De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

LEVENDE VERKONDIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEVENDE VERKONDIGING

De hartslag van de prediking [1]

9 minuten leestijd

De theologische vakkennis van een predikant biedt op zichzelf geen garantie voor een levende verkondiging. Het levende gebeuren van de prediking zelf – de hartslag – heeft geen dominee en geen theoloog in de hand. Het is voorbehouden aan God alleen.

Het handwerk kunnen predikanten door jarenlange scholing en ervaring min of meer in de vingers krijgen, maar dat het resultaat van hun inzet ook gaat leven en de hartenklop van de Levende vertolkt, daartoe is geen mens bij machte. Om deze levende verkondiging is het me in deze artikelenserie te doen. Het zijn dus niet de technische aspecten waarvoor ik aandacht vraag. Het is me hier nu niet te doen om de ambachtelijke voorbereiding en inkleding van de preek, maar om het levende gebeuren van de prediking zelf.

LOKKEND

Het voorbereiden van een preek bestaat niet alleen uit een schreeuw uit de diepte (zie kader). Dat wist Kohlbrugge natuurlijk ook wel. Het vergt ook intensieve studie: filologisch, exegetisch, hermeneutisch en retorisch. Het behoort tot het ambtelijke vakwerk van elke predikant om zich daarin te bekwamen.

Maar met Kohlbrugge weten we dat dit niet automatisch tot een levende verkondiging leidt. De Levende Zelf is het Die aan het handwerk van een voorganger de hartslag verleent, zodat de preek geen uiteenzetting, maar uitdeling, geen betoog, maar betuiging zal zijn. Het is deze lokkende en levenwekkende betekenis van de prediking waarover ik het wil hebben. Daarbij gaat het dus niet om de profetische, tijdbetrokken en cultuurkritische kant van de preek, maar veeleer om de priesterlijke, om zo te zeggen tijdloze kant ervan.

Drie aspecten maken naar mijn besef de hartslag van de prediking uit: de werkplaats van Gods Geest, de tegenwoordigheid van Christus en de grond van het geloof.

WERKPLAATS VAN DE GEEST

God is God. Ik ben mens. Hoe komen die twee bij elkaar? Hoe komt een sterveling bij de onsterfelijke, een zondaar bij de Heilige? Hier geldt strikt eenrichtingsverkeer. Niet wij overbruggen de afstand, maar Hij. Laag stijgt niet omhoog, de Hoge daalt omlaag. Wij bereiken niet Hem, Hij reikt tot ons.

Hoe? Door zijn Geest, Die God is. Kenmerkend voor deze derde Persoon van Gods wezen is dat Hij gemeenschap sticht en onderhoudt. Dat doet Hij tussen de Vader en de Zoon, dat doet Hij tevens tussen God en mens. Opnieuw vragen we: hoe? Het antwoord is: door te spreken, te roepen, het woord te voeren. Door een Geestgeladen woord dus, dat indaalt in het hart.

Aanvankelijk deed Hij dat onbemiddeld en rechtstreeks, zoals bij Abram, die regelrecht door God uit Ur werd weggeroepen, of zoals bij de profeten, die zijn stem direct vernamen. Maar die profeten, met wie de Heilige Geest om zo te zeggen in onmiddellijke verbinding stond, werden vervolgens ingeschakeld om de woorden Gods op een middellijke manier door te geven aan Israël. Door de bemiddeling van het profetische woord klonk de stem van de Heilige Geest: kritisch, oordelend, troostend, nodigend.

HOOG DAALDE TOT LAAG

En toen, in de volheid des tijds, kwam God de Zoon, het Woord in persoon. Veelvuldig en veelvormig had God tot de vaderen gesproken door de profeten, maar in deze laatste dagen sprak Hij tot ons door de Zoon, aldus de inzet van de brief aan de Hebreeën.

Het Woord dat bij God was en Zelf ook God was, werd vlees en heeft onder ons gewoond (Joh.1). Wonderdoend en predikend ging Hij over de aarde, totdat Hij al Zijn woorden bezegelde in de daad van zijn dood en verrijzenis.

