HOREN, ZIEN EN... ZWIJGEN
Pastoraat – het ambtsgeheim
Ambtenaren, overheidsfunctionarissen, artsen, priesters, predikanten, advocaten... ze hebben allemaal een geheimhoudingsplicht, waarbij het gaat om vertrouwelijke informatie die je krijgt uit hoofde van functie en beroep. Hoe ver reikt dat beroepsgeheim, dienstgeheim, biechtgeheim?
In december 2018 veroordeelde een Belgische rechtbank een priester tot een maand gevangenisstraf en een symbolische boete vanwege ernstig plichtsverzuim. De geestelijke had geen actie ondernomen nadat een zwaar depressieve man hem in diep vertrouwen zijn plan tot zelfdoding had verteld, onder beding er met niemand over te spreken. De priester beriep zich op zijn geheimhoudingsplicht. De rechter oordeelde anders en vond zelfs ‘het biechtgeheim geenszins absoluut’. De plicht om in noodsituaties in te grijpen gaat in uitzonderlijke omstandigheden boven biecht- en beroepsgeheim, stelde hij.
ONSCHENDBAAR
Hierover zal voorlopig het laatste woord niet gezegd zijn. Volgens het kerkelijk recht is het biechtgeheim namelijk onschendbaar en de plicht tot geheimhouding absoluut (Canon 983 paragraaf1 en Catechismus paragraaf 2490). Hier is sprake van een van de oudste vormen van gegevensbescherming. De boeteling moet zijn zonden kunnen belijden zonder wereldlijke gevolgen. Het is de biechtvader dan ook ‘ten strengste verboden met woorden of op welke andere wijze en om welke reden ook over de boeteling maar iets bekend te maken’. Zelfs mag hij niet zeggen of er wel of niet een biecht is afgenomen. De biecht geldt als een vrijplaats, waar men vrijuit kan spreken. Verbreekt de priester het biechtgeheim, dan bedreigt hem excommunicatie. De Belgische priester is niet de eerste die wordt veroordeeld vanwege zijn zwijgen. In Ierland hangt priesters een jarenlange gevangenisstraf boven het hoofd als zij seksueel misbruik verzwijgen. Er wordt niet zonder reden gesproken van ‘de martelaren van het biechtgeheim’.
SACRAMENT
De biecht is in de Rooms-Katholieke Kerk een van de zeven sacramenten en wordt gezien als een directe ontmoeting met God Zelf. De biecht is daarom een uiterst serieuze aangelegenheid. Ook voor de priester.
Staat hij machteloos als iemand hem iets opbiecht dat zijn geweten belast? Hij zal proberen de biechteling tot andere gedachten te brengen, hem motiveren hulp te zoeken of zichzelf aan te geven bij de politie. En als iemand moordplannen onthult? Geldt ook dan nog steeds dat het biechtgeheim onschendbaar en absoluut is? Ja, maar de priester zal zich inspannen om zijn plannen te verijdelen. Bovendien zal hij de absolutie onthouden, als er geen werkelijk berouw is.
Niet ieder vertrouwelijk gesprek met een priester valt onder het biechtgeheim. En ook valt het biechtgeheim niet samen met een beroepsgeheim. Dat laatste kennen medici, advocaten, notarissen, accountants, psychologen, tolken, enz. Het gaat daar bovenuit.
In de protestantse kerken spreken we liever van ambtsgeheim. Daarbij gaat het over informatie die een ambtsdrager te weten komt in gesprekken met gemeenteleden. Hoewel ook hier een absolute geheimhoudingsplicht geldt, zijn de sancties op schending ervan minder streng dan bij verbreking van het biechtgeheim.
BETROUWBAAR
Met de Reformatie verdween de biecht en daarmee ook het biechtgeheim. Absolute geheimhouding van wat vertrouwelijk ter ore komt van de ambtsdrager zou een volkomen vanzelfsprekendheid dienen te zijn, gezien vanuit het beginsel der liefde. ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt...’ In oude kerkorden en liturgische formulieren wordt er dan ook niet over gesproken. Pas rond het midden van de vorige eeuw boog de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk zich er over. Drie jaar lang dacht zij na over de vraag of er iets geregeld moest worden inzake het ambtsgeheim, en zo ja, hoe. Uiteindelijk werd er in de kerkorde iets over opgenomen en kwam er een korte toevoeging in de bevestigingsformulieren voor ambtsdragers.
