De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONTMOETING MET GELOVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTMOETING MET GELOVEN

Dr. Jan Jongeneel schrijft helder boek over Nederlandse zending

6 minuten leestijd

De éminence grise van de Nederlandse missiologie heeft in twee kloeke delen (samen bijna 1100 pagina’s!) de geschiedenis van de Nederlandse zending beschreven. Het is dr. J.A.B. (Jan) Jongeneel gegeven om deel II af te ronden, waarin hij de ontwikkelingen in de jaren 1917-2017 schetst.

Dr. Jongeneel draagt deel II op aan een aantal zendelingen die vanwege hun dienst aan het Evangelie door geweld om het leven gekomen zijn. Het eerste deel, verschenen in 2015, overziet de periode 1601-1017, en is in deze kolommen lovend besproken.

HISTORISCHE STUDIE

De titel van het boek – Nederlandse zendingsgeschiedenis. Ontmoeting van protestantse christenen met andere godsdiensten en geloven – typeert de inhoud. Allereerst: het is een historische studie, op academisch niveau. Verder beperkt de auteur zich tot zendingswerk dat vanuit Nederland door protestanten is gedaan. Hij laat de rooms-katholieke missie dus buiten beschouwing. Maar het protestantisme wordt door dr. Jongeneel breed opgevat: hij geeft aandacht aan (a) kerkelijk zendingswerk, met name vanuit Oegstgeest, maar ook door bijvoorbeeld de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, (b) de evangelische beweging (bijv. het werk van Anne van der Bijl, Open Doors), en (c) de pinkstergemeenten. Hij geeft ronduit toe dat die beide laatste bewegingen veel hebben betekend voor het zendingswerk.

Evenals in deel I kiest Jongeneel ervoor de zendingsgeschiedenis te beschrijven in termen van ontmoeting: Nederlandse protestanten ontmoeten mensen uit andere culturen, mensen met andere geloven. Dat leidt tot tweeërlei beschouwing: wat heeft die ontmoeting teweeggebracht in Nederland (hoofdstuk 2 en 4)? En wat gebeurde er met de mensen overzee die door Nederlanders zijn opgezocht (hoofdstuk 3 en 5)? In hoofdstuk 2 en 4 bespreekt dr. Jongeneel de periode 1917-1947, in hoofdstuk 3 en 5 de periode 1947-2017.

OEGSTGEEST

Hoofdstuk 1 is inleidend van aard. Jongeneel verantwoordt daarin zijn keuzes. De eerstgenoemde periode valt min of meer tussen de beide wereldoorlogen. Bovendien werd in 1917 het Zendingshuis in Oegstgeest geopend, het belangrijkste centrum van de Nederlandse zending, en dat heeft sindsdien een invloedrijke rol gespeeld (dit zendingshuis werd overigens in 1999 gesloten). En 1947 markeert de overgang naar het postkoloniale tijdperk. Jongeneel laat zien dat zendingsarbeiders de nieuwe machtsverhoudingen in de wereld hebben erkend en bevorderd. Hadden de politieke leiders dat ook maar gedaan! De belangrijkste ontwikkelingen in de christelijke kerk vinden niet meer plaats in het westen.

De beide hoofdstukken over de geschiedenis aan de Nederlandse kant beginnen met een duiding van de algemene ontwikkelingen. Zo lezen we over het ontstaan van de Volkenbond, de economische crisis in de jaren dertig, de neutraliteitspolitiek en later de ethische politiek van de Nederlandse regering, het ontstaan van de republiek Indonesia, de ontstaansgeschiedenis van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), de Koude Oorlog, het proces van dekolonisatie, Nederland als migratieland, de secularisatie, enz., enz. Kort en scherp zet Jongeneel zo het decor neer waartegen de zendingsgeschiedenis zich ontvouwd heeft. Dat is zeer behulpzaam om ontwikkelingen te begrijpen.

DEKOLONISATIE

Tijdens het interbellum waren Nederlandse zendelingen vooral actief in Indonesië. Zij hebben een belangrijke rol gespeeld in het denken over dekolonisatie. De kerken in Nederland hadden al voor 1947 de zelfstandigheid van de Indonesische kerken aanvaard, en de kerkelijke goederen overgedragen. In de theologische reflectie is vooral aandacht gegeven aan de ontmoeting met de islam, meer dan aan boeddhisme, hindoeïsme en oorspronkelijke natuurgodsdiensten. Jongeneel duidt allerlei ontwikkelingen, maar brengt ook zeven personen voor het voetlicht. De bekendste van hen zijn Hendrik Kraemer en Johan H. Bavinck. Keer op keer viel mij op hoe ingewikkeld godsdienstvrijheid is binnen het ‘huis van de islam’ (dar al-islam). Op geloofsafval staan zware straffen, soms de doodsstraf. In Indonesië werd rond 1945 nagedacht over de vraag hoe moslims en christenen met elkaar zouden kunnen samenleven in de Pancasila-staat.

