Luthers paasliederen
Dichterlijke vertalingen vertolken het Evangelie
Dichten en zingen zijn nogal eens synoniemen. Daarom worden dichters wel zangers genoemd. En zingen is weer nauw verbonden met bepaalde vogels die bekend staan om hun fraaie zang, met name de leeuwerik en de nachtegaal.
Zo droeg de achttiende-eeuwse dichter Hubert Korneliszoon Poot, afkomstig uit het plaatsje Abtswoude bij Delft, de erenaam ‘de nachtegaal van Abtswoude’. Het is één voorbeeld uit vele. Iets dergelijks gebeurde in Duitsland. Vanaf 1523 circuleerde daar een lied waarin een dichter werd aangeduid met de eervolle naam ‘de Wittenbergse nachtegaal’. Die dichter-zanger blijkt de bekende reformator Maarten Luther te zijn, die tientallen liederen schreef. Enkele hiervan verwoorden het wonder van Pasen.
Eerste lied
Aanvankelijk was Luther niet actief als dichter. Dat veranderde vrij plotseling in 1523, toen twee Augustijner monniken, Hendrik Voes en Johannes van Essen, op de Grote Markt in Brussel vanwege hun ‘ketterse’ opvattingen werden verbrand. Hun marteldood greep Luther, die zelf zijn opleiding bij de Augustijnen had gehad, zeer aan.
Hij voelde zich geroepen te reageren, pakte zijn pen en dichtte gedreven zijn eerste lied: Ein neues Lied wir heben an (Een nieuw lied heffen we aan). Dit martelaarslied is wel ‘het geboorte-uur van het Duitse evangelische kerklied’ genoemd.
Enige treffende regels hieruit, in de vertaling van C.M. de Vries, zijn de volgende:
Van de aarde scheidend hebben zij
de erekroon verworven;
zich scharend in der heil’gen rei
zijn zij voor ’t Woord gestorven
en martelaars geworden.
Nieuwe drijfveer
Vele liederen vloeiden daarna nog uit Luthers pen. Uiteindelijk zouden het er 37 worden, waaronder psalmbewerkingen, kerstliederen en bewerkingen van oude Latijnse hymnen. Het bekendst, ook buiten de lutherse kerken, is ongetwijfeld Ein feste Burg ist unser Gott, een vrije bewerking van Psalm 46.
Een belangrijke vraag is: Waarom schreef Luther al die liederen? Het antwoord daarop is: omdat bij hem een nieuwe drijfveer ontstond, namelijk de overtuiging dat de christelijke gemeente bij de kerkdienst betrokken moest worden, in preek en lied. Daarom geen preek in het onverstaanbare Latijn, maar in de taal van het eigen land. Daarom ook een kerkelijke gemeente die in de kerkdienst moest kunnen zingen in de eigen landstaal.
Dezelfde opvatting treffen we aan bij Calvijn, die in Straatsburg bij Bucer een gemeente aantrof die zong in de eigen moedertaal, het Frans. Terug in Genève trok hij die lijn door. Zo ontstond de Franse psalmberijming van Marot en De Bèze. Datheen zette deze over in onze taal en twee eeuwen lang – tot 1773 – is die in ons land als officiële berijming gezongen.
Luthers paasliederen
Luther schreef ook twee paasliederen: Jesus Christus, unser Heiland en Christ lag in Todesbanden. Op deze twee wil ik hier nader ingaan, waarbij ik voor het eerstgenoemde lied citeer uit een in 2018 verschenen uitgave waarin alle 37 liederen van Luther in vertaalde vorm zijn opgenomen: Alle liederen van Luther.
Jezus Christus, onze Heiland
Jezus Christus, onze Heiland,
heeft de dood overmand.
Ten derden dage
zijn zonde en dood verslagen.
Kyrie eleison.
Zonder zonde is Hij geboren,
droeg voor ons ’s Hoogsten toorn;
voor ons gestorven
heeft Hij Gods gunst verworven.
Kyrie eleison.
Nu is alles, zonde en doodsnacht,
leven, heil in zijn macht.
Hij kan behouden,
wie zich Hem toevertrouwden.
Kyrie eleison.
Deze vertalende bewerking is van P. Boendermaker, aanvankelijk Luthers predikant en vervolgens hoogleraar te Amsterdam. Hij had – in de lijn van Luther – grote belangstelling voor liturgie en in het bijzonder voor het kerkelijke lied.
