VERHARD OF GEHEILIGD
MEDITATIE: OPENBARING 22:11 Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen. (…) En wie heilig is, laat hij nog meer geheiligd worden.
Wie in aanraking komt met het Woord, die verandert. Je wordt dichter naar God toegetrokken óf je raakt verder bij Hem vandaan. Naarmate de dag van de wederkomst dichterbij komt, wordt duidelijker bij (w)(W)ie je hoort…
Het gaat in Openbaring 22 over de uitwerking van het geopende Woord. Dat blijkt vanuit de voorgaande tekst. Omdat de tijd nabij is, moet alles wat God ons in Christus heeft geopenbaard, in volle ruimte worden verkondigd en bediend. Als dat gebeurt, dan werkt het iets uit, tot de dood óf tot het leven (vgl. 2 Kor.2:14-17). Het Woord van God keert nooit vruchteloos tot Hem terug (Jes.55:10).
GEEN TUSSENWEG
De tekst bestaat uit vier korte zinnetjes. De eerste twee en ook de laatste twee horen bij elkaar. Bij de eerste twee gaat het over onrecht en over vuil; het gaat over hen die leven in de zonde en die niet gereinigd zijn van de vuilheid van het kwaad. Bij de laatste twee gaat het over rechtvaardig en heilig zijn; het gaat over diegenen die gerechtvaardigd zijn door het geloof en daarmee ook geheiligd: afgezonderd om aan Christus toe te behoren. Opvallend is de parallellie tussen het eerste en tweede deel van de tekst. Het ‘onrecht doen’ staat tegenover het ‘rechtvaardig zijn’; het ‘vuil zijn’ vormt het tegenovergestelde van ‘heilig zijn’. Blijkbaar sluit het één het ander uit. Het is óf – óf; een derde weg is er niet. Het zinnetje over ‘rechtvaardig zijn’ en ‘nog meer gerechtvaardigd worden’ vraagt om extra uitleg. Immers, wie gerechtvaardigd is, die is het helemaal. Je kunt niet een beetje gerechtvaardigd zijn. Wie de vraag stelt: ‘Hoe ben ik rechtvaardig voor God?’ krijgt als antwoord: ‘Alleen door een waar geloof in Jezus Christus’ (HC, vraag en antwoord 60). Gerechtvaardigd uit het geloof hebben wij vrede met God door onze Heere Jezus Christus (Rom.5:1). We zouden het derde versdeel als volgt mogen lezen: ‘Wie rechtvaardig is, laat hij nog meer rechtvaardige daden doen.’ Het wijst op het dankbare christenleven overeenkomstig de wet van God. Juist de genoemde tegenstelling ten opzichte van het eerste deel van het vers (onrecht doen) onderstreept deze lezing.
LOKKENDE ROEP
Wat gebeurt er met je als je in aanraking komt met het Woord? Dat brengt de tekst onder woorden (vgl. Dan.12:10 en Ez.3:27). Vier keer staat er het woordje ‘laat’. ‘Laat hij of zij nog méér…’ Nog meer onrecht doen, of juist meer rechtvaardige daden; nog meer vuil worden, of juist nog meer geheiligd. Zo kijkt God er dus tegenaan. Steeds duidelijker zal (moeten) worden bij (w)(W)ie je hoort. Om deze diep aangrijpende woorden te kunnen begrijpen, moet je echter eerst de boodschap van het ‘geopende boek’ gehoord hebben en ook steeds opnieuw horen (22: 10). Want daarin klinkt het tot iedere zondaar: ‘Laat de goddeloze z’n weg verlaten; de man van ongerechtigheid zijn gedachten. Laat hij zich bekeren tot de Heere, dan zal Hij Zich over hem ontfermen, tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.’ (Jes.55:7) En om niet meer te noemen: ‘Laat hij die dorst heeft komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets.’ (22:17b) Dat (en zoveel andere teksten meer) is het ‘láát hem’ van het Evangelie, de lokkende roep van de Zaligmaker, tot ieder die het hoort.
CRUX
Maar dan… Dan is er vervolgens ook iets gáánde in je leven. En dat is de crux van deze tekst. Niemand bevindt zich op neutraal terrein. Wie ondanks alle roepstemmen volhardt in een leven zonder God en zonder Christus, die hoort het huiveringwekkende woord van God over zijn leven: ‘Laat hem…!’ Laat dan maar duidelijk worden bij wie je hoort.
En wanneer je wél komen mag op de roepstem van het Evangelie? Ook dan moet duidelijk worden van Wie je er één geworden bent. Elke gearriveerdheid is de ware christen vreemd. Maar elk activisme ook. Troostvolle belijdenis dat God Zelf instaat voor Zijn eigen werk. ‘God is het Die rechtvaardigt,’ (Rom.8:33b) en: ‘Moge de God van de vrede u geheel en al heiligen, om onberispelijk te zijn bij de komst van onze Heere Jezus Christus.’ (1 Thess.5:23)
WELKE KANT?
Wat een woord! Huiveringwekkend en troostvol tegelijk. De tijd is nabij. Er is op dit moment iets gaande in ons leven. De vraag is: welke kant gaat het op? Wie van Christus is, wordt toebereid als een sierlijke bruid voor Hem. En wie nog niet verwachtingsvol toeleeft naar Christus’ komst? Die moet weten dat de Heere Jezus huilt, vanuit diepe ontferming: ‘Och, dat u ook nog op deze uw dag zou onderkennen wat tot uw vrede dient!’ (Luk.19:42a)
Ds. J.J. ten Brinke is predikant van de hervormde gemeente te Oud-Beijerland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's