De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GODSDIENST EN CULTUUR

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GODSDIENST EN CULTUUR

7 minuten leestijd

De relatie tussen geloof/godsdienst en cultuur vormt een ingewikkeld probleem. Er is een tijd geweest dat er geen spanning was tussen geloof en cultuur. Eeuwenlang bestond er geen cultuur buiten godsdienst of geloof. Globaal gesproken is dat in Europa sinds 1500 gaandeweg veranderd en sinds de Franse Revolutie is dat proces in een stroomversnelling gekomen. Er ontstond een steeds grotere kloof tussen geloof en cultuur. Dat werkte overal door. Waar godsdienst geen verbindend element meer is, raakt een samenleving op drift. Dat maken onderstaande twee interviews duidelijk. Het eerste interview las ik in het Nederlands Dagblad en geeft een inkijkje in de Congolese samenleving.

NEDERLANDS DAGBLAD

‘Twee Congolese vrouwen komen elkaar tegen. “Hoe gaat het?”, vraagt de een. “Prima,” zegt de ander. “Afgelopen maand ben ik niet verkracht.” Dat is Congo’, zegt David McAllister. Toch geeft hij de moed niet op over zijn geboorteland. ‘Er verandert iets in de hoofden van mensen.’

‘Mijn ouders waren weeskinderen in Belfast, die na hun huwelijk in 1952 zich geroepen voelden om als zendingsechtpaar naar de Democratische Republiek Congo te gaan. Twee jaar later ben ik daar geboren’, begint David McAllister (65) zijn verhaal. Vanaf 2014 werkt hij als landendirecteur voor Tear in Congo,na een lange tijd van omzwervingen in Noord-Ierland en diverse Afrikaanse landen. (...)

‘Ik had in Congo veel moordpartijen gezien. Tijdens onze afwezigheid (van 1964 tot 1966, AP) was een grote hongersnood uitgebroken; ik zag duizenden Congolezen die als wandelende skeletten over straat gingen. Maar ze bouwden veel, veel kerken. Ik weet nog hoe mijn vader verbijsterd aan hen vroeg waarom ze geen moestuinen aanlegden. “Snapt u het niet?”, was hun reactie. “Het is alleen God die ertoe doet, Hij zorgt voor ons.” Dat geloof maakte een onuitwisbare indruk op mij.’ (...) Acht jaar geleden vestigde hij zich met zijn vrouw in Goma, het onrustige oosten van Congo. ‘Onze vier kinderen waren toch het huis uit’, glimlacht hij bijna verontschuldigend.

Als hulpverlener van Tear heeft hij momenteel de handen vol aan de bestrijding van de dodelijke ebola-uitbraken.Veel Congolezen geloven niet dat ebola een epidemie is’, zegt hij. ‘Ze zijn juist woedend dat massaal hulp wordt ingevlogen. De ebolacrisis is in hun ogen een internationale tactiek om geld te vangen. Die woede is zo groot, dat buitenlandse hulpinstanties uit noodgebieden zijn verjaagd, hun gebouwen in brand gestoken en medewerkers opgesloten. Want toen de regio in crisis was door geweld en honger, stak niemand zijn hand uit.’

KERKEN IN CONGO

McAllister wijst erop dat Tear nauw samenwerkt met plaatselijke kerken. ‘Dat heeft ervoor gezorgd dat de Congolese bevolking Tear niet als een buitenlandse hulporganisatie ziet, maar als een onderdeel van de kerk.’ Dankzij het succes van deze faith based approach (hulpprogramma’s via lokale kerken) kreeg Tear royale ondersteuning en erkenning van grote donoren.

De kerk als ‘grootste burgerorganisatie’ in de Congolese samenleving geeft aan Tear ‘een unieke kans’ om voorgangers, met hun grote invloed, goed voor te lichten, benadrukt McAllister. ‘Als zo’n predikant iets zegt over ebola, dan is zijn eerste boodschap: de ziekte bestaat. Onderschat niet hoe groot de impact is van die mededeling door een dominee.’ (...) Een bewijs van hoe ingrijpend een bijbels mensbeeld kan zijn, maakte McAllister mee bij zijn ontmoeting met pygmeeën, die om hun geringe lichaamslengte (gemiddeld niet langer dan 1,50 meter) een geminachte minderheid vormen in Congo. ‘Vorig jaar kwam ik een pygmee tegen die in een uitzonderlijk smerig T-shirt aan het werk was. Hij vertelde me dat het shirt hem een maandloon had gekost.’ McAllister sprak de werkgever, die lid was van een andere stam, aan op deze ‘beloning’. De man reageerde sceptisch: een pygmee is immers voor 70 procent dier en 30 procent mens.

