DE SLOOP VAN DE KERK
In het Reformatorisch Dagblad stond een aangrijpend verhaal over de situatie in de Gazastrook. Een Palestijnse predikant, Hanna Massad, vertelt erover. Hij was daar baptistenpredikant, maar moest vluchten. Over zijn ervaringen daar schreef hij een boek, Pastor from Gaza. Uit het artikel – naar aanleiding van dit boek – neem ik enkele dingen over.
REFORMATORISCH DAGBLAD
Elk bezoek aan Gaza is erger dan het vorige. Dat is de ervaring van baptistenpredikant Hanna Massad (58). Hij was voorheen voorganger van de kleine baptistengemeente in Gaza-stad en bezoekt het gebied meermalen per jaar. De predikant is net terug van een reis naar Gaza. ‘Elke keer ben ik kapot van wat ik zie en hoor. Het aantal drugsverslaafden is torenhoog. Ik bezocht mijn neef in zijn apotheek in Gaza-stad. In een tijd van niet meer dan tien minuten klopten verschillende verslaafden aan met valse doktersvoorschriften.’ Ook scheiding, prostitutie en diefstal nemen snel toe, concludeerde de predikant na vele gesprekken in Gaza. ‘Het is dus niet zo vreemd dat chronische bezorgdheid en angst de grootste epidemieën vormen in Gaza – ook onder christenen.’
Ds. Massad onderschrijft waar VN-organisaties al maanden voor waarschuwen: de Gazastrook staat op instorten en is een totale implosie nabij. Hoe dat zo ver heeft kunnen komen, begrijpt de predikant als geen ander. Hij werd geboren en groeide op in de Gazastrook, in een Grieks-orthodox gezin. Hij heeft gezien hoe de Egyptenaren kwamen en gingen, hoe daarna Israël kwam en ging, en hoe ten slotte Hamas kwam – maar nog altijd niet is gegaan.
Over die ervaringen, en over hoe in het midden van deze toenemende chaos een kleine protestantse gemeente standhoudt, schreef de predikant het boek Pastor from Gaza, dat vooralsnog alleen in het Engels verkrijgbaar is. (…)
Door de mensonwaardige levensomstandigheden wordt de haat tegen met name Israël onder Palestijnen voortdurend verder aangewakkerd. Ds. Massad, zelf een Palestijn, begrijpt dat.
Maar hij kiest voor een andere weg. ‘Ik houd van Joodse mensen, ook al heb ik geleden onder hun handen, net zoals ik houd van Palestijnen en Egyptenaren, ondanks de vervolging en het feit dat ze ons misbruikten.’
Die liefde is niet vanzelfsprekend, ook niet onder Palestijnse christenen. Massad beschrijft hoe zijn vader geschokt was toen hij hem bijna veertig jaar geleden vertelde dat hij van Joden houdt, ondanks alles. ‘Ik zou hen nooit in eigen kracht lief kunnen hebben. Daarvoor is de pijn te diep en daarvoor zijn de vergrijpen te talrijk. Ik ben alleen in staat om van iedereen te houden omdat ik steeds de liefde van Jezus ervaar, en ik kan vergeven omdat God mij zo veel vergeven heeft.’ (…)
VERVOLGING
De zwaarste vervolging hadden hij en zijn gemeente niet te duchten van Israël, maar van radicale jihadistische groepen. Vervolging begon voor hem pas echt nadat Israël zich in 2005 had teruggetrokken uit de Gazastrook, en vooral nadat Hamas de macht had overgenomen.
Er kwamen dreigbrieven. Er werd een samenzwering ontdekt waarbij 40 kilo dynamiet in het kerkgebouw zou worden geplaatst. Er vonden daadwerkelijk bomaanslagen plaats, op de kerk maar ook op de bijbehorende boekwinkel. En uiteindelijk werd in 2007 Rami Ayyad, die in de christelijke boekwinkel werkte, ontvoerd en vermoord.
En hij constateert niet alleen meer behoefte aan materiële hulp. ‘Tijdens dit bezoek heb ik gemerkt dat meer mensen openstaan om het Evangelie aan te horen. God gebruikt internet, sociale media en persoonlijke contacten om mensen te leren hun vertrouwen op Hem te stellen.’
Het is overduidelijk dat zich daar een ongekend menselijk drama voltrekt. Alleen al vanwege de onmenselijke omstandigheden zou er van buitenaf ingegrepen moeten worden. Maar keer op keer zien wij dat de wereldgemeenschap machteloos staat. Het schrikbewind van Hamas lijkt zich net zo hard tegen de eigen mensen te keren als tegen Israël.
WAPENVELD
In Wapenveld is een uitvoerig interview met René Cuperus (1960) te lezen. Hij is columnist bij de Volkskrant en heeft een lange staat van dienst bij de PvdA onder andere als senior wetenschappelijk medewerker van de Wiardi Beckmannstichting, de denktank van de sociaaldemocratie. Het interview gaat over secularisatie en wat dat met ons land doet. Cuperus heeft een protestantse achtergrond maar verliet als zovelen van zijn generatie de kerk.
