CHRISTUS OP ONS NETVLIES
De hartslag van de prediking [2]
Het Evangelie prediken is ten diepste ‘niets anders dan Christus nabij brengen’, zoals Luther zei. Er is voor predikanten geen heerlijker werk dan het schetsen en schilderen van de Gekruisigde. Daardoor eigent de Heilige Geest het heil van Christus toe.
In de Brief aan de Galaten doet Paulus een frontale aanval op lieden die het Evangelie van genade vermengen met de werken van de wet. Heilloos en verstandeloos is dat. Met de Geest begonnen eindigen ze in prestatiedrang en werkgerechtigheid.
Hoe is het toch mogelijk, roept Paulus uit, want Jezus Christus is jullie toch voor ogen geschilderd en op die manier als het ware in jullie bijzijn gekruisigd.
Waar het me nu om gaat, is die toch wel heel opmerkelijke zinsnede dat in de prediking blijkbaar Christus tegenwoordig is, en wel als de Gekruisigde. Wie en waar die Galaten precies waren, staat niet helemaal vast. Het doet voor ons doel ook niet ter zake. Hoe het ook zij, op een gegeven moment (door God gegeven) was bij hen een heraut gearriveerd met ongehoord nieuws: het goede nieuws, het Evangelie. De preek die klonk ging over ene Jezus Die de Christus, de Messias is. Het ging zó over Hem dat Hij als het ware lijfelijk present was, als de Gehangene Die aan een kruis gespijkerd is. Kennelijk behoort dit tot de wezenlijke elementen van de prediking.
MET WOORDEN SCHILDEREN
Daarom twijfelde een man als Luther er niet aan dat het Evangelie prediken ten diepste ‘niets anders is dan Christus nabij brengen’. Volgens mij had hij daarin helemaal gelijk. Dit is de hartslag bij uitnemendheid: Christus met woorden voor de ogen schilderen, zoals Hij lag in de kribbe, kroop in de Olijvenhof, terecht stond voor het Sanhedrin, te kijk stond op Gabbatha, aan het kruishout hing op Golgotha, aan Zijn discipelen verscheen als de Opgestane met de gelittekende handen. Wat dit betekent voor het gehalte van de prediking, heeft Calvijn goed aangevoeld. Veelzeggend tekent hij aan dat destijds de letterlijke en lijfelijke aanschouwing van Jezus’ kruisdood op Golgotha geen sterkere indruk gemaakt kan hebben dan de prediking van het kruisevangelie door de apostelen. ‘Daarom moeten al degenen die echte evangeliepredikers willen zijn, niet alleen spreken en voordragen, maar in hart en geweten van de hoorders binnendringen, zodat die gevoelen (sentire) dat Christus voor hen gekruisigd is en Zijn bloed vergoten heeft.’
Zo behaagt het de Heilige Geest het heil van Christus toe te eigenen, door middel van de prediking waarin de gekruiste Christus op ons netvlies wordt gebrand.
Er is voor een dienaar van het Woord geen heerlijker werk dan dit schetsen en schilderen van de Gekruisigde. Paulus had zich voorgenomen niets anders te weten dan Christus en Die gekruisigd. De reformatoren gingen in zijn spoor.
BERNARDUS VAN CLAIRVAUX
Zij deden dat overigens bepaald niet als de eersten, maar in lijn met een rijke augustijns monastieke traditie, die in Bernardus van Clairvaux een hoogtepunt vond. In zijn 67e Hoogliedpreek bijvoorbeeld verklaart deze twaalfde-eeuwse mysticus dat het hart van de gekruiste Christus overloopt van ontferming.
‘Ze hebben Zijn handen en voeten doorboord en Zijn zijde met een lans doorstoken. Door deze wonden mag ik honing uit de rotssteen zuigen. Dit heet smaken en zien hoe zoet de Heere is. De spijker roept, de wonde roept dat God in Christus de wereld waarlijk met Zichzelf verzoenend is. Open ligt het verborgene van Gods hart door de openingen van Jezus’ lichaam. Open ligt het groot geheim van Zijn zachtmoedigheid. Open liggen de ingewanden der barmhartigheid van onze God waarmee Hij ons bezocht heeft als het stralende licht uit de hoogte. Staat Zijn hart door deze wonden nu niet open? Een groter erbarmen heeft namelijk niemand dan wie zijn leven prijsgeeft voor veroordeelden en verdoemden. Mijn verdienste is derhalve (niets anders dan) het erbarmen des Heeren.’
Zeventien keer citeert Bernardus in zijn preken het Galatenwoord: ‘Het zij verre van mij dat ik zou roemen anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus.’ Het is deze passie voor de gekruiste Christus die ook de prediking van de reformatoren doorgloeit.
HET VOLBRACHTE WERK
Als je Luther vraagt wat de prediking te bieden heeft, aarzelt hij geen moment: ‘Het eenmaal aan het kruis volbrachte werk van Christus.’ En Calvijn doet niet voor hem onder: ‘Dezelfde Christus Die eenmaal hier beneden alles volbracht heeft wat tot onze zaligheid vereist is, is ons thans nabij in de prediking van het Evangelie.’
Graag noemt Calvijn het Evangelie ‘het gewaad van Christus’. Op deze wijze is Christus in de prediking present: Evangelio vestitus, in het Evangelie gekleed. Ik herinner me nog goed hoe diep het me jaren geleden raakte bij Calvijn te lezen dat in de prediking de poort van het paradijs voor ons buitenstaanders opengaat en dat Christus ons in dit Woord wordt geschonken en toebedeeld.
Onvergetelijk is zijn beeldende uitspraak dat tegelijk met de stem van de prediker het heilige bloed van Christus op ons neer drupt (bij Hebr.9:20). Dit is maar niet een koele constatering van de reformator, hij heeft er een indringende pastorale bedoeling mee, die ons allemaal direct aangaat, namelijk deze: ‘Wij zouden Gods Woord met veel groter eerbied bejegenen als wij eraan dachten dat het niet met inkt, maar met het bloed van Christus geschreven is. En veel opmerkzamer zouden wij de prediking van het Evangelie aanhoren als wij daarbij in de geest dat heilige bloed zagen vloeien.’ Dit is een zin om in het geheugen te prenten en aan het hart te drukken. ‘Christus’ bloed roept voor ons om vergeving en verlossing, en zijn verlangen om ons te zaligen vindt nog dagelijks haar vervulling.’
VRIJGELEIDE
Maar mógen wij wel tot Christus naderen, bevlekt als we zijn? Zeker wel. In de evangelieverkondiging geeft Hij ons vrijgeleide. Nodigend en wervend staat Hij voor ons. Zijn stem reikt permissie uit. Het is het ambt van de Middelaar, aldus Calvijn, om ons de hand te reiken. En wat ook maar bij Christus is te vinden en te verkrijgen, mogen wij ons toe-eigenen door het geloof in de beloften van het Evangelie.
Dit Evangelie van de Gekruisigde mag dan voor de Griek (ook voor de wereldwijze Griek in ons) een dwaasheid zijn, en voor de Jood (ook voor de zelfredzame Jood in ons eigen hart) een ergernis en aanstoot zijn, voor ieder die met zijn eigen wijsheid en met al zijn vroomheid schipbreuk lijdt, is het een kracht Gods tot zaligheid (1 Kor.1).
Dr. A. de Reuver uit Waddinxveen is emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond.
Volgende week de vraag hoe een mens aan geloof komt. Wat is daar de grond voor?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's