Sindsdien beloven ambtsdragers ‘geheimhouding (..) van al datgene wat bij de uitoefening van hun ambt – vertrouwelijk – te hunner kennis is gekomen.’ Predikanten, ouderlingen en diakenen kennen dus ook een zwijgplicht om absolute vertrouwelijkheid te waarborgen. Het is zeer laakbaar als geschonken vertrouwen geschaad wordt. Het ambtsgeheim wordt heel toepasselijk wel genoemd ‘het slot op de deur’. Zonder vertrouwensrelatie is pastoraat onmogelijk. Dat moet duidelijk zijn. Er is dan ook terecht sprake van een plicht, van een geheimhoudingsplicht. De ambtsdrager verklaarde bij zijn bevestiging ten overstaan van de gemeente: ‘Ik ben betrouwbaar. Uw geheimen zijn bij mij veilig.’ Ondertussen mogen we de bede uit Psalm 141 wel voortdurend tot de onze maken: ‘Zet Heer’ een wacht voor mijne lippen, behoed de deuren van mijn mond, opdat ik mij tot genen stond iets kwaads, iets onbedachtzaams laat ontglippen.’ Het grote voorbeeld in dezen is de Opperherder, Jezus Christus, bij Wie al onze geheimen volledig veilig zijn. Volg Hem na!
ZWIJGLAST
Hoe ver reikt die zwijgplicht? Is ze absoluut? Ook bij misbruik, moordplannen, suïcidedreiging? Zwijgplicht kan tot een ondraaglijke zwijglast worden. Zijn er situaties waarin een predikant justitie mag of moet inschakelen? Allereerst dit: schending van het beroepsgeheim is in ons land nog altijd strafbaar (art. 272 Wetboek voor Strafrecht). R. Ganzevoort en A. Veerman pleiten er in Geschonden lichaam (2000) voor dat het beroepsgeheim in extreme gevallen kan worden verbroken, zoals bij seksueel geweld dat doorgaat. Zij dringen aan op wetswijziging en praktisch voor het consulteren van een Advies- en Meldpunt. Inmiddels vinden zij een groot deel van de politiek aan hun zijde.
Het zijn vooral de misbruikschandalen in de Rooms-Katholieke Kerk en onder Jehova’s Getuigen die de grenzen van het ambtsgeheim en biechtgeheim ter discussie stellen. Tot nu toe hebben predikanten een zogenaamd verschoningsrecht (art. 272 van het Wetboek voor Strafrecht). Zij zijn verschoond van de burgerplicht aangifte te doen van een gepleegd delict. Ook hoeven zij geen getuigenverklaring af te leggen. Er bestaat wel een ‘morele plicht’ om in te grijpen wanneer iemand dreigt met een misdaad, of als seksueel geweld niet stopt, het zogenaamde meldrecht. Laat duidelijk zijn dat we als ambtsdrager ook verantwoordelijkheid hebben naar anderen voor wier veiligheid en belangen we moeten opkomen.
EENZAAM
De pastorant kan aangeven: ‘Wat ik u nu vertel, moet tussen ons blijven.’ Dat kan de predikant of ouderling voor een dilemma stellen: bewaar ik de zwijgplicht of zijn er zwaarwegende redenen om die te doorbreken? Welk en wiens belang weegt hier zwaarder? Dat is het zogenaamde beginsel van de proportionaliteit. Onze kerk kent gelukkig uitvoerige protocollen over hoe te handelen bij seksueel misbruik.
