DE GROND VAN HET GELOOF
De hartslag van de prediking [3]
Ongeloof is ‘nee’ zeggen tegen God. En dat ‘nee’ wordt nooit meer ‘ja’, tenzij God Zelf er wat aan doet, er zelfs alles aan doet. En dat doet Hij. Hij overwint ons trouweloze, tuchteloze ‘nee’ door het ‘ja’ van Zijn erbarmen.
Hij zei en zegt tegen die neezegger ook ‘nee’: ‘Nee, Ik leg me er niet bij neer. Ik kan mijzelf niet verloochenen. Ik doe het ‘ja’ van Mijn trouw en liefde niet teniet.’
VOEDINGSBODEM
De oerzonde van de mens bestond uit ongeloof, ongeloof dat een duivels vraagteken zet achter de woorden die God gesproken heeft. Hoe komt een mens die van huis uit, sinds Adam, met God gebroken heeft aan geloof? Hoe doet God dat?
Door het Woord van de Geest dat volgens Paulus in de prediking tot ons komt. Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods. En hoe zullen ze horen zonder die hun predikt (Rom.10)? Het evangeliewoord – in de kerkelijke verkondiging, maar ook in de private overdenking en in het onderricht thuis en op school – is dus om zo te zeggen de geboortegrond en voedingsbodem van het geloof. Het wil aanvaard, omhelst, geloofd zijn. Gods woorden dingen naar onze hand. Ze werven om geloof en wekken dat geloof ook. God geeft wat Hij vraagt.
ADRESSERING
De bevoegdheid en vrijmoedigheid om te geloven ontlenen we niet aan eigen keuze en kunde, maar aan de adressering van de prediking. Kenmerkend voor de prediking is namelijk dat ze een duidelijk adres heeft. Ze is ‘aan mij’ gericht. Ze is voor ons, voor mij, voor ieder die maar oren heeft om te horen. Niemand wordt bij voorbaat buitengesloten.
Het is een betrouwbaar en dus geloofwaardig Woord en alle aanneming waardig dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. Met die aanduiding ‘zondaar’ is mijn naam genoemd en gemoeid. Als ik daar te goed voor ben, is er niets voor me bij. Maar wie zich aangesproken weet, is goed af, want die krijgt een goed bericht. Die ontvangt een boodschap die zo wonderlijk is dat je die niet zou geloven als niet God Zelf de afzender was en niet jijzelf de geadresseerde. Het is nu precies die connectie, die verbinding van afzender en geadresseerde, die de grond van het geloof uitmaakt.
EEN BRIEF
Een Evangelieprediker komt dus met een brief, een boodschap.
Toen Paulus in de synagoge van Antiochië kwam, liet hij er geen twijfel over bestaan aan wie die brief gericht was. ‘Tot u is het woord van deze zaligheid gezonden.’ Door wie? Door God. Aan wie? Aan u. Misverstand uitgesloten.
Hij hield dus geen verhaal in het luchtledige, stak geen betoog af in het algemeen, maar betuigde Gods boodschap in het betonen van Geest en kracht. Daarom ging dat gepaard met een klemmende lokroep om die boodschap in geloof te beamen en omarmen: ‘Het moet u bekend zijn, mannenbroeders, dat door deze Christus u (!) vergeving van zonden verkondigd wordt. Door Hem wordt ieder die gelooft rechtvaardig voor God.’ Een preek is dan ook, zoals W. Kremer eens schreef, ‘geen strooibiljet neergeworpen uit een vliegtuig, dwarrelend in de wind, in de hoop dat het ergens door een voorbijganger wordt opgeraapt’. Het is zelfs geen bericht dat door de brievenbezorger in de brievenbus wordt gedeponeerd. Nee, het is een boodschap die persoonlijk wordt overhandigd. De predikant is een brievenbesteller die aanbelt en wacht tot iemand opendoet, de brief dan openvouwt en voorleest en vraagt: ‘Wat is daarop uw antwoord?’
PERSOONLIJKE BOODSCHAP
Ik wil maar zeggen: de prediking zoekt en roept ons allerpersoonlijkst op. Ze behelst immers een boodschap van hart tot hart, van Gods hart tot het onze. En ze zoekt en vindt ons daar waar we zijn en zoals we zijn: in onze vreugde, in onze pijn – in onze zelfverzekerdheid, in onze verslagenheid – in onze vermeende kracht, in onze moedeloosheid – in de uren van welbevinden, in de uren van verwarring. Daar doet Christus Zijn intrede, in het Evangelie gekleed. En Hij roept ons toe en reikt ons aan wat we nodig hebben: ontdekking en vermaning, vergeving en vrijspraak, en – Godlof – ook geloof. Ja, dat roept Hij binnen, zodat we niet langer zeggen: ‘ja maar’ en ‘ja misschien’, maar: ‘ja en amen’.
