tijd is een kwestie van voortdurende aanvechting. De tijd staat niet stil. De samenleving is anders en jongeren denken anders dan ouderen. Starheid is het tegenovergestelde van traditie. Maar traditie is ook een kathedraal waarin eeuwenoud geloof zichtbaar en tastbaar aanwezig is. Ik dwaal er graag in rond en het houdt me bij de les.
Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's