Sommige bekentenissen had men liever niet willen horen, maar waar zou de zondaar dan heen moeten? Pastoraat bedrijven betekent dat men er ook wil zijn voor mensen met een kwaad geweten. Ieder mens heeft recht op een vertrouwelijk gesprek. Kwam Jezus niet voor zondaren? Dat betekent niet dat zonden met de mantel der liefde worden toegedekt. Er moet ook recht geschieden naar de slachtoffers toe, in welke zin die ook benadeeld zijn. Als ambtsdrager zullen we er alles aan doen de biechteling te bewegen de consequenties van zijn misslagen te aanvaarden. Dat zwijgplicht en biechtgeheim eenzaam kunnen maken, zal duidelijk zijn.
DELEN
De zwijgplicht is anders dan het biechtgeheim niet absoluut. Dat schept de mogelijkheid om delicate kwesties die eigen geweten belasten te delen met bijvoorbeeld een collega, of andere professionals. Zo ontstaat een ‘gedeeld beroepsgeheim’. Je vraagt de ander om raad en advies, zonder namen te noemen. Openheid naar degene over wie het gaat verdient daarbij voorkeur. Zorgvuldigheid is een eerste vereiste.
Het ambtsgeheim moet ons zwaar wegen. Ettelijke ongelukken zijn gebeurd doordat men zijn mond niet kon houden! Al zal onze partner geen tweede Delila (Richt.16:4) zijn, geheim is geheim. Dat geldt ook voor ‘mijn beste ouderling’, de predikantsvrouw. ‘Wat vertrouwelijk is, moet vertrouwelijk blijven.’ Belast de ander daar niet mee, ook al bezit zij een bijzonder charisma van wijsheid. Er gaat in de pastorie al genoeg ‘pastoraals’ om. Ook medepastoriebewoners dienen beschermd te worden.
Het delen van informatie binnen de kerkenraad vereist eveneens grote zorgvuldigheid. Hoe groter het college, hoe meer kans dat gevoelige informatie weglekt. Het kan in bijzondere gevallen verstandiger zijn zeer gevoelige informatie alleen te delen met het moderamen of de wijkouderling. Dat loslippigheid uit den boze is, duivels, behoeft geen nader betoog. Het strekt niet tot opbouw van de gemeente. De zwijgplicht is ook een aanmoediging om niet slachtoffer te worden van burgermansnieuwsgierigheid.
AANTEKENINGEN
Maar hoe te handelen wanneer een gemeentelid wordt voorgedragen voor een ambt, terwijl de predikant benoeming om zwaarwegende redenen wil verhinderen? Wat deelt men wel en wat niet met de kerkenraad? In dit geval is het raadzaam zo summier mogelijk te argumenteren en vooral niet in details te treden. Helaas leert de ervaring dat zaken niet altijd blijven waar ze dienen te blijven.
Wees ook zorgvuldig met notulen en aantekeningen, zoals bezoekbriefjes van de kerkenraad. Zelf maakte ik er na kennisname letterlijk de kachel mee aan. Als het ambtsgeheim een wassen neus wordt en niet langer gegarandeerd is, zal dat grote gevolgen hebben voor de ambtelijke zielszorg, en dus voor het gemeente-zijn. Geloof, hoop en liefde zijn het fundament van goed ambtelijk functioneren. Ontbreekt de liefde, dan zijn onze geheimen al snel niet meer veilig bij de ambtsdragers.
Een gouden regel zijn de woorden van de Heere Jezus uit Mattheüs 7:12. ‘Alles dan dat u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo, want dat is de Wet en de Profeten.’
Ds. J. Belder uit Harskamp is emeritus predikant.
HANDVATTEN
• Ambtsgeheim is niet slechts een formaliteit.
• Jezus is het grote voorbeeld.
• Weet wanneer je moet zwijgen en moet spreken.
• Schending van het ambts- en beroepsgeheim is strafbaar.
• Horen, zien en zwijgen is een goede regel.
• Wie onbetrouwbaar is, is liefdeloos en ongeschikt voor het ambt.
• Verbreking en schending van het ambtsgeheim zijn niet hetzelfde.
• Liefde is het fundament van het ambtsgeheim.
Met dank aan de juristen mr. G. van den Brink en mr. M.C. van der Klooster voor hun adviezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's