‘Ik was geschokt’, zegt McAllister. Maar vertrouwd met de Afrikaanse manier van discussiëren hield hij zijn verontwaardiging voor zich. ‘Ik ging naar de plaatselijke predikant en vroeg hem tijdens een openbare bijbelstudie Genesis 1 en 2 voor te lezen. Hij deed dat. Ik vroeg hem een tweede, zelfs een derde maal om het gedeelte voor te lezen. Verbaasd vroeg hij wat de reden voor die herhaling was. Ik antwoordde dat ik het niet begreep: God had de mens naar zijn beeld geschapen, en nergens stond iets over dertig procent. De boodschap landde bij het publiek. Ik zag hoe de borst zwol van de pygmee.’

Nog even terug naar de spanning tussen godsdienst en cultuur. In de ontmoeting met de islam geeft de westerse samenleving zeer uiteenlopende en tegenstrijdige antwoorden. Het ene deel van Europa zegt: waarom passen moslims zich niet beter aan? Het andere deel zegt: waarom passen wij ons niet aan en geven wij niet meer ruimte aan de tradities van de islam? Waarom geven we niet meer ruimte aan de sharia?

THE POST ONLINE

In een interview in het tijdschrift The Post Online las ik een interview met Bassam Tibi. Hij kwam in 1963 naar Duitsland en is sinds 1976 Duits staatsburger. Sinds 1973 is hij hoogleraar internationale betrekkingen aan de Georg-August-Universität Göttingen en momenteel tevens aan de Cornell University in Amerika. Hij streeft naar een vorm van een Europese islam. Een islam die past bij de Europese cultuur. Is zoiets mogelijk? Wil een moslim zich wel aan onze tolerante, maar ook decadente Europese cultuur aanpassen? Enkele fragmenten uit het interview.

In het Westen zie je nu dat de cultuur van het individualisme traditionele levensvormen verwoest, zie bijvoorbeeld de verzwakking van traditionele levensverbanden als familie, gezin en huwelijk. Die verzwakking wordt door liberaal overheidsbeleid nog eens versterkt. Is het in dat opzicht niet begrijpelijk dat moslims terughoudend zijn om zich aan die culturele moderniteit aan te passen?

‘Maar dan moet je wel onderscheid maken tussen moslims die in de islamitische wereld leven en moslims in Europa. Als een moslim in Caïro drie vrouwen heeft, heb je als Europeaan niet het recht dat te bekritiseren. Maar als een moslim in Nederland met drie vrouwen wil trouwen, heb je het recht om dat te verbieden. Dus moslims die naar het Westen komen, moet je niet de keuze geven om als traditionele moslims te leven, dan wel als Europeanen. Als je die ruimte wel geeft, kies je voor parallelle samenlevingen en dat zou het einde van

Europa betekenen. Moslims in Europa moeten de westerse waarden accepteren en dat betekent niet dat ze spijkerbroeken moeten gaan dragen of wijn moeten gaan drinken, maar wel dat hier waarden en wetten gelden die niet beperkt zijn tot bepaalde religies of etnische groepen.’

Tegelijk schrijft u dat ‘Europa er niet in slaagt om moslims te integreren in een seculiere identiteit’. Toen ik dat las, dacht ik: dat verbaast me niets. Het moderne Europa slaagt er niet eens in haar eigen burgers zo’n identiteit te verschaffen.

‘En dat is zo omdat Europa ziek is. In Duitsland zeggen heel veel mensen dat het land zich moet aanpassen aan het toenemende aantal moslims. Maar niemand zegt dat moslims zich moeten aanpassen aan Duitsland. Ik beschouw de opkomst van de islam in Europa als een ‘window of opportunity’ voor Europa om werk te maken van die Europese identiteit. Die Europese identiteit is nu uiteen aan het vallen.

Ik heb in Duitsland als adviseur van de overheid gewerkt. Ik was eens in Düsseldorf om te praten met politici en vertegenwoordigers van de Duitse kerken en moskeeën. Eén van de onderwerpen was een kerkgebouw dat een moskee zou worden. Als moslim was ik gechoqueerd door het gemak waarmee de vertegenwoordigers van de kerken daarmee instemden. Na afloop van het gesprek zei ik: “Dus u bent bereid om in naam van de tolerantie, eraan mee te werken dat een kerk een moskee wordt?” Het was een protestantse predikant en ik zei tegen hem: “Als ik me vanavond alleen voel, mag ik dan met uw vrouw naar bed?” Hij was natuurlijk zeer beledigd. Maar ik kon hem alleen op deze manier duidelijk maken dat dit de manier is waarop moslims daar tegen aankijken. Een moslim zou nooit een moskee afstaan of verkopen om het voor een ander doel te laten gebruiken. Je komt niet aan mijn vrouw en je komt niet aan mijn moskee.’ (...)

‘In westerse samenlevingen is het heilige er niet meer. Alles is profaan geworden. Dat is de ziekte van Europa. (...) Voor veel Europeanen is niets meer heilig, ze hebben geen zelfrespect meer. Daar kan ik, als moslim, alleen maar minachting voor hebben.’

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GODSDIENST EN CULTUUR

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's