ZONDER VOORBEHOUD
Ook dat is het geheim van het gepredikte Woord. Het komt tot ons als een belofte uit Gods hart, onvoorwaardelijk en onverdiend. God komt met Zijn even kostbare als kosteloze genade aan de poort van het hart. En Hij zegt Zijn genade toe aan ieder die gelooft, maar die geen greintje geloof in eigen voorraad en beheer heeft. En Hij doet dat zonder voorbehoud.
Wee de prediker die hierop afdingt. Als er één was die zich daarvoor wachtte, dan was het wel Ralph Erskine. Recht op de man af en in heilige verontwaardiging valt hij in een van zijn preken uit: ‘Zie wat een schuld u op zich laadt als u de deur te nauw maakt en de roep van het Evangelie belemmert, door te stellen: ‘Als u die en die kwaliteiten niet bezit, is dit woord der zaligheid niet voor u. Als u die en die kenmerken niet vertoont, is het niet voor u. Het is alleen voor u onder die en die conditie.’ Hierdoor maakt u het Evangelie tot géén Evangelie. Het is dan alsof Christus geboren is om heiligen, en niet om zondaren zalig te maken. Zulke lieden weerspreken het eigenlijke doel van het Evangelie, namelijk een woord van zaligheid te brengen aan allerlei soort zondaren. Voor u, zondaar, is de deur der zaligheid geopend. Alles wat deze deur nauwer maakt, elke leer die het Evangelieaanbod belemmert of beperkt en tot de veronderstelling leidt dat er voor u geen plaats en toegang is, die leer mag u ervan verdenken dat het óf géén Evangelie is, óf dat het met zoveel wetticisme is vermengd, dat u die moet schuwen als de duivel.’
Zo houdt het Evangelie van genade krachtdadig opruiming onder alle obstakels die de vrije toegang tot het Evangelie blokkeren. En zo schept het ruimte om het onvoorwaardelijk bij te vallen in het amen van het geloof.
GELOOFSANTWOORD
Om dit geloofsantwoord is het God te doen. Maar dan niet zo dat Hij dat van óns laat afhangen, maar zo dat Hijzelf het oproept, meebrengt en teweegbrengt. Ik geloof dan niet omdat ik dat kan, maar omdat ik niet anders meer kan, net zoals die vader in Markus 9. Kijkt die man naar binnen, stuit hij op eigen ongelovigheid. Kijkt hij naar Jezus, kan hij niet anders dan geloven: ‘Ik geloof (want U bent te vertrouwen), kom mijn ongeloof te hulp.’ Het zou wel eens kunnen zijn dat dit laatste zinsdeel – die schreeuw om hulp – minstens zozeer van geloof getuigt als wat eraan voorafgaat.
Het geheim van het geloof ligt buiten ons, in Hem Die het Woord voert en Die het Zelf tot in ons hart vervoert, annexerend, geloof wekkend. Het Woord wordt mij te sterk, sterker dan mijn weerstand, twijfel en aarzeling, sterker dan mijn schuld en strafwaardigheid. Sterker dan al mijn stemmingen en remmingen is Zijn stem.
Doden zullen horen de stem van Gods Zoon en ze zullen leven. De prediking is geladen met de stem van Hem Die onze dood gestorven is en ons het leven heeft verworven. Opstandingskracht wordt in de prediking manifest. Als Christus roept: ‘Vrees niet, geloof alleen,’ dan is het niet nog de vraag of ik het wel mag en zal geloven, maar dan wordt daar de vrees gebannen, het geloof geboren en legt mijn dood het af tegen de Levende. Als Hij roept: ‘Vrees niet, heb goede moed,’ dan is dat geen commando om onszelf een dosis moed in te blazen, maar dan betekent dat niets minder dan dit: ‘Hier, moedeloos mensenkind, hier heb je moed. Ik geef het je.’
Dr. A. de Reuver uit Waddinxveen is emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond.
Volgende week het slot, over de cruciale betekenis van de prediking voor het ontvangen van vergeving.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2019
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2019
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's