‘Ik heb immers ja gezegd’
Jan-Willem Jonkman uit Elburg deelt geloof met medestudenten
Langzaam groeide hij toe naar het doen van belijdenis. De beslissing om die stap te zetten was vooral rationeel: ‘Voor mijzelf veranderde er niet veel, het stond voor mij vast dat ik geloofde.’ Maar sinds Jan-Willem Jonkman (20) uit Elburg vorig jaar het jawoord gaf, is zijn geloof verdiept.
‘Van huis uit ben ik met het geloof grootgebracht. Mijn ouders leven uit een persoonlijke relatie met God en hebben me geleerd om elke dag uit een dagboek te lezen en te bidden. Rond mijn vijftiende heb ik een periode gehad dat ik de wereld ging verkennen en een beetje weggleed. Maar ik ben wel altijd blijven bidden en naar de kerk blijven gaan, daar zie ik duidelijk Gods hand in. Uiteindelijk ben ik (in die tijd) door onder andere video’s van geloofstoerusting op YouTube verder gekomen in mijn zoektocht en groeide ik in mijn geloof.’
Avondmaal
‘Een aantal jaren geleden werd ik tijdens een avondmaalsdienst aangesproken door wat de dominee zei: “Niet aangaan is ook een belijdenis.” Dat zette mij aan het denken. Ik geloofde wel, en wilde ook met God verder. Moest ik dus ook belijdenis doen? Kort daarna ging ik met een werkvakantie op bezoek bij Harriëtte Smit, die toen voor de GZB in Zuid-Frankrijk als tienerwerker onder de Franse jeugd werkte. In de groep zaten mensen die al belijdenis hadden gedaan. Deze jongeren stonden heel positief in het geloof en vonden het mooi om aan het heilig avondmaal te gaan. Met hen heb ik mijn vragen rond belijdenis doen besproken: ben ik goed genoeg om belijdenis te doen? Wanneer ben je er klaar voor? Ben ik niet te jong? Door de gesprekken tijdens deze reis groeide mijn overtuiging dat het goed was om op belijdeniscatechisatie te gaan.’
Mooi moment
‘Belijdenis doen was een mooi moment; ik vond het bijzonder om in het bijzijn van mijn familie, vrienden en de hele kerk mijn geloof te belijden. Als tekst kreeg ik Jesaja 54:10 mee: ‘Want al zouden bergen wijken en heuvels wankelen, Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen, zegt de Heere, uw Ontfermer.’ In de relatie met God veranderde er niet zoveel, het stond voor mij al vast dat ik in God geloofde.’ Wanneer we verder doorpraten over het afgelopen jaar, blijkt dat het doen van belijdenis toch een impuls heeft gegeven aan geestelijke groei in Jan-Willems leven. ‘Sinds ik belijdenis heb gedaan, heb ik meer verantwoordelijkheidsgevoel voor hoe ik zelf in mijn geloof sta. Ik houd serieuzer stille tijd: nu neem ik de tijd om Bijbel te lezen en te bidden. Dat wordt gezegend. Ik ervaar bij bijbellezen hoeveel lagen er in een tekst zitten, daarover kan ik me verwonderen. Dat lukt niet als je vluchtig even een stukje leest. Ik merk wel dat het een strijd blijft om dat vast te houden.
Aan het heilig avondmaal gaan was eerst iets wat ik vooral rationeel beleefde. Maar nu betekent het best veel voor me. Ik leef er meer naartoe dan voordat ik belijdenis deed, omdat ik er nu ook zelf aan deelneem. Het is zo mooi dat je met zoveel mensen aan tafel zit en eenheid voelt. Ik vind het elke keer bijzonder om te ervaren dat je daar deel van mag uitmaken, en dat probeer ik mijn week in te nemen in als ik weer naar Groningen ga.
Voor de kerk voel ik me verantwoordelijk. Meeleven met de kerk in Elburg is lastig, omdat ik studeer in Groningen. Ik wil naar de bijbelstudie van onze gemeente gaan en ben daarom gestopt met de studentenvereniging. Wanneer ik in Elburg ben, ga ik daar zoveel mogelijk naar de kerk.’ Jan-Willem, die orgel studeert aan het conservatorium in Groningen, begeleidt in ’t Harde en Apeldoorn geregeld kerkdiensten op het orgel.
Buitenwereld
‘Ik wil mijn geloof met anderen delen. Ik heb immers ja tegen God gezegd? Van de medestudenten op mijn opleiding is negentig procent geen christen. Ik ben heel open over mijn geloof, zeg rustig dat ik op zondag naar de kerk ben geweest als iemand me vraagt naar mijn weekend. Ik merk vooral interesse; ze kennen het niet. Iedereen is wel op zoek naar iets wat bevrediging geeft in je leven. Veel van mijn medestudenten zijn levensgenieters en zijn op zoek naar iets diepers. Ik heb al veel mooie gesprekken gehad. Sommige mensen maken weleens bepaalde opmerkingen. Maar ik weet voor mezelf hoe waardevol het geloof is; als christenen hebben wij iets te bieden wat zij niet kennen. Als anderen dat wegzetten, is dat meer hun probleem dan het onze.’
Gebedsgroep
Samen met een aantal medechristenen is Jan-Willem op zijn opleiding begonnen met een gebedsgroep. Daar zitten niet alleen Nederlanders op. En niet alleen christenen doen eraan mee. ‘Vooral buitenlandse studenten zoeken een groepje waarbij ze zich aan kunnen sluiten. Zo is er een studente uit de Verenigde Staten, van huis uit geen christen, die trouw naar de gebedsgroep komt. We hadden op facebook een oproep geplaatst. Daar kwamen ook wel negatieve reacties op, zoals ‘de school is er voor de studie, niet voor religie’. We mochten op een gegeven moment geen gebruik meer maken van de ruimte op school en gingen bij mensen thuis bidden, maar dat was lastig. Gelukkig mogen we tegenwoordig wel weer bij elkaar komen in een vergaderruimte op de school. We bidden voor onze opleiding en het schoolbestuur maar ook voor persoonlijke dingen. Die Amerikaanse bidt inmiddels ook mee en besloot laatst haar gebed met ‘Uw weg is de goede weg’. Ze bad super oprecht, heel mooi was dat.’
Bach
‘Als ik ’s ochtends stille tijd houd – liefst een half uur zodat ik een tekst echt uit kan spitten – is dat een van die momenten dat ik God ervaar. Maar ook in de schoonheid van muziek komt God dichtbij. Je komt dan eigenlijk vanzelf uit bij muziek van Bach, die zit zo goed in elkaar en Bach geloofde ook echt in God. In sommige stukken heeft hij met bepaalde noten als het ware zijn naam geschreven, om aan te geven: hier geloof ik in. Ik luister ook andere muziek hoor, bijvoorbeeld van Sela, en dan vooral om de tekst. Het lied ‘Doop’ vind ik erg mooi.’
Wat raakt Jan-Willem vooral in God? ‘Zijn liefde voor mensen terwijl wij dat allesbehalve verdiend hebben. Daar kom ik niet over uit, dat je dat elke keer als je je bijbel openslaat, mag lezen. Wanneer je je schuld bij Jezus brengt, maakt Hij het goed. Mensen zouden er allang een punt achter hebben gezet, maar God blijft maar delen in Zijn genade.’
Esther Visser is eindredacteur van De Waarheidsvriend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's