De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOE GEEF JE KRITIEK?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE GEEF JE KRITIEK?

Een liefdevolle, fijngevoelige houding is onontbeerlijk

8 minuten leestijd

Je komt de kerk uit en je voelt je sterk aangesproken door de preek. Je loopt naar buiten en de eerste die je spreekt, kijkt je meewarig aan en maakt duidelijk dat hij de preek maar ‘niks’ vindt. Een vernietigend oordeel. Wat moet je hier nu mee?

De zegen van de preek staat meteen in de schaduw. Wanneer is kritiek opbouwend en wanneer is kritiek afbrekend?

KRITIEK IS NODIG

Kritiek functioneert in de gemeente prima wanneer het bijdraagt aan de opbouw van de gemeente. We moeten waakzaam zijn op de prediking, zodat deze naar bijbelse maatstaven niet tekortschiet.

Kritiek op de prediking is niet per definitie verkeerd, alleen is het de vraag wanneer en hoe deze gegeven wordt. Ook in de Bijbel is er sprake van kritiek en vermaning. In een pedagogische relatie is het volgens de Spreukendichter goed dat een vader zijn zoon die hij goedgezind is, vermaant wanneer dat nodig is (Spr.3:11,12). De brief aan de Hebreeën (Hebr.10:24,25) roept ons op onze onderlinge bijeenkomsten niet na te laten, maar elkaar aan te vuren tot liefde en tot goede werken. De Statenvertaling formuleert het zelfs als het ‘aanscherpen in liefde’. Dat dit geen vrijblijvende wens is, volgt uit vers 25, waar staat: ‘zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen’. Elkaar aanscherpen en bemoedigen staat hier in het licht van het komende oordeel. Laten we elkaar daarom dus opscherpen in liefde, tot opbouw van de gemeente.

GEVEN EN ONTVANGEN

Kritiek omschrijf ik als ‘een zachte regen, iemands groei bevorderen zonder zijn wortels te ondergraven’. Het wordt nogal eens ervaren als persoonlijke afwijzing en dan bereikt het zijn doel niet. Het gaat dan niet meer over de inhoud, maar het raakt de wortels van iemands bestaan.

Dit zegt niet alleen iets van het geven van kritiek, maar ook van de manier waarop het ontvangen wordt. Belangrijk is het dat de gever van kritiek iemands gedrag beschrijft zonder de persoon af te wijzen door met een beschuldigende vinger te wijzen: ‘Jij bent…’ Wie kritiek geeft, moet ook niet vergeten een alternatief te geven hoe het dan beter zou kunnen. Anders verergert het iemands onmacht er iets aan te doen.

Ook kan het ontvangen van kritiek fout gaan. Iemand kan alles zo op zichzelf betrekken dat er bij kritiek altijd een gevoel van afwijzing ontstaat. Dit zegt natuurlijk iets over de persoon die ontvangt, maar het zegt ook iets over goed luisteren. ‘Wie antwoordt voordat hij geluisterd heeft, het is hem tot dwaasheid en schande.’ (Spr.18:13)

LIEFDE

Aan de gemeente is een diversiteit aan genadegaven geschonken. Onze gaven staan niet op zichzelf, maar hebben altijd verbinding met anderen in de gemeente. Leden van het lichaam van Christus zijn met Hem als Hoofd verbonden en vullen elkaar aan en stimuleren elkaar. De ambtsdragers hebben als taak goed leiding te geven aan de opbouw van de gemeente als spieren van het lichaam (Ef.4:16).

Paulus noemt niet voor niets aan het einde van 1 Korinthe 12 over het inzetten van genadegaven dat er een weg is die dit alles nog overtreft. Hier bedoelt hij dat dit niet kan zonder liefde zoals in hoofdstuk 13 beschreven, de liefde tot God en de naaste. Zonder deze liefde zijn onze gaven koud, leeg en hol. Dan missen ze hun doel, namelijk de eer van God en de opbouw van de gemeente.

Natuurlijk is het hier nog niet perfect, want ‘we kennen nu nog maar ten dele’. Er komt een moment dat de gemeente volledig tot haar doel komt, oog in oog met Christus.

Verschillen mogen er zijn, elkaar aanscherpen in liefde en elkaar aansporen tot liefde en goede werken is een must. Belangrijk is het echter wel dat dit gebeurt vanuit een houding van liefde die verbindend is, ondanks alle verschillen die er zijn. Ik denk dat kritiek dan inderdaad zijn doel niet mist en dat gemeenteleden zich niet zo snel afgewezen voelen, maar ervaren erbij te horen. Laat de gemeente dan ook een veilige omgeving zijn waar ruimte is om elkaar in alle openheid te bevragen en aan te spreken.

