De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Religieus ondernemen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Religieus ondernemen

7 minuten leestijd

In Inspirare, tijdschrift voor charismatische en evangelische theologie, wordt nagedacht over de religieuze ondernemer. Dat is een nieuw fenomeen. Was religieus ondernemen tot voor kort iets van theologen die als ZZP’er vooral beschikbaar waren om rouw- en trouwdiensten te ‘organiseren’, nu lijkt religieus ondernemen een professionele kant op te gaan. Het voorbeeld van Almere is leerzaam. In misschien wel de meest seculiere stad van ons land timmert de kerk aan de weg. Met de kerk bedoel ik hier De Wegwijzer. Dat is een initiatief van André Meulmeester en zakenman Willem den Hertog uit Dirksland. Bijzonder is dat het initiatief een bevindelijke achtergrond heeft en dus afwijkt van wat wij doorgaans onder evangelisch verstaan. Meulmeester schrijft het volgende.

Inspirare

25 jaar geleden trof ik een stad van 100.000 inwoners (inmiddels 210.000). Volgens onderzoek had 98 % geen relatie met de kerk. We zijn begonnen met kinderwerk, een boekwinkel en een bijbelcursus. En God bracht in al die jaren duizenden Almeerders op onze weg. Mensen uit meer dan 35 nationaliteiten en 15 denominaties vormen nu een bloeiende gemeenschap. Er zijn nieuwe missionaire gemeenschappen ontstaan in Almere-Buiten, Almere-Haven, Almere-Poort, Almere-Noorderplassen en inmiddels ook in Almere-Stad-Oost en Almere-Stad-West. We geloven dat er in 2020 zeven gemeenschappen van geloof, hoop en liefde in Almere zullen zijn.

Hoe het allemaal begon

De boekwinkel was een van de eerste activiteiten waarmee we begonnen. Mensen vroegen: je kunt me wel een Bijbel geven, maar kun je ook vertellen wat erin staat? Met een groepje mensen achterin de winkel zijn we met een bijbelcursus gestart. Mensen vroegen of we dit ook op zondag wilden doen. We huurden een zaaltje en die zondag kwamen er zeven mensen. Mijn vrouw nam de kinderen mee naar een lokaal ernaast en las voor uit de kinderbijbel. Zo startte de zondagsschool. Iemand vroeg of we ook liedjes van de kinderclub konden zingen en we zongen ‘Lees je Bijbel, bid elke dag’. Iemand vroeg te bidden voor een zieke buurman en de voorbede ontstond. Na afloop dronken mensen koffie en er ontstond een nieuwe gemeenschap. Iemand zette een plastic bekertje op tafel voor het goede doel en de collecte was een feit. Het eerste groepje bestond uit mensen uit diverse culturen. Zij nodigden weer anderen uit hun cultuur of kennissenkring uit. De zaal werd te klein en we verhuisden. Voor we het in de gaten hadden, ontstond er een nieuwe gemeenschap. Mensen die elkaar voorheen niet kenden, kregen een diepe vriendschap met elkaar. Er kwam zorg voor de armen, we gaven boodschappen aan de hongerigen, we bezochten zieken, eenzamen kwamen naar de winkel, we baden voor mensen en God verhoorde wonderbaarlijk. (...) Dat is wat we zien gebeuren!

Verderop in het artikel gaat Meulmeester in op de ‘theologie’ die achter dit project schuilgaat. Want hoe dan ook: er is bezinning nodig. Er moet een visie ontwikkeld worden. Uit het bovenstaande zou je bijna denken dat er geen visie nodig is. Je begint met een boekwinkel en de rest volgt vanzelf. Zo is het echter in Almere niet gegaan.

Strategisch kijken naar een gebied

We vragen ons af welke nood er is onder de mensen die God op onze weg brengt. De omstandigheden van mensen bieden mogelijkheden om verbinding te maken. Is er eenzaamheid, ziekte, spanning of onverwerkt verdriet? Zo leren we met Gods ogen naar mensen kijken en ontdekken wij waar we iets voor hen kunnen betekenen. (...) In missionair opzicht wordt er veel geïnvesteerd in ‘producten’ waar geen vraag naar is. Iedere kerk en elke stroming ontwikkelt zijn eigen materiaal, maar voor wie? (...) Verder gaan we uit van het principe dat een activiteit goed maar niet meteen perfect hoeft te zijn. Eenvoudig beginnen en gaandeweg verbeteren werkt beter dan vooraf alles gedetailleerd uitwerken en risicoanalyses maken. (...) We betrekken ondernemers bij de missionaire activiteiten. Zij zien kansen en creëren mogelijkheden die een theoloog vaak niet ziet. Ook wijzen zij eerder op het snoeien als we onze tijd en energie in vage dingen beginnen te steken. We stimuleren ondernemerschap en geven mensen graag de ruimte om te experimenteren. Wel in overleg, omdat we willen kijken of het bijdraagt aan de strategische visie. En na een jaar mogen we gerust tot de conclusie komen dat iets niet gewerkt heeft. (...)