En wat deed de Opgestane op die eerste paasavond? Hij blies op Zijn discipelen en zei: ‘Ontvang de Heilige Geest. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.’

En kort voor Zijn heengaan van de aarde bekrachtigde Hij deze roep: ‘Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag. En in Zijn naam moet onder alle volken bekering en vergeving van zonden gepredikt worden (...). En u bent van deze dingen getuigen. En zie, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u.’ Zo geschiedde. Het werd Pinksteren. De Geest – de belofte van de Vader – daalde in overstelpende mate neer. God legde contact. Hoog daalde tot laag.

APOSTELEN

Maar het ontgaat ons toch niet dat de Heilige Geest, na die unieke pinkstermanifestatie, van meet aan via de prediking van de apostelen het Evangelie verkondigt? Dat begint al direct op die eerste pinksterdag zelf. Petrus is vol van de Heilige Geest. Maar hij zegt niet: ‘Ja, lieve broeders, dit wonder is óns nu overkomen. En nu hoop ik dat het ook jullie ten deel mag vallen. Bid er maar vurig om.’

Nee. Hij preekt. En door deze woordverkondiging worden harten geraakt, gewond en geheeld. De Geest is aan het werk, in en onder het Woord, beschuldigend en bevrijdend. Even later neemt Stefanus, vol van de Heilige Geest, het woord en verkondigt hij de grote daden Gods. Na korte tijd is Paulus aan de beurt, dat ‘uitverkoren vat’, het instrument waarmee de Heilige Geest harten zal veroveren tot ver in het westen.

Waaruit bestaat dat instrumentarium tijdens die veroveringstocht eigenlijk? Uit de prediking van het Evangelie. Zo handelt de Heilige Geest, zodat het bijbelboek ‘Handelingen van de apostelen’ met evenveel recht ‘Handelingen van de Heilige Geest’ zou kunnen heten. En die handelingen bestaan voornamelijk uit de prediking van het Woord.

HERAUT

Twee woorden domineren in het Nieuwe Testament om dat gebeuren te benoemen, namelijk euangelizoo en kèrussoo. De eerste benaming is direct doorzichtig: evangeliseren, het Evangelie brengen, de goede Boodschap uitbazuinen. Het tweede woord is afgeleid van kèrux, heraut, zaakgelastigde, ambassadeur. Zo’n heraut voerde geen eigen stuk op, maar vertegenwoordigde zijn heer en meester, de koning of de keizer. Diens bevelen en berichten gaf hij door. Zo geldt dat bij uitstek voor de evangeliedienaar, die het kèrugma (de verkondiging) van zijn Koning mag uitdragen. De dienaar gaat schuil achter de Meester. Zijn gezag ligt niet in hemzelf, maar in zijn Zender. Daarom zegt hij niet: ‘Zo spreek ik’, maar: ‘Alzo spreekt de Heere.’ Hij is heraut, niets meer, maar ook niets minder.

Zijn woorden zijn doorademd met ‘kracht uit de hoogte’, waarmee in Lukas 24 niemand minder bedoeld is dan de Heilige Geest. Die volmacht ligt dus niet in de prediker zelf, maar komt van boven. Neem nu Paulus. Hij was een ‘uitverkoren vat’. Zo stelde God hem aan Ananias voor. Maar als hij in 2 Korinthe 4 zichzélf typeert, beroemt hij zich bepaald niet op zijn uitverkorenheid, maar roept hij een heel ander beeld voor ogen: geen uitverkoren vat, maar een aarden vat. Wij zijn slechts lemen kruiken, uiterst broos en breekbaar en van heel geringe waarde. Breekbaar, maar zo juist bruikbaar. In die povere kruik heeft God immers een schat gelegd, en díe is van onbetaalbare waarde: het Evangelie. Het is juist door die broosheid van de kruik dat de overweldigende kracht van het Evangelie tot zijn recht komt (2 Kor.4:7).