Drie kerngedachten brengt het lied onder woorden:
1. Christus heeft de dood overwonnen
2. Christus, zonder zonde, droeg Gods toorn
3. Alleen bij Christus is ons heil te vinden.
Het zijn de onopgeefbare bijbelse kernen van Goede Vrijdag en Pasen.
De slotregel van elke strofe of couplet Kyrie eleison (Heere, ontferm U) is een bekende liturgische smeekbede die we ook tegenkomen in het kerstlied ‘Nu zijt wellekome’.
Een lied vertalen is een uitermate moeilijke opdracht: er is een spanning tussen enerzijds tekstgetrouwheid en anderzijds dichterlijke creativiteit. De vertalende bewerking van Boendermaker is zeker een tekstgetrouwe vertolking van Luthers lied. Dat is belangrijk, maar er is ook een andere kant: het literaire niveau. Daarvan moeten we zeggen dat de vertolking van Boendermaker niet opvalt door originaliteit, taalvondsten of verrassende beelden. Een theoloog is niet automatisch ook een creatief dichter.
Onschuldig
Het tweede paaslied van Luther is bekender dan ‘Jezus Christus, onze Heiland’. Verscheidene dichters hebben er een vertalende bewerking van gegeven, onder wie Ria Borkent en Jaap Zijlstra.
Ria Borkent gaf met haar Matteüs Passie al een mooie, dichterlijke hertaling van Bachs meesterwerk, met indringende regels als de volgende:
U, lam van God, onschuldig
geslacht aan ’t kruis van de schande,
altijd was u geduldig,
hoewel veracht en mishandeld.
Elk kwaad hebt u gedragen,
de wanhoop is verslagen.
Ontferm u over ons, Jezus, Heer Jezus.
Hier volgt van Ria Borkent de dichterlijke hertaling van de coupletten één, twee en vijf van Christ lag in Todesbanden, overgenomen uit de studie De Wittenbergse nachtegaal van Ed Kooijmans.
Christus, gebonden in de dood
Christus, gebonden in de dood
om ’t kwaad dat wij bedreven,
is opgestaan, zijn dag is groot.
Zo bracht Hij ons het leven.
Laten wij dan vrolijk zijn,
God loven en Hem dankbaar zijn,
en zingen: Halleluja.
Halleluja.
Geen kon de dood bedwingen, hij
liet zich door ons niet binden,
want niet onschuldig waren wij,
verslaafden en verblinden.
Door de domper van de dood,
zijn wij gevangen, hij ontsloot
zijn rijk voor alle mensen.
Kyrie eleis.
Zie hier het Lam van God, Hij is
het ware Lam van Pasen,
dat op het hout gebonden wist
van liefde tot de naaste.
Zijn bloed tekent onze deur,
gedoodverfd krijgt het leven kleur,
en zal de dood voorbijgaan.
Halleluja.
Hier is een dichter-vertaler aan het woord die de diepe, bijbelse gedachten van het origineel doorgeeft.
Tegelijkertijd worden ook de mogelijkheden van taal en verstechniek uitgebuit. Er zijn mooie alliteraties en klinkerrijmen, zoals de d in ‘domper van de dood’ in het tweede couplet.
Prachtig is ook ‘gedoodverfd’ (vijfde couplet, hier het derde couplet) dat in het dagelijks taalgebruik een figuurlijke betekenis heeft gekregen, maar de dichteres roept weer de oorspronkelijke letterlijke betekenis op: in de (grond)verf zetten, in dit geval het bloed aan de deurposten in Egypte en het bloed aan het kruis van Golgotha.
De dichteres Ria Borkent doet recht aan de bron, de tekst van Luther, maar heeft er ook naar gestreefd een tekst te bieden die getuigt van creativiteit.
Dood en leven
Het woord ‘dood’ doortrekt het hele lied. Maar ook: ‘de dood is overwonnen’. Christus’ dood is een ‘offerande’, Hij is het Paaslam, Hij heeft de ‘doodsvijand’ verslagen.
De dichter Jaap Zijlstra vat in zijn vertaling van Luthers lied de diepe betekenis van Goede Vrijdag en Pasen als volgt samen:
Christus lag in dood terneer,
geveld door onze zonden,
maar Hij verrees, Hij is de Heer,
de dood is overwonnen.
Vier regels die de kern van het Evangelie bevatten: dood en verrijzenis van onze Redder en Heiland.
Goede Vrijdag en Pasen: dood en leven. Het Leven, door Christus verworven, wint het van de dood.
Dr. J. de Gier uit Ede is neerlandicus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's