We hebben in de loop van de jaren een omslag gemaakt van organiseren naar faciliteren. In het verleden organiseerden we veel activiteiten. Nu kijken we waar we bewegingen kunnen faciliteren. We zijn steeds meer gaan zien dat het God is die de bewegingen geeft (...) Als we een teamleider of coördinator aanstellen, hebben we het over een kar-duwer in plaats van een kar-trekker. Je mag meebewegen en soms een duwtje geven aan wat God al in beweging heeft gebracht. (...) De afgelopen jaren hebben wij de kracht leren kennen van netwerken. We organiseren eigenlijk geen activiteiten meer die niet op de een of andere manier verbonden zijn met een netwerk. Via een kind op de club bereik je een hele familie. Als er dan een cursus is voor ouders, een winkel waar mensen een Bijbel kunnen kopen en een plek waar ouders met vragen rondom opvoeding terecht kunnen, bouw je netwerken.

Vermarkt

Sake Stoppels, onder andere lector Theologie aan de Christelijke Hogeschool te Ede, evalueert de activiteiten van de Wegwijzer. Uit zijn kritische evaluatie geef ik enkele dingen door.

Hij (Meulmeester, AP) noemt zichzelf geen ondernemer, maar het artikel is wel doortrokken van een geest van ondernemerschap. Hij zoekt naar kansen, naar fronten waar iets te winnen valt en maakt daarbij onder meer gebruik van demografisch onderzoek. Zo bepaalt hij zijn ‘markt’. Typerend is ook zijn opmerking dat kerken veel investeren in ‘producten’ waar helemaal geen vraag naar is. Hij wil geen producten bedenken die dan vervolgens ‘vermarkt’ moeten worden. God kent ‘de markt’ als geen ander en dus is het voor de kerken zaak maximaal open te staan voor God die bewegingen in gang zet en die ons laat zien wat er gaande is in de bredere samenleving.

We zien in onze tijd een groeiende aandacht voor religieus ondernemerschap. Op tal van plekken wordt gepionierd en zoeken ondernemende types naar nieuwe markten en niches in het levensbeschouwelijke landschap.

Aanvullend op wat Stoppels zegt, nog dit: overal waar ondernemerschap om de hoek komt kijken en de kerk commercieel gaat denken, gaat het vroeg of laat fout. De voorbeelden zijn te veel om op te noemen.

Kerkgevoel

Een ander punt dat Stoppels naar voren haalt uit het artikel van Meulmeester is het feit dat de Wegwijzer, ontstaan uit de gereformeerde gemeente in Lelystad, niet is aangesloten bij een kerkgenootschap of bij een landelijk verband van gemeenten. Dat is niet iets om je over te verbazen, omdat we dat in ons land wel gewend zijn. Zowel in de bevindelijke hoek van het kerkelijk landschap als in evangelische kringen is dat bijna gewoon.

Wat mij veel meer zorgen baart, is dat wat gebeurt in gemeenten die wél tot een landelijk verband behoren, bijvoorbeeld onze eigen plaatselijke gemeenten. Het ‘kerkgevoel’ dat er nog was, is nagenoeg verdwenen. Ook bij kerkenraden. De landelijke kerk doet er in feite niet meer toe. Wat de landelijke kerk zegt of doet, raakt gemeenteleden niet omdat men gewoon niet weet wat de kerk doet. Alleen door diaconale acties en collecten is de landelijke kerk nog even in beeld. Met andere woorden: de landelijke kerk valt uiteen. Dat gaat enorm snel. Op de website van de Protestantse Kerk lees ik dat ‘via een diversiteit aan kerkplekken de kerk als geheel meer aansluiting kan vinden bij een samenleving die steeds diverser wordt’. Prima. Maar wie zorgt voor aansluiting van de plaatselijke gemeenten bij de landelijke kerk? Of moeten we er gewoon aan wennen dat er alleen een administratieve eenheid is? Wanneer krijgt deze nood een plaats in het kyrië-gebed?

Dr. A.A.A. Prosman uit Amersfoort is emeritus predikant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Religieus ondernemen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2019

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's