VERDIEPING

Wanneer onze kritiek opkomt vanuit een houding van liefde, gericht op de opbouw van de gemeente, doen we dit alleen vanuit de liefde tot Christus. Leven van genade zorgt ervoor dat we ook in het geven van kritiek niet een te grote broek aantrekken. Paulus bidt dat onze liefde steeds overvloediger wordt (Filip.1:9). Hij vertrouwt erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat zal voltooien tot op de dag van Jezus Christus (Filip.1:6). In die tussentijd is het van belang te groeien in de liefde en wel concreet uitgewerkt in drie kenmerken.

Onze houding van liefde verdiept zich allereerst in kennis en fijngevoeligheid. Dit kennen houdt naast geloofskennis ook erkennen in. Dat betekent dat je de ander ook als persoon wilt leren kennen en erkennen.

Fijngevoeligheid betekent hier vooral sensitiviteit. Dat is het vermogen personen en dingen goed te kunnen aanvoelen en inschatten. Terug naar ons onderwerp van het geven van kritiek: houden we rekening met wie we voor ons hebben met onze kritiek en welk effect het zal hebben? Hoe we onze kritiek formuleren doet er natuurlijk toe, maar dit doen vanuit een houding van liefdevol erkennen en aanvoelen, is vooral onontbeerlijk. We hebben er toch niets aan wanneer mensen zich afgewezen voelen en niets met onze kritiek doen? De gemeenteleden die de gave van sensitiviteit niet hebben, moeten oefenen in het zetten van een wacht voor de lippen (Ps.141) en om de juiste liefde bidden (Fil.1:9,10). In het uiterste geval is het goed een ander in te schakelen voor activiteiten die om sensitiviteit vragen.

WAT ECHT BELANGRIJK IS

Het tweede kenmerk van verdiepende liefde is het onderscheiden van wat wezenlijk is. Het gaat hier over het kunnen onderscheiden tussen ‘goed en kwaad’, ‘belangrijke en minder belangrijke zaken’ en het ‘zinvolle en zinloze’. Wanneer het geven van kritiek voortkomt uit irritatie, is dat meestal een projectie van eigen onvrede of het reageren vanuit een allergie die opgedaan is.

Zelfreflectie en zelfkennis zijn belangrijk om dit te onderkennen en bij te sturen. We hebben wijze en evenwichtige mensen nodig die weten waar het op aan komt en die dicht bij de Heere leven. Mensen die zichzelf niet ten koste van de ander profileren.

Ook is de gave van onderscheid gericht op het zorgvuldig afwegen van tijd en plaats om kritiek te geven. De context doet ertoe. Geef geen kritiek wanneer iemand onder stress staat of op het punt staat in te storten. Gebruik dit ook niet als smoes om géén kritiek te geven. Wijsheid is geen dogma, maar wordt doortrokken door het ‘ontzag voor de Heere’.

VANUIT OPRECHTHEID

Het derde kenmerk is oprechtheid en het geen aanstoot geven. Eerlijkheid en transparantie zijn belangrijke eigenschappen. We noemen dit in deze tijd ook wel authenticiteit. Veel kritiek in de gemeente zorgt voor aanstoot en verwarring. Vanuit een oprechte houding kritiek geven vanuit de liefde tot Christus en Zijn gemeente heeft meer kans op een positief effect. Er is veel van elkaar te leren, ook wanneer we het oneens zijn met elkaar. Wanneer kritiek geven oprecht is en we blijven in verbinding met de ander, dan hoeft het geen aanstoot te geven, maar zet het elkaar aan tot denken. Zo bouwen we elkaar op in liefde.

BIJ JEZELF

Iemand die net uit de kerk komt en vertelt dat hij de preek maar niks vond, terwijl een ander die juist gesticht is dit aan moet horen, geeft geen goede vorm van kritiek. Beter is het te zeggen dat de preek je minder bracht dan je gehoopt had. Laten we het in ieder geval bij onszelf houden en geen vaststaand oordeel geven. Dat kan de zegen van de ander wegnemen. Al zou de persoon gelijk hebben, het is nog niet wijs om het op dat tijdstip te doen, net na de dienst. Wijsheid houdt rekening met de context en het tijdstip waarop kritiek gegeven wordt.

We hebben als ‘kritiekgevers’ een les nodig in liefde die zich concretiseert in fijngevoeligheid, sensitiviteit en weten waar het op aan komt in liefde die zichzelf niet zoekt. Daarmee zeg ik niet dat we een predikant geen kritiek mogen geven op de preek. De hoorders weten het beste hoe een preek landt en dat kan een predikant helpen beter te communiceren of beter de boodschap vorm te geven.

Het gaat hier meer om het ‘hoe’ van het geven van kritiek als vorm van gemeenteopbouw. Dat is allereerst met gevouwen handen en bidden om te groeien in liefde. Christus ging ons hierin voor. Leer van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart (Matt.22:16).

A. Pals uit Rhenen is docent en begeleidingskundige aan de Christelijke Hogeschool Ede.


Volgende week het slot van dit tweeluik, over het uitspreken en ontvangen van waardering in de christelijke gemeente.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HOE GEEF JE KRITIEK?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's