HET WOORD VOOROP

In de woordverkondiging is Gods Geest aan het werk. Daar daalt Hij zelf tot mensenharten neer en sticht Hij gemeenschap, verzoenend en vernieuwend. Luther tekent aan: ‘Dan schrijft de Geest het Woord dat ons verkondigd wordt, van binnen in het hart.

Want die het horen, krijgen innerlijk een vlam, zodat hun hart zegt: Ja, zo is het. Het is waar!’

Waar komt het volgens Luther dan ook op aan? ‘Aan Jezus’ voeten te zitten en Gods Woord te horen. Zo wordt de ziel die aan het Woord hangt net zoals het Woord zelf: rein, wijs en heilig. Het gaat net als met ijzer dat in het vuur komt: het wordt even rood als het vuur. Daarom is er niets beter dan hangen aan Gods Woord.’

In dit wonder van de Geest gaat het Woord voorop. Nogmaals Luther: ‘Het Woord moet voorop gaan, te voren gesproken worden, en daardoor werkt de Heilige Geest. Je moet dit niet omdraaien en denken dat de Heilige Geest zonder en vóór het Woord Zijn werk verricht. Nee, met en door het Woord komt de Geest.’ Deze Geest ‘kan nergens zo levendig en tegenwoordig worden aangetroffen als juist in Zijn heilige letters,’ aldus Luther.

VOERTUIG

Calvijn is van dezelfde gedachte. Wie het door mensenmond verkondigde Woord als dood en vruchteloos bestempelt, maakt zich aan een dwaze en riskante opinie schuldig. ‘Zeker, de krachtdadige werkzaamheid van de prediking is niet te danken aan het menselijke werktuig als zodanig, maar louter aan de Heilige Geest. Maar deze Geest bedient Zich om Zijn kracht te ontvouwen nu eenmaal van het gepredikte Woord. Zo heeft dat Woord zijn goddelijke aanbeveling bij zich en verlangt het eerbiedig gehoor.’

De Geest heeft het Woord als voertuig. De prediking is zijn werkplaats. Daar moet men dus zijn om Zijn zegen te ontvangen. Men ontvangt – om met Kohlbrugge te spreken – Gods Geest niet ‘als men Gods Woord, de prediking van Zijn heil veronachtzaamt, te lui is om zich daarin te oefenen en niet begeert om daarin onderwezen te worden. De Heilige Geest en de prediking gaan hand in hand.’

Dr. A. de Reuver uit Waddinxveen is emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond.


DE BESTE METHODE

Ooit vroeg een Zwitserse predikant per brief aan Kohlbrugge wat de beste methode van preken was. Kohlbrugge schreef hem terug: ‘Is de prediker goed, dan ook zijn preek. Dat is een goede prediker, die voor de Heere zijn zonde en ellende oprecht belijdt, die voor Gods Woord en gebod wegzinkt, uit de diepten van zijn verlorenheid tot de Heere schreeuwt, lust heeft in Gods Wet naar de inwendige mens, en die bij het besef dat hij voor Gods goede en geestelijke Wet vleselijk is, zijn ganse hoop voor dit en het toekomende leven vestigt op Jezus Christus (...).

Ge zult het nooit vergeten, geleerd te hebben dat wij geheel onbekwaam zijn, en het ook nooit vergeten dat de schuld bij ons ligt (...).

Wij zullen het niet in de zak of in de mouw hebben wat wij van Godswege uit de volheid van Christus aan de mensen hebben mede te delen. Het wordt ons in de ure gegeven als het nood is.’

Even verder schrijft hij: ‘Kom je (bij de voorbereiding) niet vooruit, kauw dan niet op je pen, maar buig je knieën en zeg maar: Mijn God, ik wil preken, maar ik ben zo’n dwaas en zie niets in Uw Woord. Ontferm U over mij.’


Volgende week het tweede kenmerk van een levenwekkende prediking: de tegenwoordigheid van Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2019

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

LEVENDE VERKONDIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2019

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's