MIGRANTEN

In de periode vanaf 1947 werden talloze arbeiders uitgezonden vanuit het zendingshuis in Oegstgeest. Het bijbelvertaalwerk nam een hoge vlucht. Er ontstonden oecumenische netwerken: de Wereldraad van Kerken (in Nederland was met name de NZR daaraan gelieerd), en als evangelische tegenhanger de Lausanne Beweging (1974), waarmee de EZA zich verwant voelde. Jongeneel heeft oog voor de opkomst van stichting Gave, stichting Evangelie & Moslims, Stichting Kerken in Nederland, etc. Ook in dit hoofdstuk schildert Jongeneel portretten van een aantal zendelingen in hun context. Verder wordt deze periode gekenmerkt door de komst van migranten naar Nederland. Onder hen zijn zowel christenen als moslims. Het gevolg is uiteraard dat de verhoudingen in de zending compleet veranderen: meer en meer komen zendelingen vanuit de wereld naar Nederland toe. Ze houden ons de spiegel voor: hoe komt het dat in Nederland de kerk geen antwoord weet op het secularisme?

In de niet-westerse wereld kwamen Nederlandse zendingsarbeiders in contact met aanhangers van de islam, maar ook met boeddhisten, sikhs, Taoïsten, Shintoisten, communisten, etc. Jongeneel geeft een interessant exposé over de inwerking van het Evangelie op al die verschillende geloven. Vanuit Nederland is veel gedaan aan alfabetiseringswerk, theologisch onderwijs, en het promoten van de mensenrechten.

In hoofdstuk 6 geeft Jongeneel een boeiende nabeschouwing, waarbij hij inhoudelijke conclusies niet uit de weg gaat. Hij beschrijft hoe zendingswerk is veranderd in partnerschap met kerken in de niet-westerse wereld. Steevast duikt een vraag op: is het christelijk geloof uniek? Tijdens de Wereldconferentie van Godsdiensten (Chicago, 1893) werd dat ontkend. Het gaat om dialoog tussen de godsdiensten. Maar in Edinburgh (1910) sprak de wereldzendingsconferentie uit dat Christus uniek is. Jongeneel sluit zich daar bij aan. Hij waarschuwt: de islam groeit wereldwijd sneller dan het christendom, er is werk aan de winkel! Er was in de beschreven periode nogal onenigheid over de vraag of zending bestaat uit het winnen van zielen voor Christus dan wel uit dienstbetoon aan de naaste. De laatste tijd wordt die tegenstelling minder scherp: die twee aspecten hangen immers nauw samen. Jongeneel is dankbaar met de toenemende samenwerking tussen oecumenische en evangelische christenen.

BEWONDERING

Bij het lezen van dit boek bekroop mij een gevoel van weemoed. Het zendingshuis is verkocht. Jongeneel staat in een traditie, op de schouders van John Mott, Hendrik Kraemer en Johan Bavinck. Maar is hij in persoon niet het einde van een tijdperk? Tegelijk mag gezegd worden: het werk van God in deze wereld gaat door, in alle talen, op alle continenten, ook al speelt het westen (en Nederland in het bijzonder) daar geen leidende rol meer in.

Jongeneel verstaat de kunst om een enorme hoeveelheid feiten zó te ordenen dat de lezer de hoofdlijnen blijft zien. Bovendien wijst hij als een goede gids op de belangrijke knooppunten. Voor verdere studie reikt hij goede literatuur aan in de voetnoten en de bijlagen. Alleen al die bijlagen roepen bewondering op. De lezer kan snel de weg vinden dankzij naamlijsten van personen, zaken, landen, zendingsorganisaties.

Deze bespreking doet geen recht aan de grote hoeveelheid materiaal die Jongeneel op tafel legt. Als de auteur het zendingswerk vanuit Nederland op Cuba belicht, noemt hij alleen het Seminario Evangélico de Teología in Matanzas. Het komt mij voor dat daar het werk van de stichting Spaanse Evangelische Zending niet onvermeld had mogen blijven. Maar dat is slechts een kleine opmerking bij een prachtig geschreven overzichtswerk. Als ex-GZB’er helpt het mij te zien in welk krachtenveld de GZB zijn werk heeft gedaan en doet.

Ds. J.A.W. Verhoeven is predikant van de hervormde gemeente te Krimpen aan den IJssel.


N.a.v. Jan A.B. Jongeneel, ‘Nederlandse Zendingsgeschiedenis. Deel II: Ontmoeting van protestantse christenen met andere godsdiensten en geloven (1917-2017)’, uitg. Boekencentrum Academic; 752 blz.; € 42,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

ONTMOETING MET GELOVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's