Cuperus schetst het beeld van een kerk die voor hem als gymnasiast en jong student steeds irrelevanter werd. ‘Je ontwikkelt je intellectueel, bent veel bezig met teksten, en dan voel je in de kerk al luisterend en zingend steeds meer vragen opkomen bij teksten, liederen, abstracties over God. Wat zitten we nu eigenlijk te zingen? En wanneer dan ook de preken weinigzeggend zijn en nauwelijks tot de verbeelding en emoties spreken – dan houdt het op.’ (…)
Cuperus spreekt in de (bijna) voltooid verleden tijd wanneer het gaat over kerk en christelijk geloof in de Lage Landen. Voorbij. De geseculariseerden van zijn generatie missen er eigenlijk niets aan, het is nauwelijks een item. ‘Dat verbaast mij oprecht, dat zo’n massieve ruptuur in de westerse cultuurgeschiedenis, het wegvallen van geloof, religie christendom zo weinig met mensen doet. Op individueel niveau althans. Een van mijn laatste columns schreef ik over de enorme sloop van kerken die bezig is en die ons nog te wachten staat (‘De sloop van het christendom’). En ik vroeg mij hardop af: doet het ons als ex-gelovigen nog iets dat al die kerken eraan gaan? Vrijwel geen reactie. No-body cares. Alleen zit ik dan die week drie keer op de radio bij de EO. Daarbij komt dat de kerken hun gezag op het gebied van waardeoriëntatie verspeeld hebben. De aanhoudende stroom berichten over misbruikschandalen werkt als een definitieve bevestiging van het seculiere gelijk. De katholieke kerk heeft de confrontatie gezocht met de seculiere samenleving via de seksuele moraal – abortus, onthouding, homoseksualiteit – en uitgerekend daar blijkt ze zo geperverteerd. Hoeveel is er nog nodig om van het moreel faillissement van de katholieke kerk te spreken?’ Ook meent Cuperus waar te nemen dat binnen de kerken zelf velen net zo geseculariseerd zijn. Een kerkelijke elite, met de Ter Lindens voorop, bestaat in wezen zelf uit cultuurprotestanten. (…)
SCHANDAAL
‘Mijn analyse is dat de westerse cultuur veel meer doordrenkt is van het christendom dan wij vaak beseffen: de verzorgingsstaat is cultuurchristendom, de rechtstaat is cultuurchristendom. Natuurlijk niet alleen dat: beide zijn ook vrucht van de Verlichting, maar ook van het christendom.’ Hij refereert aan zijn verontwaardiging over het feit dat in het handvest van de Grondrechten van de Europese Unie geen verwijzing is opgenomen naar het christendom als een van de voedingsbronnen van de Europese cultuur. ‘Ik zou daar voor zijn geweest, alleen al als historicus. Ik vind het een schandaal dat dat om plat-politieke redenen niet gebeurd is. Dat Europa zo slordig omgaat met zijn bronnen. Dat is al het minste waarom ik cultuurchristendom zo belangrijk vind.’ (…)
De dingen zitten Cuperus hoorbaar hoog. Wat in zekere zin specifiek Nederlands is, is het heilige geloof in verandering: “Pornography of change”, heb ik dat wel genoemd op seminars in Londen, waar dat onder Blairs NewLabour nog sterker gold.’ Het nieuwe is cool, hip, is ‘heilig’, in de zin dat je daar kritiekloos in mee moet gaan. ‘Dat kom je in Duitsland zo niet tegen. Er is bij ons veel minder gevoel voor heiligheid, in de zin van “wat bewaard moet worden en doorgegeven”. Dat heeft de historicus James Kennedy ook mooi opgeschreven in Nieuw Babylon in aanbouw: de manier waarop de Nederlandse elite steeds meebuigt met de moderne trends.’
Er zou veel meer geciteerd kunnen worden uit dit boeiende interview. Het zijn analyses die ertoe doen en die inzicht geven. Ze zullen, hoop ik, waarschijnlijk eerder geaccepteerd worden nu ze van buiten de kerk komen – in dit geval van een PvdA’er – dan wanneer een theoloog met zo’n verhaal komt, want dan staat de reactie al bij voorbaat vast: wat een pessimisme. In de kerk spiegelen we liever onszelf iets voor wat er niet is en we noemen dat hoop. Het is een triest feit dat de kerk, en de theologie evenmin, in staat is tot een gedegen analyse van kerk en samenleving.
Kennelijk is dat te bedreigend. Ik hoor ook stemmen in de kerk die ertoe oproepen dat de kerk profetisch moet spreken en de predikanten profetisch moeten preken. Zo lang de kerk echter meebuigt met de maatschappelijke trends en meegaat met de pornography of change, zal dat niet gebeuren.
Aan alle kanten wordt aangeraden om de Bijbel meer in gesprek te brengen met de cultuur. Dan wordt de kerk slagvaardiger, en is zij meer kerk-bij-de-tijd. De Bijbel in relatie met de cultuur: dat heet hermeneutiek. We kunnen beter zeggen dat de Bijbel dan geframed wordt. Dat is de nieuwste trend: zoals het nieuws geframed wordt, zo willen huidige theologen – liberaal of neo-orthodox – ook met de Bijbel doen. Het is duidelijk wie er wint, niet de Bijbel maar onze tolerante, inclusieve, neoliberale cultuur.
Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's